dinsdag 17 oktober 2017

In een democratie kun je de nieuwsvoorziening niet zomaar aan de markt, en dus aan het grote geld, overlaten.

We kunnen er niet om heen: het functioneren van een democratie is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de media. Dat blijkt te gelden voor sociale media, nu we steeds meer aanwijzingen krijgen voor Russische inmenging via Facebook in de Amerikaanse verkiezingen ten nadele van Hilary Clinton en ten gunste van Donald Trump.

Maar het geldt ook voor de massamedia, dus voor televisie, radio en kranten. Zie het bericht Door slechte media hebben we slecht geïnformeerde kiezers die slecht geïnformeerde leiders kiezen.

Eerder dit jaar was er ook het onderzoek Bias in Cable News: Persuasion and Polarization, dat een inschatting maakt van de invloed van Fox News Channel op het stemgedrag van de Amerikanen. Fox is, sinds 1996,  het televisienetwerk van de mediamagnaat Rupert Murdoch, die de Republikeinse partij openlijk ondersteunt.

De onderzoekers voerden een inhoudsanalyse uit van de nieuwsprogramma's van Fox (en van CNN en MSBNC) en komen inderdaad tot de conclusie dat het "nieuws" van Fox eenzijdig en partijdig is, dat wil zeggen sterk in het voordeel van de Republikeinse partij en van Donald Trump gebracht wordt.

En dat blijkt het verwachte en door Murdoch gewilde effect te hebben gehad. Het kijken naar Fox heeft in toenemende mate bijgedragen aan het percentage Republikeinse kiezers, van 0.46 procentpunt in 2000 tot 6.34 procentpunt in 2008.

Die invloed zal er zeker ook geweest zijn op de verkiezing van Donald Trump. Denk aan de banden die Trump en Murdoch onderhouden: Donald Trump en Rupert Murdoch: Inside the Billionaire Bromance.

In een democratie kun je de nieuwsvoorziening niet zomaar aan de markt, en dus aan het grote geld, overlaten.

zondag 15 oktober 2017

Zondagochtendmuziek - Nashville Jam "Worried Man Blues"

De tekst kan ik niet goed volgen, maar de titel sprak me om een of andere reden aan. Update. Even gegoogeld en de tekst gevonden. Hij staat hieronder. De muziek is van niemand minder dan Woody Guthrie!

En ja, zo nu en dan moet ik wat Americana luisteren. Een min of meer geheime liefde.



Worried Man Blues
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
I'm worried now, but I won't be worried long
I went across the river and I laid down to sleep
I went across the river and I laid down to sleep
I went across the river and I laid down to sleep
When I woke up, I had shackles on my feet
Twenty-one links of chain around my leg
Twenty-one links of chain around my leg
Twenty-one links of chain around my leg
And on each link, is initial of my name
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
I'm worried now, but I won't be worried long
I asked that judge, what's gonna be my fine
I asked the judge, tell me, what's gonna be my fine
I asked the judge, tell me, what's gonna be my fine
Twenty one years on the Rocky Mountain Line
Twenty-one years to pay my awful crime
Twenty-one years to pay my awful crime
Twenty-one years to pay my awful crime
Twenty-one years and I still got ninety-nine
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
I'm worried now, but I won't be worried long
If anybody ask you, "Well who made up this song?"
If anybody ask you, "Well who made up this song?"
If anybody ask you, "Well who made up this song?"
Tell 'em t'was me and I done been here and gone
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
It takes a worried man to sing a worried song
I'm worried now, but I won't be worried long
Songwriters: A.P. Carter

vrijdag 13 oktober 2017

Als je hoort dat anderen minder vlees zijn gaan eten, ga je zelf ook minder vlees eten

Mensen zijn sterk sociaal beïnvloedbaar. Dat wil zeggen dat ze sterk geneigd zijn om te doen wat ze anderen zien doen.

Daardoor kan een gedrag dat negatieve gevolgen heeft en dat we dus eigenlijk minder zouden moeten doen, blijven voortbestaan als het nu eenmaal veel voorkomt.

Neem al dat gedrag dat slecht is voor het milieu. Zoals het eten van veel vlees. Vlees is met het toenemen van de welvaart gedurende de vorige eeuw een vast en groot bestanddeel geworden van ons dieet. Maar het is steeds duidelijker geworden dat we daarmee een aanzienlijke bijdrage leveren aan de opwarming van de aarde. Bovendien zijn er gezondheidsredenen om minder vlees te eten.

