maandag 29 augustus 2016

Hoe groot het negatieve gezondheidseffect van eenzaamheid is, hangt er van af hoe je eenzaamheid vaststelt

We weten dat mensen een fundamenteel sociale diersoort zijn en dus voldoende sociale contacten nodig hebben om gezond te blijven. Als die contacten er onvoldoende zijn, als iemand eenzaam is, dan heeft dat lichamelijke uitwerkingen. Je gevoel van veiligheid wordt er door bedreigd, wat de type II allostatische belasting verhoogt, met een lijstje van negatieve gezondheidseffecten.

Maar hoe stel je in onderzoek vast hoe eenzaam iemand is, hoe veel sociale contacten hij heeft en hoe positief die contacten zijn? In feite wordt dat altijd gedaan door de persoon zelf daarnaar te vragen. De zogenaamde ego-gecentreerde meting van eenzaamheid.

Daar valt ook veel voor te zeggen, want het gaat om het gevoel van eenzaamheid en het gevoel van onveiligheid, en hoe stel je die beter vast dan door iemand er naar te vragen?

Maar dat veronderstelt dat wij onze gevoelens goed kennen en goed in staat zijn om daarvan verslag te doen. En dat kon wel eens niet helemaal kloppen.

Dat doet althans de studie Social connectedness is associated with fibrinogen level in a human social network vermoeden. De onderzoekers hadden een groot databestand tot hun beschikking, met niet alleen die ego-gecentreerde meting van sociale contacten, maar ook met een "sociale netwerk-meting". Dat laatste wil zeggen dat ze van elke persoon konden nagaan door hoeveel anderen hij of zij als familie of vriend genoemd werd.

Stel je voor dat je gevraagd wordt hoeveel sociale contacten je hebt. En stel je voor dat anderen gevraagd wordt naar hun contacten en dat vastgesteld wordt hoe vaak jij door anderen als contact genoemd wordt. Die twee aantallen kunnen natuurlijk verschillen.

Bovendien hadden de onderzoekers toegang tot medische gegevens van de onderzochte personen, in het bijzonder het niveau van fibrinogeen in het bloed. Fibrinogeen is een oplosbare proteïne in het bloedplasma, dat een rol speelt bij de bloedstolling. Maar het is ook een indicator voor chronische ontstekingen (denk aan die type II allostatische overbelasting).

Uit de statistische analyses van die gegevens blijkt dan dat het hebben van weinig sociale contacten, zoals verwacht, samen gaat met een verhoogde concentratie van fibrinogeen in het bloed. Eenzaamheid verhoogt dus de kans op chronische ontstekingen.

Maar: dat verband blijkt veel sterker te zijn als je eenzaamheid hebt gemeten met die sociale netwerk-gegevens. Het negatieve gezondheidseffect is dan veel groter, zelfs vergelijkbaar met de negatieve effecten van roken.

Waar komt dat verschil vandaan? Het wijst er op dat wij maar beperkt in staat zijn om de sociale kring om ons heen goed waar te nemen. En/of maar beperkt in staat om daar goed verslag van te doen als iemand ons daarnaar vraagt.

Zo zou het kunnen zijn dat wij, de een meer, de ander minder, geneigd zijn om het aantal contacten dat we hebben te overdrijven. Eenzaamheid ligt immers wat in de sfeer van het taboe, iets waar je je voor schaamt. Ik heb ooit in een interview die vraag naar sociale contacten beantwoord en realiseerde me toen pas een kwartier later wat beschaamd dat ik toch wel flink had overdreven. Terwijl ik me daar op het moment zelf niet van bewust was geweest.

Maar daarnaast kan het ook zijn dat onze sociale omgeving in de huidige manier van samenleven altijd wat amorf en ongrijpbaar is, waardoor we vaak niet zo goed zicht hebben op wie onze vrienden zijn.
(De afbeelding is ontleend aan ‘Eenzaamheid net zo gevaarlijk als obesitas' van GGZ-nieuws.)

zondag 28 augustus 2016

Zondagochtendmuziek - Martial Solal & Toots Thielemans - Body And Soul

De zondagochtendmuziek kan er natuurlijk niet omheen: Toots Thielemans is overleden. Op 94-jarige leeftijd. He will be greatly missed.

Van de officiële website:
Jean “Toots” Thielemans
was born in Brussels, Belgium on April, 29 1922. He played accordion at the age of 3 and started playing harmonica as a hobby. His first guitar, won on a bet. During the German occupation he got hooked on Jazz or as he says himself, “contaminated” by the jazz virus. His first idol was Django Reinhardt and very early he was influenced by Charlie Parker. He got his nickname “Toots” after Toots Mondello and Toots Camarata. First international break through was when he joined Benny Goodman on an European Concert tour in 1950. Immigrating to the USA in 1952, he became a member of the Charlie Parker’s All Stars in Philadelphia and worked for 6 years with the George Shearing Quintet.
Toots originated a new sound by whistling and playing the guitar in unisono which he did for commercials. The best known is “Old Spice”. In 1962 he composed “ Bluesette”. He was asked as harmonica soloist for many filmscores such as, Midnight Cowboy, The Getaway, Sugarland Express, Cinderella Liberty, Turks Fruit, Jean de Florette… Toots played concerts and made recordings with musicians like George Shearing, Ella Fitzgerald, Quincy Jones, Bill Evans, Jaco Pastorius, Natalie Cole, Pat Metheny, Paul Simon, Billy Joel… You can hear him as a soloist on the TV theme of Sesame Street. Until two years ago he was the perennial winner of Down Beat readers and critics poll in the category “miscellaneous instruments”.
Hier speelt hij, samen met Martial Solal, de klassieker Body and Soul. En komt hij toch aardig in de buurt van de uitvoering door Coleman Hawkins, die wel wordt gezien als de mooiste jazzsolo ooit.

