donderdag 12 juni 2014

Pesten als groepsproces - Gedachten n.a.v. Mieke van Stigts "Alles over pesten"

De boodschap die Mieke van Stigt uitdraagt met haar boek Alles over pesten kun je lijkt me in twee zinnen samenvatten:
  • De negatieve effecten van pesten worden sterk onderschat
  • Pesten is een groepsproces en moet je bestrijden met het creëren van een positief groepsklimaat
Beide beweringen onderschrijf ik van harte. Wat de eerste betreft, zie nog eens mijn Over de negatieve lange termijn-effecten van pesten en gepest worden op jonge leeftijd.

Maar wat dat groepsproces betreft, heb ik nog wel wat aan de boodschap van Mieke toe te voegen.

Want wat is het geval? Mieke signaleert terecht dat pesten een element is van de statuscompetitie in een groep. Het is een gedrag dat helpt bij het uittesten van de statusverhoudingen en het tot stand brengen van de hiërarchie. Je vermoedens over jouw plaats in de pikorde kun je testen door anderen die lager geordend lijken te zijn te intimideren en te pesten. Als die zich daarin schikken en als anderen meedoen of het laten gebeuren, is er een stapje gezet in de vestiging van de hiërarchie en van jouw plaats daarin.

De andere kant is er natuurlijk ook: het aanschurken tegen degenen die hoger geplaatst lijken te zijn. Het proces als geheel is dat van het "likken naar boven en trappen naar beneden".

Maar de vraag is nu hoe het pesten te bestrijden als we van dit inzicht uitgaan. Want de oplossingen die Mieke bepleit, gaan geheel uit van de vanzelfsprekendheid en onontkoombaarheid van de statuscompetitie en de statushiërarchie in groepen. Bij het lezen van het boek begon ik dat na verloop van tijd steeds meer te vermoeden. Maar op p. 163 aangekomen, wist ik het zeker, want daar staat:
Elke groep heeft een bepaalde hiërarchie nodig om überhaupt te kunnen functioneren
Als je daarvan uitgaat, dan is pesten zoiets als een vervelende uitwas van die onvermijdelijke statuscompetitie, die je ook als een uitwas moet bestrijden.

Dat betekent bijvoorbeeld voor het pesten op school, dat leerkrachten en leiding moet zorgen voor een positief schoolklimaat. Uit de beschrijving daarvan (p.204-206) komt het beeld naar voren van een pestprobleem dat onophoudelijk de kop kan blijven opsteken en dat continu moet worden bewaakt:
Je zult voortdurend moeten blijven werken aan een positief schoolklimaat en een fundamentele stellingname tegen pesten, en je zult de sfeer en de context voortdurend in de gaten moeten houden.(...)
Het is belangrijk dat elk signaal van pesten serieus wordt genomen en consequent wordt aangepakt volgens de regels die de school heeft opgesteld.
Houd het welzijn van de kinderen via enquêtes nauwlettend in de gaten en blijf de aanpak van een pestprobleem nauwlettend volgen: elke melding van pesten moet serieus worden genomen.
En ook in de meer algemene aanpak van pesten die Mieke voorstaat, zie je dat patroon terug (p.206). Overheid, politie en gemeenten moeten alert zijn en ingrijpen als dat nodig is. Scholen, bedrijven en instellingen moeten door de overheid structureel ondersteund worden met kennis en programma's tegen pesten. En met onafhankelijke vertrouwenspersonen. En omstanders en getuigen moeten teams van medestanders vormen om in te grijpen.

Met dat alles kun je het natuurlijk niet oneens zijn. Maar wat nu als je echt serieus neemt dat pesten nu eenmaal bij statuscompetitie hoort en er eens niet van uitgaat dat statuscompetitie en -hiërarchie nu eenmaal onvermijdelijk zijn?

Want dat laatste is natuurlijk niet zo. Sterker, de typisch menselijke samenlevingsvorm is die van de egalitaire gemeenschap, van samenwerking en delen, en van collectieve onderdrukking van egoïsme, pesten en statuscompetitie. Het is juist doordat onze vroege voorouders die samenlevingsvorm voor elkaar kregen, dat ze konden overleven en succesvol waren. Zie de Paleo Sociale Omgeving.

Omdat we tegenwoordig minder in kleine groepen onderling afhankelijk zijn, is die samenlevingsvorm nu ook lastiger te realiseren. Maar dat wil niet zeggen dat hij er niet meer is. En al helemaal niet dat we hem niet zouden kunnen bevorderen. Of andersom: dat we niet zouden kunnen proberen om te vermijden dat groepen ontstaan waarin de statuscompetitie, en het pesten, hoogtij vieren. Dan zouden we niet die onophoudelijke strijd hoeven voeren voor een positief groepsklimaat, met voortdurende alertheid, signalering en ingrijpen.

Anders gezegd, ook op het terrein van het pesten zouden we, net als op dat van het jeugdbeleid, wat meer moeten denken aan de voordelen van het omwegbeleid. Beleid dus dat niet alleen op gevolgen reageert, maar vooral ook probeert de oorzaken weg te nemen. Zie nog eens: Overheidsonmacht in de jeugdzorg. Een pleidooi voor omwegbeleid. Nog anders gezegd: een meer door sociaalwetenschappelijke inzichten geïnformeerd beleid.