Toch is de vleesconsumptie nog steeds aanzienlijk. De informatievoorziening over de negatieve effecten van vlees eten is er wel, maar lijkt weinig invloed te hebben. Mensen lijken meer beïnvloed te worden door de zogenaamde descriptieve norm: de informatie over hoeveel anderen vlees eten. Zolang vlees eten zo veel voorkomt, "normaal is", zijn er maar weinig die hun eetgedrag veranderen.

Ook al weten ze dat veel vlees eten eigenlijk niet goed is. In termen van de focus theory of norms van Robert Cialdini en anderen: descriptieve informatie (over wat anderen doen) heeft vaak meer effect dan normatieve informatie (over wat goed is om te doen). Denk in dit verband (omgekeerd) ook aan de aanstekelijkheid van pro-sociaal gedrag, zoals in de berichten De kracht van "wat anderen doen" en Pro-sociaal gedrag is aanstekelijk - Nieuwe aanwijzingen.

Hoe kun je dan in een toestand waarin iedereen doet wat eigenlijk niet zou moeten, mensen toch overhalen om hun gedrag te veranderen? Dat was de vraag die de onderzoekers zich stelden in de studie Dynamic Norms Promote Sustainable Behavior, Even if It Is Counternormative. In een reeks van experimenten gingen ze na of het helpt als je mensen vertelt hoeveel anderen ertoe zijn overgegaan om hun gedrag te veranderen.

Hun redenering was dat mensen die verandering gaan zien als een voorbode van wat in de toekomst normaal zal zijn. En dat ze door het voorbeeld dat anderen geven een minder hoge drempel ervaren om zelf hun gedrag te veranderen.

De uitkomsten van die experimenten komen met deze gedachtegang overeen. Zo is er het experiment waarbij bezoekers van een universiteitscafetaria die in de rij staan voor de lunch kort werden geïnterviewd, zogenaamd over consumentenvoorkeuren. Daarbij kregen ze oftewel te horen dat 30 procent  probeert minder vlees te eten oftewel dat 30 procent in de laatste vijf jaar is begonnen met te proberen minder vlees te eten. (Daarnaast was er nog een controlegroep die iets anders te horen kreeg.)

De onderzoekers konden vervolgens nagaan wat iedereen voor lunch ging gebruiken en in het bijzonder wie een vegetarische lunch nam. De resultaten zie je hieronder.


Degenen die te horen hadden gekregen dat 30 procent was begonnen met minder vlees te gaan eten (rechterstaafje) namen significant meer een vegetarische lunch dan de andere twee groepen.

Dat laat dus zien hoe je kunt ontsnappen uit zo'n toestand waarin iedereen doet wat je eigenlijk niet zou moeten doen. Maak vooral goed bekend hoeveel anderen, als er zulke voorlopers zijn, al hun gedrag hebben veranderd.

donderdag 12 oktober 2017

Alleen in landen met minder sociale zekerheid maakte de Crisis jongeren competitiever en minder universalistisch

We wisten al dat mensen door het ervaren van een economische crisis onzekerder worden en daardoor minder vrijgevig. Zie Economische crises maken mensen onzeker en daardoor minder vrijgevig.

Er is nu nieuw onderzoek dat ons inzicht in dit verband vergroot. Het gaat om de studie Changes in Young Europeans’ Values During the Global Financial Crisis, waarin werd nagegaan wat de uitwerking is geweest van de Grote Financiële Crisis van 2008-2010 op wat Europese jongeren in het leven belangrijk vinden.

Bij wat mensen in het leven belangrijk vinden, gaat het om de tien fundamentele waarden van de sociaal-psycholoog Shalom Schwartz (zie ook het bericht Waardenoverdracht ouders-kinderen is vooral genetisch - meer over de mythe van de opvoedbaarheid).

Hier staan die waarden opgesomd, met in de tweede kolom de bijbehorende doelen. (Volg de link in de vorige zin voor het plaatje waarin hun onderlinge samenhang in een cirkel is afgebeeld.)


De onderzoekers analyseerden de data voor de groep 16- tot 35-jarigen van de zeven tweejaarlijkse rondes (2002 - 2014) van de European Social Survey met representatieve steekproeven van 16 Europese landen. Daarbij waren ze erin geïnteresseerd of het wat zou uitmaken of er in een land een meer of juist minder ontwikkelde verzorgingsstaat is. Ze gebruikten daarvoor de OECD-index voor de omvang van de sociale zekerheidsuitgaven.

Wat me in de resultaten in het bijzonder opviel is dat na de Grote Financiële Crisis in landen met minder sociale zekerheid de jongeren minder universalistisch werden, zeg maar, minder pro-sociaal voor anderen in het algemeen. Terwijl je het tegenovergestelde ziet gebeuren in landen met meer sociale zekerheid.

Dit komt overeen met het gegeven dat onzekerheid mensen minder vrijgevig maakt. Dat ging overigens samen met een toename van de bereidheid om je naasten bij te staan (Benevolence), die juist in landen met meer sociale zekerheid groter was. Dat laatste lijkt te bevestigen dat de verzorgingsstaat en onderlinge hulpverlening samen op gaan.

Dat de jongeren juist in landen met minder sociale zekerheid minder universalistisch werden zou eraan kunnen liggen dat ze meer bedreigingen gingen zien en dat daardoor de waarden van de statuscompetitie (Achievement en Power) in belang toenamen. Want dat laatste was inderdaad het geval en precies alleen in de landen met minder sociale zekerheid.

Zo krijg je een goed inzicht in het belang van de verzorgingsstaat voor het tegengaan van de negatieve effecten van financiële crises. Crises kunnen zich nu eenmaal voordoen en ze hebben negatieve gevolgen voor wat mensen in het leven belangrijk vinden. De verzorgingsstaat is ervoor bedoeld om die gevolgen tegen te gaan en dat blijkt te werken.

dinsdag 10 oktober 2017

De neoliberale overheid neemt je je waardigheid af

Macron wil in Frankrijk voor elkaar krijgen wat in Duitsland en Nederland, met steun en zelfs enthousiasme van de sociaal-democraten, al gelukt is: het neoliberaal "hervormen" van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid, zodanig dat het de pechvogels die op een uitkering zijn aangewezen zo moeilijk mogelijk wordt gemaakt.

De neoliberale overheid is er immers niet meer om volledige werkgelegenheid na te streven. In de plaats daarvan is er de individuele verantwoordelijkheid gekomen voor je eigen employability. Jij moet ervoor zorgen dat je voor een werkgever aantrekkelijk genoeg bent. Jij moet bereid zijn om een rotbaan te accepteren. Als je nog steeds geen werk hebt gevonden, dan heb je je eisen nog niet genoeg naar beneden bijgesteld.

En dus maakt die neoliberale overheid je het leven zuur zolang je nog op een uitkering bent aangewezen. Zolang je "uit de staatsruif eet". Dan vertrouwt die overheid er niet meer op dat jij het recht op bijstand waard bent. En wordt er van jou een tegenprestatie verlangd. Een stap terug naar de tijd van voor 1965, het jaar waarin de Bijstandswet werd ingevoerd. Van genade naar recht, verklaarde de toenmalige minister van Sociale Zaken, Marga Klompé. Nu heeft de politiek vrijwel eendrachtig besloten dat er weer iets terug moet keren van die "genade".

Dat er boosheid doorklinkt in de alinea's hierboven, ja, dat klopt. Het is dezelfde boosheid die door klonk in Zijn we vergeten dat de verzorgingsstaat er vooral ook is om machtsongelijkheid tegen te gaan? en Mensenrechten van bijstandsgerechtigden geschonden?

En het is de boosheid die weer werd opgeroepen door het ontroerende verhaal over de toestand in Duitsland van Anna Mayr op ZeitCampus: Nichtwähler. Hartz IV nimmt dir deine Würde. De journaliste Anna Mayr vertelt daarin hoe ze opgroeide in een gezin dat langdurig op een uitkering (Hartz IV) is aangewezen. En ze vertelt hoe ze zo goed kan begrijpen dat haar ouders tot het grote leger van de niet-stemmers gingen behoren:
Hartz IV garantiert das Allermindeste: eine Wohnung von 89 Quadratmetern für eine Familie mit fünf Kindern. Etwa 250 Euro pro Kind pro Monat, davon sind ungefähr 1,50 Euro für Bildung eingerechnet. Hartz IV garantiert aber eben nicht, dass man dazugehört. Wenn du kein Geld hast, kannst du nämlich abends nicht in Kneipen gehen oder tagsüber ins Café, du kannst deinen Freunden keine Geburtstagsgeschenke machen oder Smalltalk über tolle Urlaubsziele führen. Hartz IV haut dich aus allem raus. Es nimmt dir erst deine Würde, weil du jemanden um Geld bitten musst – den Staat, um ganz genau zu sein: das Jobcenter.
Dann nimmt es dir dein Selbstbewusstsein. Und das führt dazu, dass du keine Chance mehr hast, rauszukommen. Spätestens dann gibst du dich auf. So ist es bei meinen Eltern. Und deshalb gehen meine Eltern nicht wählen. Weil sie sich daran gewöhnt haben, zu schweigen. (....)
Ich sehe es inzwischen so: Je mehr Geld man hat, desto einfacher ist es, sich als Teil dieser Gesellschaft zu fühlen. Wer mehr verdient, hat auch auf dem Wahlzettel mehr Auswahl. Man kann die FDP wählen, wenn man weniger Steuern zahlen will. Oder die CDU, wenn man will, dass alles so bleibt, wie es ist. Oder die Grünen, wenn man zwar viel Geld hat, aber ein schlechtes Gewissen dabei. Oder die AfD, wenn man denkt, die Flüchtlinge sind an allem schuld. Meine Mutter hingegen kann sich auf dem Wahlzettel zwischen den Parteien entscheiden, die Hartz IV eingeführt haben und denen, die es nicht wieder abschaffen wollen. 
Laat die laatste zin even op je inwerken.

maandag 9 oktober 2017

Het gevaar van Donald Trump - Psychiaters waarschuwen

We moeten het onder ogen zien: de democratie kan ook gevaarlijke en psychische gestoorde figuren aan de macht brengen. We hebben dat eerder, in de jaren 30 van de vorige eeuw in Weimar-Duitsland zien gebeuren, toen Adolf Hitler via verkiezingen aan de macht kwam en vervolgens alle democratische organen en instituties buiten werking stelde, omdat ze in de weg stonden van zijn ongebreideld narcisme.

Nu zien we onder onze ogen gebeuren hoe Donald Trump President is geworden van het machtigste land ter wereld. En hoe hij als een gestoorde narcist om zich heen mept, zonder blijk te geven van  enig besef van de grondwettelijke restricties die aan zijn ambt zijn gesteld.

De grote vraag is nu hoe zich dat verder zal ontwikkelen. Zullen de in de Amerikaanse democratie ingebouwde tegenkrachten wel sterk genoeg zijn om deze kwaadaardige egoïst in toom te houden? Je houdt je hart vast.

Dat doen ook de 27 psychiaters en andere deskundigen op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg die hebben meegewerkt aan het, opmerkelijk snel uitgebrachte, boek The Dangerous Case of Donald Trump.

Het zijn niet de minsten die er aan hebben meegewerkt. Volg de link en blader door secties van het boek en door de inhoudsopgave.

Dat zo een boek kan verschijnen, stemt tot enig optimisme. Bedenk dat een soortgelijke publicatie over Erdogan in Turkije waarschijnlijk niet het licht zou zien, net zomin als dat in Rusland over Putin zou kunnen. En denk aan de boekenkasten vol met analyses-achteraf van de persoon Adolf Hitler en zijn omgeving, die dus inderdaad te laat verschenen.

Salon had een paar weken terug dit interview met de psycho-historicus Robert J. Lifton, die het boek voorzag van het voorwoord: The dangerous case of Donald Trump: Robert Jay Lifton and Bill Moyers on “A Duty to Warn”. Een citaat:
We have a duty to warn on an individual basis if we are treating someone who may be dangerous to herself or to others — a duty to warn people who are in danger from that person. We feel it’s our duty to warn the country about the danger of this president. If we think we have learned something about Donald Trump and his psychology that is dangerous to the country, yes, we have an obligation to say so. That’s why Judith Herman and I wrote our letter to The New York Times. We argue that Trump’s difficult relationship to reality and his inability to respond in an evenhanded way to a crisis renders him unfit to be president, and we asked our elected representative to take steps to remove him from the presidency.
En:
What we put forward as self-evident and normal may be deeply dangerous and destructive. I came to that idea in my work on the psychology of Nazi doctors — and I’m not equating anybody with Nazi doctors, but it’s the principle that prevails — and also with American psychologists who became architects of CIA torture during the Iraq War era. These are forms of malignant normality. For example, Donald Trump lies repeatedly. We may come to see a president as liar as normal. He also makes bombastic statements about nuclear weapons, for instance, which can then be seen as somehow normal. In other words, his behavior as president, with all those who defend his behavior in the administration, becomes a norm. We have to contest it, because it is malignant normality. For the contributors to this book, this means striving to be witnessing professionals, confronting the malignancy and making it known.

zondag 8 oktober 2017

Zondagochtendmuziek - CLIFFORD CURZON SPIELT DIE LETZTE KLAVIERSONATE VON FRANZ SCHUBERT D 960

Ik luisterde een paar dagen geleden met een half oor naar Podium op Radio 4, toen Hans Haffmans in de rubriek Gouwe Ouwe Clifford Curzon (1907-1982) Schubert liet spelen..