vrijdag 26 augustus 2016

Wat is er eigenlijk aan de hand in Europa? Over rampzalig economisch beleid en rechtsextremisme

We maakten een rondreis door de Baltische staten. Ook daar was er weer alle aanleiding om bij de Europese geschiedenis stil te staan. Bij de gruwelen en verschrikkingen die zich in de twintigste eeuw in ons kleine werelddeel met zoveel nationaliteiten hebben afgespeeld. En ik dacht weer even aan Helmut Schmidt.

Ik ben midden in de Tweede Wereldoorlog geboren en heb dus vooral herinneringen aan de tijd dat iedereen er van overtuigd was dat het van nu af aan beter zou worden. Europa had zijn lessen geleerd en zou vol overtuiging gaan werken aan een vreedzame en welvarende toekomst. Samenwerking in plaats van vijandschap, democratie in plaats van dictatuur, openheid en tolerantie in plaats van vooroordelen en discriminatie.

Lang heb ik het volgehouden om met die optimistische bril naar de ontwikkelingen in Europa te kijken. Maar dat lukt niet meer, zeker niet nadat ik doorkreeg, toen de financiële crisis ook Europa trof, dat we geregeerd worden door een neoliberale sekte. Die een obsessie heeft met concurrentie tussen landen, terwijl voor welvaart coördinatie en samenwerking veel belangrijker zijn. Zeker als landen een monetaire unie vormen. Als ik beter had opgelet, had ik het trouwens eerder kunnen doorhebben, want alles lijkt te zijn begonnen met Reagan en Thatcher in de jaren tachtig en met de toen al ingezette teloorgang van de Europese sociaal-democratie.

Dat rampzalige economische beleid, met die obsessie met overheidstekorten, heeft geleid tot massawerkloosheid, toenemende ongelijkheid, bestaansonzekerheid en armoede, op een schaal die je voor Europa niet voor mogelijk had gehouden.

En vrijwel zeker daarmee samenhangend, tot die opleving van rechts-extremisme en vreemdelingenhaat die we nu dagelijks in het nieuws tegenkomen. O, wat lijkt dit allemaal verontrustend veel op wat zich in de jaren 30 afspeelde.

Wat valt er sociaalwetenschappelijk over te zeggen? Enige kijk daarop geeft Daniel Little in het bericht Survey research on right-wing extremism in Europe. Het haalt teveel overhoop om nu kort te kunnen samenvatten, ook al omdat de zon op de ramen van mijn studeerkamer begint te schijnen.

Maar ik volgde even de link naar het rapport Intolerance, Prejudice  and Discrimination A European Report van de Friedrich Ebert-Stiftung. Dat rapport doet verslag van onderzoek naar de omvang van wat wordt genoemd groepsgerichte vijandelijkheid (vooroordelen en discriminatie) in acht Europese landen, waaronder Nederland. Het dateert uit 2011 en je kunt vrezen dat het daarna alleen maar erger is geworden.

Die groepsgerichte vijandelijkheid bestaat er uit dat iemand neerkijkt op (leden van) andere groepen, zich er boven verheven voelt. Anderen zijn minderwaardig en moeten hun plaats kennen. De onderzoekers noemen de kern er van een ideologie van statusongelijkheid. Als op een groep wordt neergekeken, dan ook op andere. In het onderzoek ging het om anti-immigrantensentiment, racisme, antisemitisme, anti-moslim, seksisme en homofobie.

