donderdag 26 april 2018

Dreumesen schieten meer te hulp als iemand het goede voorbeeld heeft gegeven

We weten al dat je met pro-sociaal gedrag aan anderen het goede voorbeeld geeft. Pro-sociaal gedrag van de een lokt pro-sociaal gedrag van anderen uit. Zie het laatste bericht daarover: Pro-sociaal gedrag is aanstekelijk - Nieuwe aanwijzingen.

Het zou kunnen zijn dat het een natuurlijke neiging van mensen is om pro-sociaal gedrag van anderen te imiteren. Een neiging dus om dat pro-sociale gedrag van anderen op te merken en als aanwijzing te zien dat het in de betreffende omstandigheden het juiste gedrag is.

Een aanwijzing in die richting zou zijn dat die neiging al bij heel jonge kinderen valt waar te nemen. Het onderzoek Modeling Prosocial Behavior Increases Helping in 16-Month-Olds verschaft zo een aanwijzing.

Dreumesen van 16 maanden konden iemand helpen die hulp kon gebruiken, in een geval waarin ze vlak daarvoor iemand hadden zien helpen en in een geval waarin iemand wel aanwezig was, maar niet had geholpen. In beide gevallen ging het om het aanreiken van een of meer van 6 voorwerpjes die iemand nodig had om een taak uit te voeren, die daar niet makkelijk zelf bij kon. In het geval dat ze iemand hadden zien helpen, reikten de dreumesen gemiddeld 3,9 voorwerpjes aan en in het andere geval 1,6, een significant verschil.

In het geval dat de persoon die ze konden helpen die hulp niet echt nodig had, omdat de voorwerpjes binnen handbereik lagen, werd minder geholpen, maar wel meer als de dreumesen iemand anders hadden zien helpen. Dat de behoefte aan hulp een rol speelde, geeft aan dat ze niet alleen maar gedrag imiteerden, maar dat het ook echt ging om pro-sociaal gedrag. Zowel het inzicht van de behoefte aan hulp als het goede voorbeeld speelden dus een rol.

Er is natuurlijk al wel meer onderzoek gedaan naar dit zogenaamde observational learning, maar dan ging het vooral om oudere kinderen en om het leren van nieuwe vaardigheden en om agressief gedrag. Denk aan de sociale leertheorie van Albert Bandura.

Ook is er al veel onderzoek naar spontaan helpen door dreumesen, zoals door Warneken en Tomassello (The roots of human altruism).

Dit nieuwe onderzoek is het eerste dat laat zien dat dreumesen zich bij hun pro-sociale gedrag al iets aantrekken van een goed voorbeeld. Het wijst erop dat we bij het grootbrengen van onze kinderen niet teveel alleen maar moeten vertrouwen op de expliciete instructie ("opvoeden"), maar er vooral ook rekening mee moeten houden dat kinderen zich laten leiden door wat anderen daadwerkelijk doen. Dus door wat ze in hun sociale omgeving waarnemen. Denk aan de mythe van de opvoedbaarheid.

zondag 22 april 2018

Zondagochtendpoezie - Wisława Szymborska: Einde en begin

Vanochtend geen muziek, maar poëzie. Fragmenten uit de documentaire over de Poolse dichteres Wislawa Szymborska (1923 - 2012). Ze kreeg in 1996 de Nobelprijs voor literatuur uitgereikt.

Het Nobelcomité noemde haar de Mozart van de poëzie.

vrijdag 20 april 2018

De actualiteit van een pamflet uit 1848 (het Communistisch Manifest)

We maken een tijd mee waarin het statuscompetitiepatroon bezig is het publieke domein te gaan domineren. Dat houdt in dat "ieder voor zich" de richtlijn wordt voor het handelen in het publieke domein, voor de politiek en het maatschappelijk verkeer. Daarmee gaat samen dat de ongelijkheid sterk toeneemt en dat de democratie in gevaar is. Want hoe ongelijker, hoe groter de invloed van Het Grote Geld op de politieke besluitvorming.

Dat het statuscompetitiepatroon zo domineert, betekent dat dat andere patroon waar mensen individueel en collectief toe in staat zijn, het gemeenschapspatroon, het onderspit delft. De democratie met zijn algemeen kiesrecht en zijn gelijkheidsstreven en de internationale institutionalisering van het idee van mensenrechten zijn pogingen om het gemeenschapspatroon te in wetgeving en verdragen te verwerkelijken. Maar het lijkt erop dat die ontwikkeling, die na de Tweede Wereldoorlog zo hoopvol begon, is overwoekerd door de opkomst van het neoliberale marktdenken en, inderdaad, de ideologie van het "ieder voor zich".

In zekere zin zijn we daarmee terug in de tijd halverwege de negentiende eeuw, toen Karl Marx en Friedrich Engels hun Communistisch Manifest de wereld instuurden. Want dat roemruchte pamflet lijkt ineens weer heel actueel.

Yanis Varoufakis wijst daarop in zijn introductie tot de binnenkort te verschijnen heruitgave ervan. Die introductie kun je nu al, als een long read van The Guardian lezen: Yanis Varoufakis: Marx predicted our present crisis - and Points the way out.

In zijn woorden:
To see beyond the horizon is any manifesto’s ambition. But to succeed as Marx and Engels did in accurately describing an era that would arrive a century-and-a-half in the future, as well as to analyse the contradictions and choices we face today, is truly astounding. In the late 1840s, capitalism was foundering, local, fragmented and timid. And yet Marx and Engels took one long look at it and foresaw our globalised, financialised, iron-clad, all-singing-all-dancing capitalism. This was the creature that came into being after 1991, at the very same moment the establishment was proclaiming the death of Marxism and the end of history.
Boeiende lectuur en, helaas, zeer relevant om het heden te begrijpen. Gezien vanuit de Dual Mode-theorie zijn we op weg naar het evenwicht van het statuscompetitiepatroon en dat is in vergelijking met het evenwicht van het gemeenschapspatroon een sub-optimale toestand. Wat betekent dat het gemeenschapsevenwicht beter tegemoet zou komen aan onze authentieke menselijke behoeften. Zie
Hoe minder statushiërarchie in een land, hoe minder corruptie en hoe meer welvaart en hoe gelukkiger.

Varoufakis aan het eind van zijn introductie:
When everything is said and done, then, what is the bottom line of the manifesto? And why should anyone, especially young people today, care about history, politics and the like?
Marx and Engels based their manifesto on a touchingly simple answer: authentic human happiness and the genuine freedom that must accompany it. For them, these are the only things that truly matter. Their manifesto does not rely on strict Germanic invocations of duty, or appeals to historic responsibilities to inspire us to act. It does not moralise, or point its finger. Marx and Engels attempted to overcome the fixations of German moral philosophy and capitalist profit motives, with a rational, yet rousing appeal to the very basics of our shared human nature.
Key to their analysis is the ever-expanding chasm between those who produce and those who own the instruments of production. The problematic nexus of capital and waged labour stops us from enjoying our work and our artefacts, and turns employers and workers, rich and poor, into mindless, quivering pawns who are being quick-marched towards a pointless existence by forces beyond our control.
Al met al zou het kunnen dat nu, ruim honderdvijftig jaar na het Communistisch Manifest, het kapitalisme op zijn laatste benen loopt. Zie hier voor de economische, maar ook sociaalwetenschappelijke inzichten.

Wat er daarna komt, dat hebben we met zijn allen zelf in de hand.

woensdag 18 april 2018

Hoe minder statushiërarchie in een land, hoe minder corruptie en hoe meer welvaart en hoe gelukkiger

Over deze studie naar het verband tussen "cultuur" en "geluk" (The Happy Culture: A Theoretical, Meta-Analytic, and Empirical Review of the Relationship Between Culture and Wealth and Subjective Well-Being)  is van alles te melden, maar voor nu viel mijn oog op dit plaatje:


Afgebeeld is het verband tussen power distance en subjectief welbevinden (geluk of tevredenheid) per land.

Power distance, een van de zes dimensies waarmee Geert Hofstede culturen onderscheidde, slaat op de mate waarin mensen machts- en invloedsverschillen en daarmee gepaard gaande verschillen in privileges als onvermijdelijk accepteren en zich daarbij neerleggen. Een voorbeeld van een stelling waarmee het wordt gemeten is: “Managers should make most decisions without consulting subordinates.” In termen van het op dit blog gangbare onderscheid tussen statuscompetitie en gemeenschap slaat machtsafstand op een hoge mate waarin de statuscompetitie is neergeslagen in een stabiele statushiërarchie.

Je ziet dat het gemiddelde geluk in een land sterk daalt met een toename van zo'n stabiele statushiërarchie. Kijk even naar de plekken van Nederland en Noorwegen links bovenaan en naar die van landen als Turkije en Hongarije rechtsonderaan.

Uit de analyses blijkt ook dat het verband tot stand komt doordat meer machtsafstand (statushiërarchie) samen gaat met meer corruptie en met lagere welvaart (BNP per hoofd van de bevolking).

