zondag 22 april 2018

Zondagochtendpoezie - Wisława Szymborska: Einde en begin

Vanochtend geen muziek, maar poëzie. Fragmenten uit de documentaire over de Poolse dichteres Wislawa Szymborska (1923 - 2012). Ze kreeg in 1996 de Nobelprijs voor literatuur uitgereikt.

Het Nobelcomité noemde haar de Mozart van de poëzie.

vrijdag 20 april 2018

De actualiteit van een pamflet uit 1848 (het Communistisch Manifest)

We maken een tijd mee waarin het statuscompetitiepatroon bezig is het publieke domein te gaan domineren. Dat houdt in dat "ieder voor zich" de richtlijn wordt voor het handelen in het publieke domein, voor de politiek en het maatschappelijk verkeer. Daarmee gaat samen dat de ongelijkheid sterk toeneemt en dat de democratie in gevaar is. Want hoe ongelijker, hoe groter de invloed van Het Grote Geld op de politieke besluitvorming.

Dat het statuscompetitiepatroon zo domineert, betekent dat dat andere patroon waar mensen individueel en collectief toe in staat zijn, het gemeenschapspatroon, het onderspit delft. De democratie met zijn algemeen kiesrecht en zijn gelijkheidsstreven en de internationale institutionalisering van het idee van mensenrechten zijn pogingen om het gemeenschapspatroon te in wetgeving en verdragen te verwerkelijken. Maar het lijkt erop dat die ontwikkeling, die na de Tweede Wereldoorlog zo hoopvol begon, is overwoekerd door de opkomst van het neoliberale marktdenken en, inderdaad, de ideologie van het "ieder voor zich".

In zekere zin zijn we daarmee terug in de tijd halverwege de negentiende eeuw, toen Karl Marx en Friedrich Engels hun Communistisch Manifest de wereld instuurden. Want dat roemruchte pamflet lijkt ineens weer heel actueel.

Yanis Varoufakis wijst daarop in zijn introductie tot de binnenkort te verschijnen heruitgave ervan. Die introductie kun je nu al, als een long read van The Guardian lezen: Yanis Varoufakis: Marx predicted our present crisis - and Points the way out.

In zijn woorden:
To see beyond the horizon is any manifesto’s ambition. But to succeed as Marx and Engels did in accurately describing an era that would arrive a century-and-a-half in the future, as well as to analyse the contradictions and choices we face today, is truly astounding. In the late 1840s, capitalism was foundering, local, fragmented and timid. And yet Marx and Engels took one long look at it and foresaw our globalised, financialised, iron-clad, all-singing-all-dancing capitalism. This was the creature that came into being after 1991, at the very same moment the establishment was proclaiming the death of Marxism and the end of history.
Boeiende lectuur en, helaas, zeer relevant om het heden te begrijpen. Gezien vanuit de Dual Mode-theorie zijn we op weg naar het evenwicht van het statuscompetitiepatroon en dat is in vergelijking met het evenwicht van het gemeenschapspatroon een sub-optimale toestand. Wat betekent dat het gemeenschapsevenwicht beter tegemoet zou komen aan onze authentieke menselijke behoeften. Zie
Hoe minder statushiërarchie in een land, hoe minder corruptie en hoe meer welvaart en hoe gelukkiger.

Varoufakis aan het eind van zijn introductie:
When everything is said and done, then, what is the bottom line of the manifesto? And why should anyone, especially young people today, care about history, politics and the like?
Marx and Engels based their manifesto on a touchingly simple answer: authentic human happiness and the genuine freedom that must accompany it. For them, these are the only things that truly matter. Their manifesto does not rely on strict Germanic invocations of duty, or appeals to historic responsibilities to inspire us to act. It does not moralise, or point its finger. Marx and Engels attempted to overcome the fixations of German moral philosophy and capitalist profit motives, with a rational, yet rousing appeal to the very basics of our shared human nature.
Key to their analysis is the ever-expanding chasm between those who produce and those who own the instruments of production. The problematic nexus of capital and waged labour stops us from enjoying our work and our artefacts, and turns employers and workers, rich and poor, into mindless, quivering pawns who are being quick-marched towards a pointless existence by forces beyond our control.
Al met al zou het kunnen dat nu, ruim honderdvijftig jaar na het Communistisch Manifest, het kapitalisme op zijn laatste benen loopt. Zie hier voor de economische, maar ook sociaalwetenschappelijke inzichten.

