woensdag 21 september 2011

De bezuinigingszeepbel

Dat er in Europa en de Verenigde Staten een bezuinigingszeepbel is ontstaan, wordt steeds duidelijker. Maar kunnen al die politici die hem hebben doen ontstaan ("bezuinigen is de oplossing voor al onze problemen!"), nog wel op hun schreden terugkeren? Schaüble, Merkel, Cameron, Rutte? (Obama lijkt de U-bocht gemaakt te hebben.) Paul Krugman is daar pessimistisch over, omdat ze dan zouden moeten toegeven dat ze eigenlijk geen idee hadden waar ze over praatten. Dus: hoe redden ze hun gezicht? Laten we voor de goede afloop maar hopen dat ze daar een antwoord op weten te vinden.

Hoe dan ook, sociaalwetenschappelijk gezien is het niet alleen belangrijk om een zeepbel waar te nemen als hij er is, maar ook om inzicht te hebben in hoe hij is ontstaan. Dat helpt bij het voorkomen er van in de toekomst. In ieder geval de volgende twee inzichten lijken mij van belang.

Het eerste is dat zeepbellen dreigen te ontstaan als mensen te weinig informatie hebben om zelfstandig gefundeerde keuzes te maken. Als ze dan een keuze niet kunnen ontlopen, kopiëren ze het gedrag van anderen. De enkelen die dan als eersten een keuze maken, die ongefundeerd kan zijn, kunnen dan een geweldige invloed hebben. De les hieruit is dat we bedacht moeten zijn op informatietekorten. Die tekorten doen zich meer voor in het publieke domein dan in het persoonlijke domein. In onze persoonlijke leefwereld zijn we voor de meeste beslissingen behoorlijk op de hoogte van de zaken waar het om gaat. Maar als we bij verkiezingen onze stem uitbrengen of als we over een beleidsmaatregel een oordeel vormen, dan zijn we meestal slecht geïnformeerd en dus sterk beïnvloedbaar door het gedrag en de meningen van anderen. Kortom, zeepbellen tref je vooral aan in het publieke domein. Het benadrukt de noodzaak van goed onderwijs, goede voorlichting, persvrijheid en een cultuur waarin mensen het als een morele plicht beschouwen om zich goed te informeren.

Het tweede inzicht is dat mensen allereerst in het persoonlijke domein hun morele overtuigingen verwerven en die niet alleen in dat domein, maar ook in het publieke domein toepassen. In in dat laatste geval kan dat tot problemen leiden. Kan, want vaak is een gedrag dat we in het persoonlijk leven als oneerlijk beoordelen, ook oneerlijk als het publiek gedrag is. Maar het publieke domein is te complex om er altijd met uitsluitend onze moraal uit het persoonlijke domein goed over te kunnen oordelen.

Neem de bezuinigingszeepbel. Een van de meest gehoorde en indruk makende argumenten voor overheidsbezuinigingen is dat de overheid, net als een gezin, niet meer moet uitgeven dan er binnenkomt, "de tering naar de nering" moet zetten. Je mag je zelf en je naasten niet in de problemen brengen, ook al omdat je dan uiteindelijk een beroep op anderen moet doen en dat is moreel verwijtbaar als het te vermijden was geweest. Net zo mag de overheid door te hoge begrotingstekorten geen lasten afschuiven naar volgende generaties.

Maar die analogie tussen een gezin en de overheid heeft mankementen. De overheid beheert een totale economie, is voor zijn inkomsten afhankelijk van hoe goed die economie draait en kan dat beïnvloeden. De situatie kan zich voordoen dat die economie tot stilstand komt doordat consumenten (gezinnen) te weinig hebben te besteden, doordat ze werkloos zijn of bezig zijn met het aflossen van schulden. Er kan dan, als bovendien het renteniveau laag is en de bedrijven zwemmen in het geld, een "liquiditeitsval" bestaan, met als oplossing dat de overheid zijn bestedingen verhoogt, met geleend geld, en daarmee het begrotingstekort verhoogt. Daardoor trekt de economische groei weer aan, trekken de bedrijven weer personeel aan, nemen de inkomens toe, kunnen gezinnen hun schulden aflossen en nemen de belastinginkomsten van de overheid toe. Op de langere termijn kan de overheid het tekort weer verlagen. Maar om in te kunnen zien dat het moreel juiste gedrag voor een gezin niet het moreel juiste gedrag hoeft te zijn voor een overheid, moet je behoorlijk goed geïnformeerd zijn over macro-economische inzichten, die op hun beurt door grondige studie en onderzoek tot stand zijn gekomen. Er is dus veel individuele en collectieve inspanning voor nodig.

Het tragische is dat die politici die inspanning niet hebben kunnen opbrengen.

Update. De fout om dat wat op het ene niveau (het gezin) juist is, ook juist te verklaren op het andere niveau (de overheid), is een voorbeeld van de "fallacy of composition".

3 opmerkingen:

  1. Allemaal waar, maar een paar factoren neemt u niet mee in uw vergelijking. Politiek is gebonden aan de burger en bij een hausse roept de burger "Hier met dat geld, nu ben ik aan de beurt!". Politicus kan dan alleen maar gehoorzamen. Politicus mag van burger alleen bezuinigen bij een baisse.
    Ten tweede: Anticyclisch beleid is prima te verdedigen als de staatsschuld nul is, maar geldt dat ook als de staatsschuld zeer hoog is? Bij welk niveau geldt het niet meer? Bij welke marktrente? Economen zijn het daar niet over eens en er is geen allesomvattende theorie. Helaas.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. 1. Als politici in een hausse een fout beleid voeren, kunnen ze dat niet herstellen door in een baisse ook een fout beleid te voeren.

      2. En ja, dat geldt ook als de staatsschuld hoog is. Niet alleen kijken of economen het ergens wel of niet over eens zijn, maar jezelf ook goed informeren. Dat is mogelijk. Nog er van afgezien dat de economenwereld het er wel zo ongeveer over eens is dat voor de meeste landen die nu in een depressie verkeren, geldt dat bezuinigen nu een slecht beleid is.

      Verwijderen
  2. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen