woensdag 17 april 2013

Het puberbrein en de peergroup

De april aflevering van Current Directions in Psychological Science is geheel gewijd aan onderzoek naar het puberbrein (betaalpoort). Flink wat leeswerk te doen.

Eerst maar even snel gekeken naar het artikel over de invloed van de peer group van Dustin Albert, Jason Chein en Laurence Steinberg.

Ze bespreken onderzoek waaruit blijkt dat de adolescentie een periode is van verhoogde neurologische en gedragsmatige ontvankelijkheid voor de sociale omgeving. Met een hypersensitiviteit voor sociale stimuli zoals gelaatsuitdrukkingen en sociale reacties. Dat kun je begrijpen, want het is de periode waarin je de vertrouwde sociale omgeving van het gezin van herkomst zo langzamerhand achter je moet laten.

En dat is in onze maatschappij precies die periode waarin relaties met leeftijdsgenoten (peers) op de voorgrond staan. Pubers voelen zich het gelukkigst met leeftijdsgenoten en oriënteren zich allereerst op de normen van de peer group.

Tegelijk zijn adolescenten nog bezig met de gestage rijping van het vermogen tot "top-down" cognitieve controle over impulsief gedrag. Het proces van groei van impulsonderdrukking, planning, flexibiliteit en toekomstoriëntatie is nog bezig.

Dat leidt er toe dat speciaal in de adolescentie de invloed van de leeftijdsgenoten groot is. In het laboratorium nemen adolescenten meer risico's om een geldelijke beloning te krijgen en zijn ze minder goed in het uitstellen van beloningen, maar alleen in de aanwezigheid van leeftijdsgenoten. Of als ze geloven dat ze door leeftijdsgenoten worden geobserveerd. Dit effect van aanwezigheid van leeftijdsgenoten bestaat niet bij volwassenen. Daarmee komt overeen dat bij pubers (en niet bij volwassenen) hersenstructuren die actief zijn bij de beoordeling van beloningen, actiever zijn als leeftijdsgenoten aanwezig zijn. Hoe groter die activiteit, hoe geringer ook de zelf-gerapporteerde weerstand tegen beïnvloeding.

Deze bevindingen komen aardig overeen met een citaat van een puber dat vermeld wordt in het boek The Culture of Adolescent Risk-Taking van Cynthia Lightfoot, waarmee de auteurs hun artikel openen:
It seems like people accept you more if you’re, like, a dangerous driver or something. If there is a line of cars going down the road and the other lane is clear and you pass eight cars at once, everybody likes that. . . . If my friends are with me in the car, or if there are a lot of people in the line, I would do it, but if I’m by myself and I didn’t know anybody, then I wouldn’t do it. That’s no fun.
Je zou zeggen dat zulk onderzoek aanleiding geeft om eens goed na te denken over hoe wij in onze maatschappij onze pubers zo extreem blootstellen aan contacten met uitsluitend leeftijdsgenoten. Goedbeschouwd is dat een merkwaardig arrangement, met veel vervelende gevolgen. De onderzoekers trekken echter niet die conclusie. Wel pleiten ze voor, jawel, preventieprogramma's, dat wil zeggen voor trainingen aan pubers om hun cognitieve controlevaardigheden te vergroten.

Dat lijkt de algemene trend: eerst laten we maatschappelijke arrangementen ontstaan waarin mensen niet goed gedijen en vervolgens vinden we dat ze getraind moeten worden om daar tegen bestand te zijn. Denk ook aan al die anti-pestprogramma's. Uiteindelijk moet iedereen een training ondergaan om beter tegen de maatschappij bestand te zijn.

2 opmerkingen:

  1. Hallo Henk. Scholen zijn wellicht nog anders in te richten, maar veel jongeren zoeken elkaar bewust op buiten school (sport, café, facebook e.a.). Die spontane sociale arrangering kunnen we niet ongedaan maken. Something in the animal.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Als dan tenminste scholen anders zijn in te richten, laten we dat dan doen. En leeftijdsmenging is juist cruciaal geweest in evolutie van de mensheid: http://toegepastesocialewetenschap.blogspot.nl/2014/01/over-de-cooperatieve-zorg-voor-kinderen.html en http://toegepastesocialewetenschap.blogspot.nl/2011/12/leeftijdssegregatie-is-slecht-voor.html

      Verwijderen