Wat er daarna komt, dat hebben we met zijn allen zelf in de hand.

woensdag 18 april 2018

Hoe minder statushiërarchie in een land, hoe minder corruptie en hoe meer welvaart en hoe gelukkiger

Over deze studie naar het verband tussen "cultuur" en "geluk" (The Happy Culture: A Theoretical, Meta-Analytic, and Empirical Review of the Relationship Between Culture and Wealth and Subjective Well-Being)  is van alles te melden, maar voor nu viel mijn oog op dit plaatje:


Afgebeeld is het verband tussen power distance en subjectief welbevinden (geluk of tevredenheid) per land.

Power distance, een van de zes dimensies waarmee Geert Hofstede culturen onderscheidde, slaat op de mate waarin mensen machts- en invloedsverschillen en daarmee gepaard gaande verschillen in privileges als onvermijdelijk accepteren en zich daarbij neerleggen. Een voorbeeld van een stelling waarmee het wordt gemeten is: “Managers should make most decisions without consulting subordinates.” In termen van het op dit blog gangbare onderscheid tussen statuscompetitie en gemeenschap slaat machtsafstand op een hoge mate waarin de statuscompetitie is neergeslagen in een stabiele statushiërarchie.

Je ziet dat het gemiddelde geluk in een land sterk daalt met een toename van zo'n stabiele statushiërarchie. Kijk even naar de plekken van Nederland en Noorwegen links bovenaan en naar die van landen als Turkije en Hongarije rechtsonderaan.

Uit de analyses blijkt ook dat het verband tot stand komt doordat meer machtsafstand (statushiërarchie) samen gaat met meer corruptie en met lagere welvaart (BNP per hoofd van de bevolking).

Het plaatje is een fraaie illustratie van het inzicht van de Dual Mode-theorie dat mensen toegerust zijn met twee, aan elkaar tegengestelde, natuurlijke sociale gedragspatronen, dat van gemeenschapsgedrag en dat van statuscompetitiegedrag, en dat zulks op collectief niveau kan resulteren in een lage mate van statushiërarchie (en meer gemeenschap) of juist in een hoge mate (en weinig gemeenschap). En van het inzicht dat het eerste "evenwicht" meer welzijn (en meer welvaart) verschaft dan het tweede.

dinsdag 17 april 2018

Door economische bestaansonzekerheid meer succes van rechts-extremistische partijen - Nieuwe aanwijzingen

Nieuw onderzoek bevestigt de vele aanwijzingen voor het verband tussen economische bestaansonzekerheid en het stemmen op rechts-extremistische partijen. Zie voor de al bestaande aanwijzingen de berichten op dit blog achter het label bestaansonzekerheid, in het bijzonder de berichten Toename van aanhang van populistische rechtse partijen hangt samen met toename van ervaren sociale daling, Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? en Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme.

In de nieuwe Zweedse studie Economic Distress and Support for Far-right Parties – Evidence from Sweden laat Sirus Dehdari zien dat 31 procent van de toename van stemmers op de rechts-extremistische Swedish Democrats tussen 2006 en 2010 toegeschreven kan worden aan de toename van ontslagen onder laaggeschoolde, in Zweden geboren, werknemers.

Hij kan dat doen op basis van data over de aantallen ontslagen per kiesdistrict. Zo laat hij ook zien dat het effect onafhankelijk is van hoeveel laaggeschoolde immigranten in een kiesdistrict aanwezig zijn, hoewel het wel sterker is bij een grotere aanwezigheid.

De resultaten wijzen erop dat het vooral de laaggeschoolde werknemers zijn die ertoe neigen om de oorzaken van hun bestaansonzekerheid te zoeken in de toegenomen immigratie. Terwijl het onderzoek er overwegend op wijst dat de economische gevolgen van immigratie neutraal zijn of zelfs positief.