O ja, dacht ik, ik moet weer eens naar Clifford Curzon luisteren. Ik zette mijn koptelefoon op en liet de Impromptus en de Moments Musicaux voorbijkomen. En wist toen weer meteen dat je Schubert niet mooier kunt spelen dan Curzon doet.

En ik vroeg me af of er eigenlijk ook beeldmateriaal van hem is. En ja, natuurlijk is dat er. Hier speelt hij de laatste pianosonate (D960) van Schubert. Mooier en indringender dan die toch ook geweldige uitvoeringen door Paul Lewis en Alfred Brendel.



woensdag 4 oktober 2017

Over Las Vegas. En over hoe de Republikeinen een eind maakten aan het onderzoek naar de effecten van wapenwetgeving

Nu we weer zijn geconfronteerd met een massale schietpartij (mass shooting), nu in Las Vegas, waar de 64-jarige Stephen Paddock vanuit een hotelsuite erop los schoot in het publiek van een openluchtconcert, dringt zich opnieuw de vraag op wat de sociale wetenschappen te bieden hebben om dit gruwelijke gedrag te verklaren.

Eerder stond ik stil bij wat we menen te weten over de meer algemeen-maatschappelijke achtergronden van massale schietpartijen. Zie
In ongeveer dezelfde lijn is er nu naar aanleiding van Las Vegas de bijdrage van Raj Persaud en Adrian Furnham: Inside the Mind of the Mass Shooter.

Maar een belangrijk deel van de verklaring heeft natuurlijk ook te maken met de beschikbaarheid van wapens. De Verenigde Staten neemt wat dat wapenbezit betreft een unieke en treurige positie in. (Ook al was er in 2013 het bericht dat het wapenbezit leek af te nemen.)

Dat juist in de V.S. massale schietpartijen zo veel voorkomen, zal er mee samenhangen dat wapens zo gemakkelijk te krijgen zijn. Als je landen vergelijkt, dan dringt zich de samenhang tussen wapenbezit en moord- en doodslag met gebruikmaking van een wapen wel heel erg op. Werp maar even een blik op U.S. Gun Policy: Global Comparisons van Jonathan Masters.

En bedenk dat in Australië na invoering van strengere regels voor wapenbezit, met de mogelijkheid om wapens in te leveren (waardoor meer dan een miljoen wapens konden worden vernietigd), het aantal wapengerelateerde moorden met meer dan de helft daalde. En nee, de andersoortige geweldsmisdrijven namen niet toe, maar juist ook af. Zie Too Soon For Gun Control, Trump? As Australians, Our Experience Begs to Differ.

Ik was op zoek naar empirisch onderzoek naar de effecten van wapenwetgeving en kwam eigenlijk alleen bij studies terecht uit begin jaren 90 van de vorige eeuw of nog ouder.

En ik wist niet wat ik daar van moest denken. Tot ik even later dit bericht uit de Washington Post van vandaag voorbij zag komen: Why gun violence research has been shut down for 20 years.

Onderzoek naar de effecten van strengere wapenwetten is in de V.S. rond 1996 tot stilstand gekomen. In dat jaar dreigde het door de Republikeinen gedomineerde Congres, onder druk van de National Rifle Association, de financiering van de Centers for Disease Control and Prevention te beëindigen als ze door zouden gaan met onderzoek naar de effecten van wapencontrole. Tegelijkertijd stopte het Ministerie van Justitie met de financiering van zulk onderzoek. De geldkranen werden afgeknepen.

De Republikeinen hebben niet zoveel met wetenschappelijk onderzoek. Klimaatverandering? Willen we liever niets over weten. Gunstige economische effecten van immigratie? Oren dicht.

dinsdag 3 oktober 2017

Ongelijkheid, bestedingscascades, schulden, de Grote Crisis en verstandige linkse regeringen

Inkomensongelijkheid wakkert de vraag naar positionele goederen aan. Met de aanschaf van een positioneel goed  (of statusgoed) laat je zien welke positie je inneemt in de statushiërarchie. Dat betekent dat statusgoederen schaars zijn en voor de meesten te duur.