Ik citeer een paar passages uit de samenvatting:
Group-focused enmity is widespread in Europe. It is weakest in the Netherlands, and strongest in Poland and Hungary. With respect to anti-immigrant attitudes, anti-Muslim attitudes and racism there are only minor differences between the countries, while differences in the extent of anti-Semitism, sexism and homophobia are much more marked.
About half of all European respondents believe there are too many immigrants in their country. Between 17 percent in the Netherlands and more than 70 percent in Poland believe that Jews seek to benefit from their forebears’ suffering during the Nazi era. About one third of respondents believe there is a natural hierarchy of ethnicity. Half or more condemn Islam as “a religion of intolerance”. A majority in Europe also subscribe to sexist attitudes rooted in traditional gender roles and demand that: “Women should take their role as wives and mothers more seriously.” With a figure of about one third, Dutch respondents are least likely to affirm sexist attitudes. The proportion opposing equal rights for homosexuals ranges between 17 percent in the Netherlands and 88 percent in Poland; they believe it is not good “to allow marriages between two men or two women”.
Three ideological orientations are especially associated with group-focused enmity: authoritarianism (an underlying attitude espousing law and order and discipline), Social Dominance Orientation (advocating social status hierarchies) and the rejection of diversity (a general rejection of cultural, ethnic and religious diversity within a country). (Zie in dit verband ook mijn bericht PVV-stemmers willen overheersen - Over Sociale Dominantie, collectief narcisme en rechts-extremisme.)
General political attitudes are relevant only to a certain degree. Respondents who describe themselves as tending to the right, who feel politically powerless and who wish for a strong leader and support the death penalty are on average more prejudiced. The intensity of political interest is of little relevance for the dissemination of prejudice.
Group-focused enmity need not remain restricted to attitudes. It can also have consequences for action. We investigated this in relation to immigrants. Respondents who denigrate weak groups are more likely to oppose integration of immigrants, to refuse them equal political participation, to discriminate against them and to use violence against them. (Denk ook even aan de gevaarlijke jonge mannen.)
Alongside an authoritarian mentality that supports hierarchies the most important explanatory factors for group-focused enmity are a subjective feeling that immigrants represent a threat and a general feeling of social disorientation. Low income and the feeling of being disadvantaged also play a role.
 En tenslotte over wat die groepsgerichte vijandelijkheid kan afzwakken of juist versterken:
The most important factors mitigating against group-focused enmity are trust in others, the ability to forge firm friendships, contact with immigrants, and above all a positive basic attitude towards diversity. Religiosity on the other hand does not mitigate against group-focused enmity, and holding general values that emphasize security and universalism plays only a small role in explaining tolerant attitudes.
Denk bij dat "contact with immigrants" ook even aan deze twee blogberichten: Meer contact helpt tegen vooroordelen en tegen (gewelddadige) conflicten. En over hoe dat komt en
Hoopvol: Een of twee positieve contacten zijn genoeg om gebrek aan empathie met outgroup weg te nemen.

(Met dit bericht komt de activiteit op dit blog langzamerhand weer op gang.)

dinsdag 12 juli 2016

Door eenzaamheid meer paranoïde gedachten

We wisten al dat het dagelijks ervaren van veel gedoe (daily hassles) de kans vergroot op waandenkbeelden. Dat gedoe bestaat uit zaken als een hekel hebben aan je werk, teleurstellingen in vriendschappen, geldzorgen, niet gewaardeerd worden en je eenzaam voelen.

En bij die waandenkbeelden gaat het om positieve antwoorden op vragen als "Denk je wel eens dat mensen jouw gedachten kunnen lezen?", "Denk je wel eens dat andere mensen niet zijn wat ze voorwenden te zijn?", "Denk je wel eens dat je gevolgd wordt?", "Denk je wel eens dat je bent voorbestemd om een heel belangrijk iemand te worden?", "Denk je wel eens dat jij speciaal dicht bij God bent?" en "Denk je wel eens dat mensen vreemd naar je kijken om hoe je er uit ziet?'

Nu is er nieuw onderzoek dat doet vermoeden dat het vooral die eenzaamheid is waar het om draait. Uit de studie The impact of loneliness on paranoia: An experimental approach blijkt namelijk dat het bij mensen opwekken van eenzaamheidsgevoelens er toe leidt dat ze meer paranoïde gedachten hebben.

Dat opwekken van het gevoel eenzaam te zijn gebeurde door mensen de vraag te laten beantwoorden of ze zich soms eenzaam, eenzaam of vaak eenzaam voelen. En ze vervolgens de feedback te geven dat ze veel meer of juist veel minder eenzaam zijn dan gemiddeld. (Uiteraard kregen ze na het onderzoek te horen dat die feedback gefingeerd was. Een en ander met goedkeuring door een ethische commissie.)

Het blijkt dan dat degenen die te horen hebben gekregen dat ze eenzamer zijn dan gemiddeld, daarna meer paranoïde gedachten hebben dan degenen die te horen hebben gekregen dat ze minder eenzaam zijn dan gemiddeld. Zie hier voor een Paranoia Checklist.

Het is een klein onderzoek met maar 60 proefpersonen. Maar het geeft een aanwijzing voor een oorzakelijk verband: eenzaamheid maakt paranoïde. En dat is interessant, want je zou ook kunnen denken dat dat verband andersom ligt: als je paranoïde bent, vinden andere mensen je raar en daardoor wordt je eenzaam.

Verrassend lijkt het niet. Iedereen heeft wel eens vreemde gedachten. Zo makkelijk is het niet altijd om je gedachten in goede banen te leiden. Maar het helpt als je omringd bent door anderen die je zo nu en dan corrigeren. Als die er niet zijn, dan is die rem er niet.

Het geeft te denken over de berichten in de media over kennelijk verwarde personen die overlast veroorzaken. En, ernstiger, over verwarde personen die met een wapen om zich heen gaan schieten.