Een en ander zal er mee te maken hebben dat er in het politieke speelveld rechts-extremistische partijen zijn opgedoken die de ontstane kansen hebben aangegrepen en met succes de immigratie-issues zijn gaan uitdragen. Dat in Zweden het anti-immigrantensentiment en de xenofobie niet zijn toegenomen, integendeel juist gestaag zijn afgenomen, wijst erop dat veel van die toegenomen rechts-extremistische stemmen instrumenteel van aard zijn. Laaggeschoolden zijn op zoek naar een oorzaak voor hun precaire situatie en die wordt hen ter rechterzijde aangeboden

Des te opvallender is het onvermogen of de onwil van linkse en centrumpartijen om te wijzen op het gevoerde economische beleid als oorzaak van de toegenomen bestaansonzekerheid onder laaggeschoolden.

zondag 15 april 2018

Zondagochtendmuziek - Mary Gauthier: Iraq

Opnieuw aandacht voor Mary Gauthier. En voor haar nieuwe CD Rifles & Rosary Beads.

Want net bevestigd: Mary Gauthier is dit najaar weer in Nederland. Lees in de laatste Heaven het interview met haar. (Ook een mooi artikel over Chet Baker.)

Op 28 oktober in TivoliVredenburg. En daar zijn Jan en ik natuurlijk bij.

donderdag 12 april 2018

Juist meer pro-sociaal gedrag in en door een meer etnisch diverse omgeving

Mensen zijn in staat tot pro-sociaal gedrag (gemeenschapsgedrag), maar ook tot egoïstisch of zelfs vijandig gedrag (statuscompetitiegedrag).

Bij de, vaak onbewuste, "keuze" tussen deze twee gedragingen laten mensen zich vaak leiden door welk gedrag ze in hun omgeving zien. Als anderen zich overwegend pro-sociaal gedragen, dan is de omgeving veilig en zijn anderen te vertrouwen en dat maakt de kans op pro-sociaal gedrag groter.

Maar als er aanwijzingen zijn dat anderen vooral uit zijn op hun eigen belang, dan is het uit het oogpunt van zelfbescherming maar beter om dat ook te doen, om te voorkomen dat anderen alleen maar van jou profiteren. Zie de berichten op dit blog over de Dual Mode-theorie, zoals Is de mens van nature goed? Ja. Maar hij is ook van nature slecht. Hij is dus van nature flexibel.

In de ingewikkelde en onoverzichtelijke samenleving waarin wij ons bevinden, is het vaak niet zo duidelijk hoe anderen zich gedragen. Soms krijgen we veel signalen van goedgezindheid van anderen, maar soms ook signalen van juist vijandigheid of egoïsme. Voor de verklaring van verschillen in pro-sociaal gedrag, interpersoneel (tussen mensen) en intrapersoneel (tussen tijdstippen bij dezelfde persoon), kan het dus van belang zijn om te letten op welke signalen er voorafgaand aan dat gedrag overheersten.

De nieuwe studie People in more racially diverse neighborhoods are more prosocial kijkt naar signalen die samenhangen met de mate van etnische diversiteit die mensen om zich heen ervaren. De achterliggende gedachte is dat mensen die meer met etnische diversiteit in aanraking komen, minder negatieve vooroordelen hebben tegenover leden van andere groepen ("buitenstaanders"). (Denk aan de contacthypothese.) Waardoor ze een meer inclusief wereldbeeld hebben kunnen ontwikkelen, dat inhoudt dat anderen zijn te vertrouwen, los van de vraag tot welke etniciteit ze behoren. En als de wereld veilig is en anderen zijn te vertrouwen, dan zul je je eerder pro-sociaal gedragen.

Daartegenover: als je weinig contact hebt gehad met buitenstaanders, dan is de kans op negatieve vooroordelen en wantrouwen groter. Je neemt eerder bedreigingen waar en bent dus meer op je hoede. Met een kleinere kans op pro-sociaal gedrag.

De onderzoekers vergeleken in vier deelstudies mensen die meer of minder ervaringen hadden opgedaan met etnische diversiteit. Door in buurten of postcodegebieden of landen te wonen met een verschillende mate van etnische diversiteit. En toen bleek dat etnische diversiteit samen gaat met meer pro-sociaal gedrag. En in een vijfde studie vergeleken ze proefpersonen die zich voorstelden in een etnisch diverse wijk te wonen met proefpersonen die zich voorstelden in een etnisch homogene wijk te wonen. Het bleek toen dat de eersten zich ook voorstelden dat ze zich meer pro-sociaal zouden gedragen en dat dit ermee samenhing dat ze zich meer identificeerden met de gehele mensheid.