Voor het tegengaan van het pesten op school zou dat concreet betekenen dat we op zouden moeten houden met leeftijdshomogene groepering. Door groepen te laten ontstaan van verschillende leeftijden benader je dichter de sociale vorm van de Paleo Sociale Omgeving. In die omgeving groeiden kinderen op in voortdurend contact met oudere (en jongere) kinderen en met andere volwassenen dan de eigen ouders. Waardoor ze als vanzelfsprekend de vaardigheden van het samenwerken en het delen aanleerden. En waarin de zorgimpuls van oudere kinderen door het contact met jongere gecultiveerd kon worden. Denk aan de coöperatieve zorg voor kinderen.

Dat alles gunnen wij onze kinderen tegenwoordig niet. Door het sociale isolement van onze gezinnen. Maar dus ook doordat we ze in het onderwijs aan hun lot overlaten in groepen van uitsluitend leeftijdsgenoten. Groepen die gemakkelijk uitlokken tot statuscompetitie en pesten.

En zoals vermeld, er zijn sterke aanwijzingen dat pesten minder een probleem is op scholen waar groepen leeftijdsgemengd zijn samengesteld, zoals op de Jenaplanscholen. Zie Het beste middel tegen pesten: leeftijdsgemengde groepen.

Nu is het ook weer niet zo dat Mieke hier in haar boek geheel aan voorbij gaat. Want ze maakt wel melding van de voordelen van "verticale leeftijdsopbouw" (p. 160). Ook met verwijzing naar een bericht op dit blog (p.162). Maar die gedachte van de onvermijdelijkheid en alomtegenwoordigheid van de statushiërarchie domineert.

Want wat zou het voordeel zijn van die verticale leeftijdsopbouw? Dat kinderen in zo'n groep een veel duidelijker hiërarchische status hebben: die van nieuwkomer, middelste of oudste (p.162).

Nee! Riep ik hardop uit toen ik dat las. Want het idee is dat bij die oudere kinderen hun zorgzaamheid wordt uitgelokt. Juist niet hun statusgedrag. Zorgzaamheid die in een leeftijdsgemengde groep van nature naar boven komt. Omdat wij mensen die nu eenmaal in ons hebben. En waar we onder de bijpassende omstandigheden graag naar handelen.

2 opmerkingen:

  1. Dag Henk! Dank voor je uitgebreide bespreking. Ik denk dat we het grotendeels met elkaar eens zijn. Wel denk ik dat we van perspectief verschillen. Waar jij pleit voor een fundamentele verandering in het onderwijs, waarbij veel minder sprake zal zijn van leeftijdshomogene groepen (een sympathiek pleidooi), ga ik veel meer uit van de bestaande situatie en beschrijf ik daarvan het probleem. Ik heb niet de illusie om een zo enorm instituut in onze samenleving als het onderwijs te kunnen veranderen. Kortom: ik beschrijf de problemen op grond van de bestaande situatie, hopende dat de inzichten die dat oplevert zullen bijdragen aan meer bewustwording: pesten hoort niet bij pubers, kinderen of mensen, maar is vooral (vaak) een gevolg van specifieke sociale settingen.
    Daarnaast zie ik tussen onze denkwijzen een misverstand over het woord status. Ik vat dat vrij neutraal op, als iets waar iedereen onbewust mee bezig is: wat is mijn plek in de groep? Ook in harmonieuze groepen is dat een gegeven (maar wordt meteen vergeten omdat het niet tot conflicten heeft geleid). Jij vat het, gezien je laatste alinea's en je geschokte reactie, veel meer op als problematisch: statusgedrag, negatief gedrag. Maar zo zie ik dat niet. De zorgzaamheid kan inderdaad tevoorschijn komen omdat iedereen zeker is van zijn status, en deze door een als natuurlijk en rechtvaardig ontstane situatie ervaren wordt. Dat is niet afwezigheid van status, maar afwezigheid van conflict. En dat is wat anders. Het gaat me dus niet om statusgedrag, maar statuszekerheid.
    Warme groet!
    Mieke

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dag Mieke, Ik begrijp je reactie. Dat je vooral op bewustwording mikt, dat respecteer ik natuurlijk. Maar vanuit de rol van de sociale wetenschap gezien vind ik het jammer. Ik pleit meer voor een sociaalwetenschappelijke bijdrage die onderzoek doet naar oorzaken en op grond daarvan oplossingen aandraagt. In het geval van pesten zou dat leeftijdsmenging in het onderwijs kunnen zijn. En een zo fundamentele verandering zou dat niet zijn, want het bestaat al (in de Jenaplanscholen).
      Verder begrijp ik wel dat je het woord status nogal losjes gebruikt. Feitelijk komt je betoog er op neer dat als de statushiërarchie maar stabiel is, dat er dan niet of minder gepest wordt. En daar zit wel wat in, maar je gaat er dan aan voorbij dat er een veel aantrekkelijker alternatief is, dat van de egalitaire groep van samenwerking en delen en zorg voor elkaar. En waarom zouden we die voor onze kinderen niet ambiëren? Die stabiele statushiërarchie was er in de standenmaatschappij. Zoiets is toch niet je ideaal?
      Ik denk dat ik op een en ander nog een keer terugkom in een blogbericht. Het is er interessant en belangrijk genoeg voor.
      Bedankt voor je reactie,
      Met welgemeende groet, Henk

      Verwijderen