Eenzaamheid lijkt individueel en maatschappelijk een veel groter probleem dan meestal gedacht wordt.

vrijdag 8 juli 2016

Marx' idee van het valse bewustzijn is weer helemaal terug - en over waarom dat terecht is

Chris Dillow (volg hem op Stumbling and Mumbling!) heeft nu een mooie analyse van hoe kiezers zo opvallend ideeën kunnen aanhangen die tegen hun eigen belangen ingaan. Dit naar aanleiding van Brexit en van het door het kiezersvolk gelaten ondergaan van of zelfs instemmen met het rampzalige Europese bezuinigingsbeleid. Zie Why Anger at Elites Was Channelled Towards Voting for Brexit.

Een en ander wijst er op dat we moeten inzien dat Marx gelijk had:
It’s because capitalism generates an ideology which opposes sensible radical reform. The idea of false consciousness should be taken a lot more seriously.
We zijn met zijn allen in een maatschappij terecht gekomen waarin we met het er in opgroeien niet zomaar de vermogens ontwikkelen om er onze weg in te vinden.

Dat geldt voor de individuele weg, de uitdaging waar ieder van ons voor komt te staan om uit te vinden hoe je een zinvol leven leidt dat voldoening geeft. Vandaar al die zelfhulpboeken en die hele bedrijfstak van life coaches, therapeuten en psychiaters. Denk ook even aan Aafke Hendriks.

Maar omdat we ook allemaal burgers en
kiezers zijn, geldt dat ook voor de collectieve weg, de uitdaging om de maatschappij zo te doorgronden dat je tot gefundeerde oordelen kunt komen over het te voeren overheidsbeleid. En wat dat betreft had Marx (1818-1883) al door dat zulk een gefundeerde oordeelsvorming geenszins gegarandeerd is. Dat was zijn idee van het valse bewustzijn, de gedachte dus dat het kapitalisme een arbeidersklasse genereert die zijn eigen belangen en de weg om die te behartigen maar beperkt kent.

Chris Dillow geeft nu een korte opsomming van gedragseconomisch en sociaalpsychologisch onderzoek dat die gedachte ondersteunt. Dat gaat over cognitive biases, het anchoring effect, sociale vergelijking, wishful thinking, de just world illusion, de status quo bias en adaptive preferences. Als je al die inzichten in een mandje bij elkaar gooit, dan komt daar een theorie uit, de systeemrechtvaardigingstheorie, die verklaart hoe het komt dat ongelijkheid en onrechtvaardigheid blijven voortbestaan.

Specifiek voor Brexit stelt Dillow dat de overwinning van de Leavers verklaard kan worden door de mechanismen van wishful thinking, van de Prospect theory (op verlies reageren door meer risico te nemen) en van de "good begets good"-heuristiek (meer controle is goed, dus zijn ook alle effecten van meer controle goed).

Dillows conclusie:
I contend, therefore, that Marxian theories of ideology are supported by recent research. People aren’t just misinformed about political issues – there’s lots of surveys telling us that. They are irrational too. They have false consciousness.
De grote uitdaging is natuurlijk om uit te vinden hoe je ondanks dit alles in een democratie toch nog tot een beleid komt dat in het teken staat van het algemene belang. Dillow laat dat verder aan de lezers over, maar laat nog wel weten dat wat hem betreft het zou helpen als je een beleid voert dat burgers meer het gevoel van controle teruggeeft.

Hoe dan? Door invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen en door meer democratische besluitvorming in bedrijven, zoals in de vorm van coöperaties.

Wat dat laatste betreft, de eerste tegenwerping is natuurlijk dat zulks sterk ten koste zou gaan van de efficiëntie van de bedrijfsvoering en de productiviteit. Maar dat staat nog te bezien. Er is onderzoek dat wijst op het tegendeel.

dinsdag 5 juli 2016

Loopt het kapitalisme op zijn laatste benen? Economische, maar ook sociaalwetenschappelijke inzichten

Loopt het kapitalisme op zijn laatste benen? Bas van Bavel geeft het antwoord in zijn pas verschenen boek The Invisible Hand? How Market Economies Have Emerged and Declined Since AD 500. Dus op naar de boekhandel.

Peter de Waard interviewt de auteur vandaag in De Volkskrant. Volgens Van Bavel zijn er in de mensheidsgeschiedenis drie eerdere markteconomieën geweest:
De drie markteconomieën die het
dichtst bij de huidige komen zijn Irak in de vroege Middeleeuwen (8ste-12de eeuw), Italië in de hoge Middeleeuwen (11de-15de eeuw) en de Nederlanden in de late Middeleeuwen en vroegmoderne periode (14de-18de eeuw).'
En die hebben alle een cyclus doorgemaakt van ruwweg een eeuw voor de opkomst, een eeuw voor de bloei en een eeuw voor de neergang. En in alle gevallen is de neergang er mee begonnen dat markt en gelijkheid niet bleken te kunnen samengaan. Met als gevolg:
toenemende vermogensongelijkheid, waarbij de rijken niet meer investeren in productie, maar het geld investeren in de financiële markt of het aanwenden voor politieke invloed.'
En jawel, dat zien we nu natuurlijk ook gebeuren. De neergang is ingezet:
'Omdat de bezitsongelijkheid nu nieuwe hoogten bereikt en financiële markten en speculatie een steeds groter gewicht krijgen. Maar vooral omdat de marktelite begint haar geld te gebruiken om politieke invloed uit te oefenen. In Amerika zie je dit bijvoorbeeld in de financiering van verkiezingscampagnes en in de invloed van mediatycoons op de publieke opinie.'
Bas van Bavel is economisch historicus en omschrijft de "fundamentele mechanismen" die aan dit historische patroon ten grondslag liggen dus als economisch van aard.