Het is een interessant resultaat, dat een beetje optimistisch stemt.

dinsdag 10 april 2018

Door helpen gelukkiger - Alle onderzoek op een rij

Er kwam al eerder op dit blog onderzoek voorbij dat doet vermoeden dat pro-sociaal gedrag een goed gevoel geeft. Zie Te geven is zaliger dan te ontvangen - Maar de gelegenheid maakt de gever en Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen.

Hoewel mensen dat zelf niet altijd goed doorhebben, volwassenen minder dan kinderen, is het niet heel verrassend. Want wij zijn een sociale diersoort, die in de Paleo Sociale Omgeving succesvol heeft weten te overleven door groepsgewijs samen te werken en te delen. En omdat die periode zo ongeveer 98 procent van het bestaan van de mensheid heeft uitgemaakt, zijn wij erop geselecteerd om ons prettig te voelen als we niet alleen aan onszelf denken, maar ook aan anderen.

Er is nu een overzichtsstudie, met een meta-analyse, verschenen die de aanwijzingen versterkt dat we inderdaad van pro-sociaal gedrag gelukkiger worden: Happy to help? A systematic review and meta-analysis of the effects of performing acts of kindness on the well-being of the actor.

De onderzoekers, met Oliver Scott Curry als eerste auteur, verzamelden 27 experimentele studies, waarin het ging om pro-sociaal gedrag dat ook echt werd uitgevoerd, in plaats van dat proefpersonen zich dat voorstelden. In totaal waren er ruim 4000 proefpersonen, waarvan 35 procent mannen, met een gemiddelde leeftijd van 25 jaar. Wat betekent dat de meeste studies onder studenten waren uitgevoerd.

Een voorbeeld van de opzet van zo'n onderzoek is dat de proefpersonen de instructies kregen om gedurende een week elke dag vijf keer iets aardigs te doen voor iemand anders (voor iemand de deur openhouden, een vreemde groeten, iemand helpen met studeren) en daar elke avond verslag van te doen. Een ander voorbeeld is dat de proefpersonen een bedrag aan geld kregen dat ze weg konden geven of voor zichzelf konden houden. In vrijwel alle studies werd de proefpersonen gevraagd hoe gelukkig of tevreden of hoe goed ze zich voelden.

Alles bij elkaar genomen, kwam daar uit dat pro-sociaal gedrag een positief welzijnseffect heeft, dat qua grootte vergelijkbaar is met de effecten van interventies als mindfulness, positive thinking en count your blessings. De onderzoekers daarover:
Together, these results suggest that policy-makers and practitioners are correct to see kindness interventions as effective ways of improving well-being. And they support the general claim that, as social animals, humans possess a range of psychological mechanisms that motivate them to help others, and that they derive satisfaction from doing.

zondag 8 april 2018

Zondagochtendmuziek - Argerich, Freire - Schubert - Rondo in A major, D 951

Gisteren weer eens in het Concertgebouw naar de Matinee geweest. Nelson Freire, die je wel een van de grootste levende pianisten mag noemen, speelde na de pauze het Tweede Pianoconcert van Brahms. Mooi om mee te maken (met dank aan J.en J.).

Freire heeft veel Brahms, Rachmaninoff, Chopin en Liszt op zijn repertoire staan. Over het algemeen niet mijn favoriete pianomuziek. Ik zocht naar iets anders en kwam deze mooie uitvoering tegen, samen met Martha Argerich, van Schuberts Rondo D. 951 voor vier handen. Twee grootheden.

vrijdag 6 april 2018

Zelfverheffing is goed voor je, maar niet als het de narcistische variant is

We leven onder condities van sociale vluchtigheid. Vriendschappen zijn maar weinig stabiel. En daarnaast hebben we vaak wel veel contacten, maar die zijn vluchtig van aard. Dat is een sociale omgeving waarin mensen elkaar niet zo goed kennen, omdat ze niet een lange gemeenschappelijke geschiedenis hebben.