De rijkaards aan de top kunnen zich een duur huis op een dure locatie veroorloven. Voor de iets minder rijken wordt daardoor een duur huis op een dure locatie aantrekkelijk om ook aan te schaffen. Ze zullen daar iets minder goed in slagen, maar lokken daardoor wel hetzelfde gedrag uit bij de nog iets minder rijken. En zo gaat dat door tot in de lagere regionen van de inkomenspiramide.

Zulke "bestedingscascades" vormen een mechanisme dat uitlokt tot geld lenen. Zoals in de vorm van hypotheken, studieleningen en consumptief krediet. De banken en andere kredietverschaffers komen daar natuurlijk graag aan tegemoet. Sterker, ze worden erdoor geprikkeld om bij de politiek deregulering van hun sector te bepleiten. Zodat ze meer hun gang kunnen gaan.

Daarmee kom je dus op de gedachte dat de toename van inkomensongelijkheid heeft bijgedragen tot de toename van de private schulden en uiteindelijk tot de kwetsbaarheid van het financiële systeem en het uitbreken van de Grote Financiële Crisis van 2008-2010.

Dat fenomeen van ongelijkheid die uitlokt tot een "positionele competitie" (of statuscompetitie door middel van consumptie) is al langer geleden beschreven door Fred Hirsch (Social Limits to Growth, 1977) en door Robert Frank (Choosing the Right Pond: Human Behavior and the Quest forStatus, 1985).

Het verbaast niet dat hun werk opnieuw in de belangstelling komt te staan. Zo is er nu de studie Taking Credit: Redistribution and Borrowing in an Age of Economic Polarization van John S. Ahlquist en Ben W. Ansell.

Zij analyseren de data van 18 OECD-landen over de periode 1980-2010. En komen na veel rekenwerk tot een duidelijke conclusie. Het samengaan van toegenomen inkomensongelijkheid en het optreden van de Grote Crisis was geen toeval. En de tussenliggende factor was de door die ongelijkheid uitgelokte toename van private schulden.

Maar wat vinden ze ook? Dat geldt niet voor alle landen in gelijke mate. Landen waarin gedurende langere perioden linkse partijen in de regering zaten, bleken in staat om door herverdelingsbeleid (via belastingen en andere regelingen) dit noodlottige mechanisme te voorkomen. In hun woorden:
rising income inequality and the global financial crisis were perhaps the two biggest economic stories of the first decade of the twenty-first century. We argue that their joint emergence was not a coincidence, but neither was it inevitable. In fact, greater levels of borrowing appear closely related to changes in income inequality, but only in those countries where left-wing government is less frequent. We interpret this finding as reflecting long-run, systematic, and partisan differences in redistributive efforts. Redistribution, in turn, dampens the positional consumption incentives produced by stagnant real wages at the middle and bottom of the income distribution, and by rising incomes at the top. Thus, in countries with histories of left-wing government and substantial redistribution, rising inequality failed to produce an associated surge in borrowing. In countries where both left-wing government and redistribution were less prevalent, inequality and credit rose together.
Dat linkse beleid van herverdeling was dus buitengewoon verstandig. Merkwaardig toch dat mensen na de Grote Crisis zo massaal op rechtse partijen zijn gaan stemmen.

maandag 2 oktober 2017

Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd?

Donderdag a.s. geef ik onder de titel Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? een presentatie op het Jaarcongres van het Trendbureau Overijssel in Deventer.

Zie hier het programma, de locatie en mogelijkheid tot aanmelden: JAARCONGRES 2017.

En bekijk hier de powerpoint.

Samenvatting
Terwijl een gevoel van bestaanszekerheid een fundamentele behoefte is, is de bestaansonzekerheid de laatste decennia toegenomen. Er zijn aanwijzingen voor de negatieve gevolgen daarvan, zowel op het persoonlijke vlak als op het vlak van de maatschappelijke verhoudingen. De oorzaken van deze ontwikkeling zijn voor een flink deel toe te schrijven aan in het verleden gemaakte politieke keuzes. Dat wijst op de wenselijkheid van een politieke herbezinning.
De presentatie is een uitwerking van en vervolg op het Essay De lokale verzorgingsstaat: bestaanszekerheid in het geding, dat als hoofdstuk is opgenomen in het boek dat donderdag gepresenteerd wordt.
Update. Hoofdstuk 3 in: Hans Peter Benschop (red.), Nieuwe tegenstellingen. Wat doen we ermee? Den Haag: Boom bestuurskunde.