Maar ligt daaronder niet nog een sociaalwetenschappelijke laag van sociale mechanismen die meer rechtstreeks uit de menselijke sociale natuur voortkomen? Ik denk even aan al die sociaalwetenschappelijke inzichten die op dit blog voorbijkwamen en die sterk doen vermoeden dat een eenmaal ingezet proces van toenemende ongelijkheid onomkeerbaar wordt. Hier zijn ze. Lees ze en trek je eigen conclusies:
  • Opgroeien in armoede in een welvarende maatschappij werkt negatief uit op de hersenontwikkeling die nodig is voor planning en impuls- en aandachtsbeheersing. Die vermogens helpen bij het succesvol volgen van een opleiding. Arm opgroeien verkleint dus de kans op maatschappelijk succes, waardoor armoede wordt doorgegeven aan kinderen.
  • Armoede gaat gepaard met de stress van zorgen over de toekomst en heeft daardoor negatieve effecten op het cognitieve functioneren. Omdat onze maatschappij een groot beroep doet op ons cognitieve functioneren, verkleint armoede dus de kans op maatschappelijk succes.
  • De stress van armoede en lage sociaaleconomische status heeft negatieve gezondheidseffecten en een slechte gezondheid verkleint de kans op maatschappelijk succes.
  • Een hogere sociaaleconomische status maakt mensen egoïstischer. Waardoor ze meer geneigd zijn tot inspanningen om de bestaande ongelijkheid, die in hun voordeel werkt, in stand te houden.
  • Mensen die qua persoonlijkheid aardiger zijn, en dus meer met anderen rekening houden, verdienen minder. Ze zijn minder maatschappelijk succesvol. Omgekeerd: onaardige mensen, die dus egoïstischer zijn, verdienen meer en zijn maatschappelijk succesvoller. En zullen dus meer geneigd zijn om te pogen de bestaande ongelijkheid in stand te houden.
  • Rijken hebben de neiging om bij elkaar in de buurt te gaan wonen (inkomenssegregatie) en vooral met elkaar om te gaan. Dat maakt het makkelijker om opinies te cultiveren die rijkdom moreel rechtvaardigen en die armoede toeschrijven aan individuele en moreel verwijtbare kenmerken ("ze zijn lui"). Waardoor rijken vooral geneigd zullen zijn om de bestaande ongelijkheid in stand te houden.
  • Mensen zijn geneigd om de bestaande ongelijkheid te onderschatten, waarschijnlijk doordat ze er niet goed over zijn geïnformeerd. Daardoor zullen dus degenen die minder ongelijkheid zouden willen, zich minder inspannen om die terug te dringen dan wanneer ze wel goed geïnformeerd waren.
  • Mensen die hun inkomen zien groeien doordat ze geld hebben gewonnen in een loterij, stemmen politiek gezien rechtser. Een inkomenstoename maakt rijker en doet mensen dus bijdragen aan politieke partijen die de bestaande ongelijkheid in stand willen houden.
  •  De rijken zijn machtiger dan de armen. En gevoelens van macht maken mensen minder empathisch. Dus leven rijken zich minder goed in in het lot van de armen. En zullen ze zich dus minder inspannen om dat lot te verlichten.
  • De rijkaards zijn succesvol geweest in de maatschappelijke statuscompetitie. En winnaars in een statuscompetitie hebben de neiging om neer te kijken op de verliezers en hen zelfs te vernederen. En dus om de bestaande ongelijkheid te rechtvaardigen. En verliezers hebben de neiging om zich daarbij neer te leggen in plaats van in opstand te komen.
    Bij al die aanwijzingen is er nu de studie Noblesse Oblige? Social Status and Economic Inequality Maintenance among Politicians bijgekomen. De onderzoekers laten zien dat (Amerikaanse) politici met een groter financieel vermogen meer tegen gelijkheidsbevorderende wetsvoorstellen stemden dan hun minder rijkere collega's. Je moet in het Amerikaanse politieke stelsel al flink rijk zijn, of de belangen van rijke vriendjes behartigen, om een verkiezingscampagne te kunnen bekostigen. Maar ook dan nog zijn het de rijksten onder hen die het meest tegen meer gelijkheid stemmen. Dit verband gold overigens alleen voor de Democraten. De Republikeins politici zijn sowieso tegen meer gelijkheid.