Het plaatje is een fraaie illustratie van het inzicht van de Dual Mode-theorie dat mensen toegerust zijn met twee, aan elkaar tegengestelde, natuurlijke sociale gedragspatronen, dat van gemeenschapsgedrag en dat van statuscompetitiegedrag, en dat zulks op collectief niveau kan resulteren in een lage mate van statushiërarchie (en meer gemeenschap) of juist in een hoge mate (en weinig gemeenschap). En van het inzicht dat het eerste "evenwicht" meer welzijn (en meer welvaart) verschaft dan het tweede.

dinsdag 17 april 2018

Door economische bestaansonzekerheid meer succes van rechts-extremistische partijen - Nieuwe aanwijzingen

Nieuw onderzoek bevestigt de vele aanwijzingen voor het verband tussen economische bestaansonzekerheid en het stemmen op rechts-extremistische partijen. Zie voor de al bestaande aanwijzingen de berichten op dit blog achter het label bestaansonzekerheid, in het bijzonder de berichten Toename van aanhang van populistische rechtse partijen hangt samen met toename van ervaren sociale daling, Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? en Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme.

In de nieuwe Zweedse studie Economic Distress and Support for Far-right Parties – Evidence from Sweden laat Sirus Dehdari zien dat 31 procent van de toename van stemmers op de rechts-extremistische Swedish Democrats tussen 2006 en 2010 toegeschreven kan worden aan de toename van ontslagen onder laaggeschoolde, in Zweden geboren, werknemers.

Hij kan dat doen op basis van data over de aantallen ontslagen per kiesdistrict. Zo laat hij ook zien dat het effect onafhankelijk is van hoeveel laaggeschoolde immigranten in een kiesdistrict aanwezig zijn, hoewel het wel sterker is bij een grotere aanwezigheid.

De resultaten wijzen erop dat het vooral de laaggeschoolde werknemers zijn die ertoe neigen om de oorzaken van hun bestaansonzekerheid te zoeken in de toegenomen immigratie. Terwijl het onderzoek er overwegend op wijst dat de economische gevolgen van immigratie neutraal zijn of zelfs positief.

Een en ander zal er mee te maken hebben dat er in het politieke speelveld rechts-extremistische partijen zijn opgedoken die de ontstane kansen hebben aangegrepen en met succes de immigratie-issues zijn gaan uitdragen. Dat in Zweden het anti-immigrantensentiment en de xenofobie niet zijn toegenomen, integendeel juist gestaag zijn afgenomen, wijst erop dat veel van die toegenomen rechts-extremistische stemmen instrumenteel van aard zijn. Laaggeschoolden zijn op zoek naar een oorzaak voor hun precaire situatie en die wordt hen ter rechterzijde aangeboden

Des te opvallender is het onvermogen of de onwil van linkse en centrumpartijen om te wijzen op het gevoerde economische beleid als oorzaak van de toegenomen bestaansonzekerheid onder laaggeschoolden.

zondag 15 april 2018

Zondagochtendmuziek - Mary Gauthier: Iraq

Opnieuw aandacht voor Mary Gauthier. En voor haar nieuwe CD Rifles & Rosary Beads.

Want net bevestigd: Mary Gauthier is dit najaar weer in Nederland. Lees in de laatste Heaven het interview met haar. (Ook een mooi artikel over Chet Baker.)

Op 28 oktober in TivoliVredenburg. En daar zijn Jan en ik natuurlijk bij.

donderdag 12 april 2018

Juist meer pro-sociaal gedrag in en door een meer etnisch diverse omgeving

Mensen zijn in staat tot pro-sociaal gedrag (gemeenschapsgedrag), maar ook tot egoïstisch of zelfs vijandig gedrag (statuscompetitiegedrag).

Bij de, vaak onbewuste, "keuze" tussen deze twee gedragingen laten mensen zich vaak leiden door welk gedrag ze in hun omgeving zien. Als anderen zich overwegend pro-sociaal gedragen, dan is de omgeving veilig en zijn anderen te vertrouwen en dat maakt de kans op pro-sociaal gedrag groter.

Maar als er aanwijzingen zijn dat anderen vooral uit zijn op hun eigen belang, dan is het uit het oogpunt van zelfbescherming maar beter om dat ook te doen, om te voorkomen dat anderen alleen maar van jou profiteren. Zie de berichten op dit blog over de Dual Mode-theorie, zoals Is de mens van nature goed? Ja. Maar hij is ook van nature slecht. Hij is dus van nature flexibel.

In de ingewikkelde en onoverzichtelijke samenleving waarin wij ons bevinden, is het vaak niet zo duidelijk hoe anderen zich gedragen. Soms krijgen we veel signalen van goedgezindheid van anderen, maar soms ook signalen van juist vijandigheid of egoïsme. Voor de verklaring van verschillen in pro-sociaal gedrag, interpersoneel (tussen mensen) en intrapersoneel (tussen tijdstippen bij dezelfde persoon), kan het dus van belang zijn om te letten op welke signalen er voorafgaand aan dat gedrag overheersten.

De nieuwe studie People in more racially diverse neighborhoods are more prosocial kijkt naar signalen die samenhangen met de mate van etnische diversiteit die mensen om zich heen ervaren. De achterliggende gedachte is dat mensen die meer met etnische diversiteit in aanraking komen, minder negatieve vooroordelen hebben tegenover leden van andere groepen ("buitenstaanders"). (Denk aan de contacthypothese.) Waardoor ze een meer inclusief wereldbeeld hebben kunnen ontwikkelen, dat inhoudt dat anderen zijn te vertrouwen, los van de vraag tot welke etniciteit ze behoren. En als de wereld veilig is en anderen zijn te vertrouwen, dan zul je je eerder pro-sociaal gedragen.

Daartegenover: als je weinig contact hebt gehad met buitenstaanders, dan is de kans op negatieve vooroordelen en wantrouwen groter. Je neemt eerder bedreigingen waar en bent dus meer op je hoede. Met een kleinere kans op pro-sociaal gedrag.

De onderzoekers vergeleken in vier deelstudies mensen die meer of minder ervaringen hadden opgedaan met etnische diversiteit. Door in buurten of postcodegebieden of landen te wonen met een verschillende mate van etnische diversiteit. En toen bleek dat etnische diversiteit samen gaat met meer pro-sociaal gedrag. En in een vijfde studie vergeleken ze proefpersonen die zich voorstelden in een etnisch diverse wijk te wonen met proefpersonen die zich voorstelden in een etnisch homogene wijk te wonen. Het bleek toen dat de eersten zich ook voorstelden dat ze zich meer pro-sociaal zouden gedragen en dat dit ermee samenhing dat ze zich meer identificeerden met de gehele mensheid.

Het is een interessant resultaat, dat een beetje optimistisch stemt.

dinsdag 10 april 2018

Door helpen gelukkiger - Alle onderzoek op een rij

Er kwam al eerder op dit blog onderzoek voorbij dat doet vermoeden dat pro-sociaal gedrag een goed gevoel geeft. Zie Te geven is zaliger dan te ontvangen - Maar de gelegenheid maakt de gever en Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen.

Hoewel mensen dat zelf niet altijd goed doorhebben, volwassenen minder dan kinderen, is het niet heel verrassend. Want wij zijn een sociale diersoort, die in de Paleo Sociale Omgeving succesvol heeft weten te overleven door groepsgewijs samen te werken en te delen. En omdat die periode zo ongeveer 98 procent van het bestaan van de mensheid heeft uitgemaakt, zijn wij erop geselecteerd om ons prettig te voelen als we niet alleen aan onszelf denken, maar ook aan anderen.

Er is nu een overzichtsstudie, met een meta-analyse, verschenen die de aanwijzingen versterkt dat we inderdaad van pro-sociaal gedrag gelukkiger worden: Happy to help? A systematic review and meta-analysis of the effects of performing acts of kindness on the well-being of the actor.

De onderzoekers, met Oliver Scott Curry als eerste auteur, verzamelden 27 experimentele studies, waarin het ging om pro-sociaal gedrag dat ook echt werd uitgevoerd, in plaats van dat proefpersonen zich dat voorstelden. In totaal waren er ruim 4000 proefpersonen, waarvan 35 procent mannen, met een gemiddelde leeftijd van 25 jaar. Wat betekent dat de meeste studies onder studenten waren uitgevoerd.

Een voorbeeld van de opzet van zo'n onderzoek is dat de proefpersonen de instructies kregen om gedurende een week elke dag vijf keer iets aardigs te doen voor iemand anders (voor iemand de deur openhouden, een vreemde groeten, iemand helpen met studeren) en daar elke avond verslag van te doen. Een ander voorbeeld is dat de proefpersonen een bedrag aan geld kregen dat ze weg konden geven of voor zichzelf konden houden. In vrijwel alle studies werd de proefpersonen gevraagd hoe gelukkig of tevreden of hoe goed ze zich voelden.