Hoe reageren mensen op sociale vluchtigheid. Enerzijds met pogingen om contacten met anderen aan te gaan en om die te intensiveren. Het gaat er dan om aantrekkelijk te zijn voor anderen, eventueel aantrekkelijker dan je misschien echt bent.

Maar anderzijds lokt sociale vluchtigheid ook gemakkelijk statuscompetitie uit. Anderen zijn tegenstanders in de strijd om status, bewondering en aandacht. In die strijd is het zaak om je sterk en competent voor te doen, sterker en competenter dan je misschien echt bent.

In beide gevallen kan het zijn dat je zelf ook gaat geloven in hoe je je voordoet. Omdat het lastig is altijd iets voor te wenden, ga je zelf geloven in wat je voorwendt te zijn. In de sociaalwetenschappelijke literatuur staat dat bekend als zelfverheffing (self-enhancement). Een extreme variant daarvan, waarbij je jezelf zo verheft dat je op anderen neerkijkt, is narcisme. Zie Narcisten hebben baat bij sociale vluchtigheid.

Is dat verstandig om te doen? In de zin dat je je er beter door voelt?

In zekere zin wel, want je kunt er in de statuscompetitie succes mee hebben. Zelf geloven dat je competent bent, maakt dat je zelfverzekerder overkomt, waardoor anderen gaan geloven dat je ook echt competent bent. Zie Als je maar denkt dat je geweldig bent, dan ga je je zo gedragen dat anderen ook denken dat je geweldig bent.

Maar anderzijds stort je je daarmee in de statuscompetitie en dat levert stress op.

Wat is er bekend over de welzijnseffecten van zelfverheffing? De nieuwe overzichtsstudie Self-Enhancement and Psychological Adjustment: A Meta-Analytic Review geeft daar een antwoord op.

Daaruit komt naar voren dat zelfverheffing goed voor je is in de zin dat je je er beter bij voelt (positive affect) en gelukkiger en tevredener met je leven. De onderzoekers zien dat als een bevestiging van de gedachte dat mensen een fundamentele behoefte hebben om goed over zichzelf te denken.

Maar hoe goed is het om jezelf te verheffen als je ook streeft naar goede relaties met anderen, naar verbondenheid? Als je die verbondenheid met anderen afmeet aan de mate waarin anderen jou waarderen of zich met jou verbonden voelen, dan blijkt dat jouw zelfverheffing, als die meer de kant op gaat van narcisme, juist slecht voor jou uitpakt. Je maakt er geen vrienden mee. Dan gaat het om  de variant van de agentic self-enhancement.

Dat positieve welzijnseffect lijkt dus vooral tot stand te komen door die andere variant van zelfverheffing: jezelf zien als aardiger, warmer, pro-socialer dan je misschien zelf bent (communal self-enhancement).

En dat zou kunnen wijzen op een sociaal selectieproces onder condities van sociale vluchtigheid. Narcistische zelfverheffing leidt er toe dat anderen zich van je afwenden, omdat ze doorhebben dat jij op hen neerkijkt. Daarentegen straal je met pro-sociale zelfverheffing uit dat je verbondenheid met anderen zoekt, waardoor contacten met gelijkgestemde anderen juist gemakkelijk tot stand komen.

woensdag 4 april 2018

Vernederende beoordeling als verschijningsvorm van statushiërarchie

Margriet Oostveen heeft Bijenkorf-verkopers gesproken over de grote rol van klantenbeoordelingen en doet daar in De Volkskrant verslag van. Na een klantencontact moeten verkopers de klant zien te bewegen om een vragenlijstje te beantwoorden en de verkoper een cijfer te geven.
'Je vraagt dan of ze jouw naam willen noemen. En of ze alstublieft een 9 of een 10 willen geven.'
En
'Wie niet zichtbaar negens of tienen binnen harkt, heeft bij zijn eigen beoordelingsgesprek iets uit te leggen.' Ze voelen zich dus gedwongen bij klanten om negens en tienen te bedelen. 'Ontzettend gênant.'
Op basis van die klantenbeoordelingen is er maandelijks een 'tien-minutengesprek' met de direct leidinggevende en daarnaast twee keer per jaar een 'performance management-gesprek' met hoger management. Van de uitslag van al die beoordelingen en gesprekken hangt mede je beloning af. En natuurlijk je kans op verlenging van je tijdelijke aanstelling of, misschien ooit, je vaste aanstelling.