    Kan het zijn dat de instituties van de democratie te zwak zijn om een redelijke mate van gelijkheid in stand te houden? En is de toename van ongelijkheid een zichzelf versterkend proces? Zodat alleen revoluties, als die er al komen, daar verandering in kunnen brengen. Tot daarna het hele proces zich herhaalt. Een sombere gedachte.

    maandag 4 juli 2016

    Een wetenschappelijk waagstuk: de herintroductie van evenwichtige mensen die niet alleen aan zichzelf denken

    Ik moest er hard om lachen. Over dat geniaal bedachte, op het eerste gezicht serieus ogende bericht dat wetenschappers zijn begonnen met het waagstuk om evenwichtige mensen die niet alleen aan zichzelf denken voorzichtig, langzaam en gecontroleerd te herintroduceren in de maatschappij.

    Deze mensensoort lijkt immers steeds
    meer uit de populatie te verdwijnen. Daarom hebben onderzoekers van de Cornell Universiteit die gespecialiseerd zijn in het behoud van soorten de afgelopen 18 jaar exemplaren van deze soort in een toevluchtsoord verzorgd en beschermd tegen de buitenwereld.

    Nu proberen ze om deze evenwichtige, zachtaardige soort, die er toe neigt om eerst na te denken alvorens iets te zeggen of te doen en die niet alleen aan zichzelf denkt, in de maatschappij te herintroduceren. Naar schatting waren er op een gegeven moment nog maar 150 exemplaren in de populatie aanwezig.

    De herintroductie moet uiteraard heel voorzichtig gebeuren, met de vinger aan de pols. Een van de onderzoekers:
    “Obviously, we have taken great precautions before releasing these individuals into an environment where demonstrations of good sense, open-mindedness, and basic human empathy are perceived as signs of weakness and quickly preyed upon,” said Adelson, who noted that to ease the transition during their first month acclimating to society, the endangered population would be kept away from television, the internet, advertisements, and all other forms of media. “For example, we’ve trained them for the inevitable encounters they will face with large groups of people incapable of separating emotions from arguments.”

    “It hasn’t been easy,” Adelson continued. “Last month, members of our trial group were confronted by several aggressive and predatory individuals, and another was nearly torn apart by angry hordes on social media within just 48 hours of being reintroduced into a metropolitan area, forcing us to bring them back to our refuge immediately.”
    Het is een goede grap, maar wel een met een wrange bijsmaak. Want er is een kern van waarheid. In de onophoudelijke strijd tussen de neiging tot statuscompetitie en die tot gemeenschapsgedrag, lijkt nu al tientallen jaren de statuscompetitie en het narcisme aan de winnende hand.

    En omdat mensen zich bij de keuze tussen het ene dan wel het andere gedrag sterk laten leiden door het gedrag van anderen, kun je in een evenwichtstoestand van alleen maar statuscompetitie terecht komen. Waar je maar heel moeilijk weer uitkomt. En waarin dat gemeenschapsgedrag dus alleen nog zeer marginaal aanwezig is. Denk even aan De neiging tot gemeenschapsgedrag is goed voor je (maar dat zou er van af kunnen hangen met wie je omgaat) en denk ook weer even aan de Dual-Mode theorie.

    zondag 3 juli 2016

    Zondagochtendmuziek - Brahms: 'Sechs Lieder, op. 85' and 'Vier Lieder, op. 96' - Ian Bostridge...

    Ian Bostridge was voor het eerst gast op Janine Jansens Internationaal Kamermuziekfestival in Utrecht. Hier zingt hij liederen van Brahms tijdens het openingsconcert.

    Daar was ik niet bij. Wel bij de twee concerten op donderdag, waar hij liederen van Louis Spohr en Ralph Vaughan-Williams zong.

    Waar ik ook niet bij was: zijn uitvoering van Schuberts Winterreise. Maar dat was zelfgekozen, omdat ik na het lezen van dat prachtige boek Schuberts Winterreise. Een meesterwerk ontleed, waarin Bostridge lied voor lied ingaat op betekenis, interpretatie en uitvoering, wel eens wat anders wilde. Maar wat een prachtig boek! Op Youtube kun je trouwens deze uitvoering van Winterreise bekijken. En indrukwekkend, maar vooral schrijnend, mooi is deze door David Alden verfilmde uitvoering.

    Maar hier dus Brahms:

    vrijdag 1 juli 2016

    Hèt probleem van nu is niet Brexit, maar de Duitse dovemansoren - Over Eucken en Schacht

    Het zijn bizarre tijden. Tijden waarin de traditionele media nauwelijks meer een toegang verschaffen tot wat er zich echt in de wereld afspeelt.

    Neem nu de overvloed aan aandacht voor Brexit. Dat wekt de indruk dat er in Europa niets belangrijkers dan dat aan de hand is. Hoewel de negatieve gevolgen daarvan op de lange termijn zeker zullen optreden, is er op de korte termijn weinig reden voor al die ophef. Zie Paul Krugman daarover.

    Vele malen belangrijker zijn de Duitse dovemansoren. Het van misplaatste moraliteit doordrenkte Duitse economische denken domineert het Europese economische beleid. Zie eerder
    Hoe de Duitse dovemansoren te verklaren? Over economie en moraliteit. Dat zulks heeft kunnen gebeuren, is zowel een gevolg van het zelfgekozen intellectuele isolement van de Duitse economen en politici als van het falen van de overige Europese leiders in het bieden van tegenwicht.