Alles bij elkaar genomen, kwam daar uit dat pro-sociaal gedrag een positief welzijnseffect heeft, dat qua grootte vergelijkbaar is met de effecten van interventies als mindfulness, positive thinking en count your blessings. De onderzoekers daarover:
Together, these results suggest that policy-makers and practitioners are correct to see kindness interventions as effective ways of improving well-being. And they support the general claim that, as social animals, humans possess a range of psychological mechanisms that motivate them to help others, and that they derive satisfaction from doing.

zondag 8 april 2018

Zondagochtendmuziek - Argerich, Freire - Schubert - Rondo in A major, D 951

Gisteren weer eens in het Concertgebouw naar de Matinee geweest. Nelson Freire, die je wel een van de grootste levende pianisten mag noemen, speelde na de pauze het Tweede Pianoconcert van Brahms. Mooi om mee te maken (met dank aan J.en J.).

Freire heeft veel Brahms, Rachmaninoff, Chopin en Liszt op zijn repertoire staan. Over het algemeen niet mijn favoriete pianomuziek. Ik zocht naar iets anders en kwam deze mooie uitvoering tegen, samen met Martha Argerich, van Schuberts Rondo D. 951 voor vier handen. Twee grootheden.

vrijdag 6 april 2018

Zelfverheffing is goed voor je, maar niet als het de narcistische variant is

We leven onder condities van sociale vluchtigheid. Vriendschappen zijn maar weinig stabiel. En daarnaast hebben we vaak wel veel contacten, maar die zijn vluchtig van aard. Dat is een sociale omgeving waarin mensen elkaar niet zo goed kennen, omdat ze niet een lange gemeenschappelijke geschiedenis hebben.

Hoe reageren mensen op sociale vluchtigheid. Enerzijds met pogingen om contacten met anderen aan te gaan en om die te intensiveren. Het gaat er dan om aantrekkelijk te zijn voor anderen, eventueel aantrekkelijker dan je misschien echt bent.

Maar anderzijds lokt sociale vluchtigheid ook gemakkelijk statuscompetitie uit. Anderen zijn tegenstanders in de strijd om status, bewondering en aandacht. In die strijd is het zaak om je sterk en competent voor te doen, sterker en competenter dan je misschien echt bent.

In beide gevallen kan het zijn dat je zelf ook gaat geloven in hoe je je voordoet. Omdat het lastig is altijd iets voor te wenden, ga je zelf geloven in wat je voorwendt te zijn. In de sociaalwetenschappelijke literatuur staat dat bekend als zelfverheffing (self-enhancement). Een extreme variant daarvan, waarbij je jezelf zo verheft dat je op anderen neerkijkt, is narcisme. Zie Narcisten hebben baat bij sociale vluchtigheid.

Is dat verstandig om te doen? In de zin dat je je er beter door voelt?

In zekere zin wel, want je kunt er in de statuscompetitie succes mee hebben. Zelf geloven dat je competent bent, maakt dat je zelfverzekerder overkomt, waardoor anderen gaan geloven dat je ook echt competent bent. Zie Als je maar denkt dat je geweldig bent, dan ga je je zo gedragen dat anderen ook denken dat je geweldig bent.

Maar anderzijds stort je je daarmee in de statuscompetitie en dat levert stress op.

Wat is er bekend over de welzijnseffecten van zelfverheffing? De nieuwe overzichtsstudie Self-Enhancement and Psychological Adjustment: A Meta-Analytic Review geeft daar een antwoord op.

Daaruit komt naar voren dat zelfverheffing goed voor je is in de zin dat je je er beter bij voelt (positive affect) en gelukkiger en tevredener met je leven. De onderzoekers zien dat als een bevestiging van de gedachte dat mensen een fundamentele behoefte hebben om goed over zichzelf te denken.

Maar hoe goed is het om jezelf te verheffen als je ook streeft naar goede relaties met anderen, naar verbondenheid? Als je die verbondenheid met anderen afmeet aan de mate waarin anderen jou waarderen of zich met jou verbonden voelen, dan blijkt dat jouw zelfverheffing, als die meer de kant op gaat van narcisme, juist slecht voor jou uitpakt. Je maakt er geen vrienden mee. Dan gaat het om  de variant van de agentic self-enhancement.

Dat positieve welzijnseffect lijkt dus vooral tot stand te komen door die andere variant van zelfverheffing: jezelf zien als aardiger, warmer, pro-socialer dan je misschien zelf bent (communal self-enhancement).

En dat zou kunnen wijzen op een sociaal selectieproces onder condities van sociale vluchtigheid. Narcistische zelfverheffing leidt er toe dat anderen zich van je afwenden, omdat ze doorhebben dat jij op hen neerkijkt. Daarentegen straal je met pro-sociale zelfverheffing uit dat je verbondenheid met anderen zoekt, waardoor contacten met gelijkgestemde anderen juist gemakkelijk tot stand komen.