    De gevolgen zijn rampzalig. Lees nog even, mocht je daarover twijfelen, Over het naderende einde van de eurozone - en over de fantasiewereld waarin de euro werd uitgedacht.
    Update. Zie vandaag ook: European Central Bank Says Austerity Is Three Times as Bad as Brexit. Update. En zie een dag later dit interview met Piketty: "Deutschland trägt die Hauptschuld am Brexit".
    Biagio Bossone en Stefano Sylos Labini gaan vandaag op Vox in op de wortels van dat Duitse intellectuele isolement (Macroeconomics in Germany: The forgotten lesson of Hjalmar Schacht). Ze sluiten aan bij dit prachtige artikel van Peter Bofinger, lid van de Duitse Sachverständigenrat fúr Wirtschaft en daarin een hoognodige dwarsligger: German macroeconomics: The long shadow of Walter Eucken.

    Bofinger legt daarin uit dat het Duitse economische denken sterk is beïnvloed door het werk van Walter Eucken (1891-1950). Hij gaat daar gedetailleerd op in, maar ultrakort samengevat komen Euckens ideeën er op neer dat je als overheid altijd naar begrotingsevenwicht en prijsstabiliteit moet streven en er voor de rest voor moet zorgen dat de markt zijn evenwichtstoestand kan bereiken. 

    En dat laatste doe je door, jawel, "structurele hervormingen". Dereguleer de arbeidsmarkt en dring de invloed van de vakbonden terug. Als de werkloosheid toeneemt, dan moeten de lonen omlaag. Niets aan doen dus. In geen geval als overheid een beleid voeren ten behoeve van volledige werkgelegenheid.

    Hoe bekend klinkt dat nu, in 2016, in de oren. Bofinger wijst er op dat Eucken nergens inging op het werk van Keynes en dat dat intellectuele isolement dus een vast bestanddeel lijkt te zijn van het Duitse economische denken. En daar hoort bij dat alle empirische aanwijzingen voor het succes van een beleid gericht op volledige werkgelegenheid halsstarrig worden genegeerd. Duitse dovemansoren.

    Het zou heel anders kunnen en daar wijzen Bossone en Labini op. Want er is in de Duitse geschiedenis ook de les van de economische politiek van Hjalmar Schacht in de jaren 30. 

    Die was, we weten het, door Hitler aangesteld toen die aan de macht kwam. En Schacht doorbrak het deflationaire beleid van de regering-Brüning, dat zoveel overeenkomsten vertoont met de huidige bezuinigingspolitiek. Hij gaf, tegen nieuw geproduceerde goederen, zogenaamde MEFO-wissels uit, die door de Reichsbank gegarandeerd werden en verhandeld konden worden. Met dat nieuwe "geld" werd de economie zo aangejaagd, helaas vooral ten behoeve van de voorbereiding op de oorlog, dat binnen een paar jaar de massawerkloosheid was teruggedrongen.
    Terzijde: toevallig las ik, al weer een half jaar of zo geleden, The Wages of Destruction. The making and breaking of the Nazi economy van Adam Tooze. Dat was een hele klus: 800 pagina's lang, met veel details en uitstekend gedocumenteerd. Maar zeer de moeite waard. Ik sloeg p. 43 op, waar Tooze uitlegt hoe een economie met onbenutte productiecapaciteit door het creëren van geld kan worden aangejaagd.
    Toen Schacht in 1938 dit beleid wilde stoppen, omdat volledige werkgelegenheid was bereikt en inflatie dreigde, werd hij door Hitler aan de kant gezet. Het was Hitler om andere dingen te doen dan om een goed lopende economie en het welzijn van de Duitse bevolking.

    Los van de context van het Hitler-bewind, is wat Schacht voor elkaar kreeg een geval van een deflationaire economie met massawerkloosheid weer aan de praat krijgen. Bossone en Labini over de les die daaruit valt te trekken:
    Such was the economic policy that allowed Germany to regain monetary sovereignty and finance its reconstruction in the interwar period – an ante litteram case of unconventional money-financed fiscal expansion. It enabled a national economy to exit a long and deep depression, and to attain non-inflationary full employment in a short span and with no use of price controls or rationing (Stucken 1953).7 In only five years, Schacht’s programme transformed a bankrupt state into Europe’s strongest economy (Emry 1982).

    It is quite unfortunate that Schacht’s lesson was lost while Eucken’s paradigm carried the day. Schacht’s programme resembles a variation of the ‘helicopter money’ policy and its free-lunch effects (Bossone 2016), which several economists today consider an effective demand management tool for fiscally constrained economies trapped in deep depression.
    Hoe dan te verklaren dat de Duitsers zo vasthouden aan hun Walter Eucken? Daar is een eenvoudige verklaring voor. Ze hebben niet door, of weigeren door te hebben, dat de voorschriften van Eucken sloegen op een kleine, open economie die er op kan vertrouwen dat de rest van de wereld voorziet in voldoende vraag naar zijn producten. Dan hoef je inderdaad geen vraagbeleid te voeren om je economie aan de praat te houden. Eucken kon dus doen alsof vraagproblemen altijd onbelangrijk zijn.

    Maar de Duitse economie is al lang niet meer klein, zeker niet als onderdeel van de eurozone. Dat maakt dat het Duitse Walter Eucken-beleid precies datgene creëert wat zich in de eurozone nu al jaren afspeelt: groeiende divergentie tussen perifere en kernlanden, deflatie, massawerkloosheid en economische stagnatie.

    Waar uiteindelijk ook de Duitse economie aan te gronde gaat. Want de economie is een kringloop en ergens moet de vraag vandaan komen.

    woensdag 29 juni 2016

    Geloof in de enige God als bescherming tegen bestaansonzekerheid - Een biologische antropologie van de Bijbel - 12

    Ga er even voor zitten en probeer je eens echt voor te stellen hoe mensen de overgang van jagen-verzamelen naar de landbouwsamenleving beleefd moeten hebben.

    Hoe zo? Was dat dan zo ingrijpend?

    Ja, dat was het zeker. Het was, om met Jared Diamond te spreken, de grootste vergissing die de mensheid gemaakt heeft. Want wat waren de gevolgen?

    Door permanente vestiging en eigendom ontstonden maatschappelijke en sekse-ongelijkheid, conflicten en oorlogen. Door het zich blijvend vestigen ontstonden problemen op het vlak van hygiëne en een grotere vatbaarheid voor besmettingsziektes. Dat werd versterkt door het dicht opeen gaan wonen met huisdieren en vee.

    En het leven van de opbrengsten van landbouw leidde weliswaar tot door de tijd genomen hogere gemiddelde opbrengsten per eenheid arbeid, maar oogsten konden ook mislukken. Plots konden hongersnoden ontstaan.

    Door de overgang naar landbouw leerde de mensheid voor het eerst rampen en catastrofes kennen. Grote delen van de bevolking konden door een epidemie of een hongersnood of een inval van vijanden weggevaagd worden. Of konden tot slaven worden gemaakt. Nogmaals, ga er voor zitten en stel je voor hoe overlevenden dat moeten hebben ervaren.

    De menselijke behoefte om verklaringen te zoeken, zeker voor iets dat nieuw en onbekend is, ligt aan de bron van het ontstaan van de wereldgodsdiensten ten tijde van de landbouwrevolutie. En aan de bron van de Bijbelverhalen, zoals uiteengezet door Carel van Schaik en Kai Michel in Het Oerboek van de Mens. De evolutie en de Bijbel. Zie hier voor het vorige bericht in deze reeks.

    In hoofdstuk 7 (Mozes: Gods wil wordt wet) gaan Van Schaik en Michel in op "de overvloed aan wetten, regels, aanwijzingen" in de vier Mozes-boeken. Waar kwamen al die wetten vandaan? Waarom?

    Ze kwamen er uit voort dat mensen in hun wanhoop niet in staat waren om een andere verklaring voor die rampen en catastrofes te vinden dan dat iemand, een naar de menselijke psychologie gemodelleerd opperwezen, door menselijke misstappen ontstemd was geraakt. Rampen en catastrofes waren straffen:
    Wat de Thora ons voorschotelt berust op een simpele vooronderstelling: als een catastrofe of een ziekte een straf is van God, moet daar ook een misstap van een mens aan vooraf zijn gegaan. Niemand straft zonder dat daar een reden voor is. Het gaat er om die reden te ontdekken teneinde te verhinderen dat God opnieuw getart wordt.
    Bovendien nam daarmee de behoefte toe aan een opperwezen als enige God. Het geloof in één God maakte het immers makkelijker om zijn beweegredenen te doorgronden. Met een heel leger van goden was dat veel te ingewikkeld. Tegelijk maakte de omvang van de rampen en catastrofes die ene God tot ene wel heel grote en machtige.

    En daardoor ontstonden de wetten van de eerste categorie, die van de bescherming tegen onderling geweld ("Heb uw naasten lief"), van de tweede categorie, bescherming tegen ziektes, van de derde categorie, bescherming van Gods ordening, van de vierde categorie, bescherming tegen het ongewisse, en van de vijfde categorie, die van de offerpraktijken.

    Er valt natuurlijk veel meer over te zeggen, maar mij viel in dat in feite met de overgang naar de landbouwsamenleving het probleem van de bestaansonzekerheid de mensheidsgeschiedenis binnenkomt. En dat misschien vanaf dat moment het overgrote deel van alle menselijke individuele en collectieve inspanningen er op gericht is om die bestaansonzekerheid terug te dringen. Om die ene grote vergissing maar weer zoveel als mogelijk te herstellen.

    Toegegeven, het is een flinke sprong, maar wat dat aangaat staat die discussie over morele intuïties en het basisinkomen in een heel lange historische ontwikkeling.

    De afbeelding (Mozes toont de wetstafelen, Noordelijke Nederlanden, eerste kwart zeventiende eeuw) is onderdeel van de collectie van het Museum Catharijneconvent, Utrecht.