De Bijenkorf liet Margriet Oostveen weten dat dit alles 'tegenwoordig zeer gebruikelijk' is.

En dat klopt. Ik herinner me de verkoper in een telefoonwinkel enkele jaren geleden, die mij uitstekend hielp bij het uitzoeken van een nieuwe telefoon. Het was 's ochtends vroeg, nog rustig in de winkel en we raakten wat aan de praat. Maar wat me opviel was dat hij tot drie, vier keer toe herhaalde dat hij vader was van drie dochters.

Bij het weggaan vroeg hij me of ik op de website van de winkel de klantbeoordeling wilde invullen. Ik begon toen te begrijpen waarom hij dat vaderschap van drie dochters zo benadrukte. Dat goede huisvaderschap diende als tegenwicht, of zelfs als protest, tegen de vernederende positie waarin hij als werknemer terecht was gekomen. Een positie waarin zijn verantwoordelijkheidsgevoel werd ontkend en waarin hij zichzelf bij elk klantcontact opnieuw moest bewijzen. En waarin hij met zijn collega's van dag tot dag moest concurreren, want als hij geen negens of tienen scoorde, dan deden anderen dat wel.

Het is niet een op zichzelf staand verschijnsel. Deze praktijk is mogelijk geworden door de digitalisering, waardoor informatieverzameling goedkoop is geworden.

Maar de achterliggende oorzaak is gelegen in de algehele verzwakking van de positie van de werknemer. En dat proces is begonnen toen onze regeringen het neo-liberalisme gingen omarmen. En daarmee het beleidsdoel van de volledige werkgelegenheid aan de kant zetten. De arbeidsmarkt moest een markt worden als alle andere.

Risico's moesten minder door de werkgever en meer door de werknemer worden gedragen. Flexibilisering en lage lonen zouden goed zijn voor de bedrijven en dus goed voor de economie. Om mensen toch te prikkelen om banen te accepteren, was het nodig om de sociale zekerheid te verschralen. Minder genereuze werkloosheidsuitkeringen en het recht op bijstand afhankelijk van het leveren van een tegenprestatie.

Daarmee werd de deur opengezet voort de vernederingen van de statushiërarchie. Want de machtsongelijkheid werd vergroot. Het bestaan wordt onzekerder en dus wordt je afhankelijker van anderen. Van direct leidinggevenden, die kijken of je wel genoeg negens en tienen haalt. Van werkmeesters, die controleren of je je wel voldoende inzet bij het leveren van die tegenprestatie. Waardoor je ook in concurrentie komt te staan met je collega's en lotgenoten.

En tegenover die afhankelijkheid staat de macht van de bovenliggende partij, die kan worden misbruikt.

We zijn kennelijk vergeten dat die volledige werkgelegenheid, de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat ook bedoeld waren om machtsongelijkheid tegen te gaan. En om rechtszekerheid te garanderen.

Om je heen kijkend, zie je tegenwoordig meer dan goed is de sociale verschijningsvormen van de statuscompetitie en de statushiërarchie.

dinsdag 3 april 2018

Les geven aan jongere kinderen draagt bij aan positieve ontwikkeling van adolescenten

Een nadeel van de grote mate waarin we onze kinderen en adolescenten laten opgroeien in leeftijdshomogene groepen is dat we daarmee voor hen een onnatuurlijk sociaal klimaat creëren. En dat heeft het negatieve effect dat pesten erdoor wordt bevorderd. Want we zagen immers dat pesten de helft minder voorkomt op scholen, zoals de Jenaplan-scholen, waar gewerkt wordt met groepen van verschillende leeftijden.

Een verklaring voor dat verschil kan zijn dat in een leeftijdsgemengde groep de oudere kinderen zich als vanzelf wat ontfermen over de jongere kinderen. Die jongere kinderen zien dat gebeuren en nemen dat gemakkelijk als voorbeeld van hoe je je hoort te gedragen.

Wat je daarnaast ook kunt verwachten is dat die ervaring van het zich ontfermen over jongere en kwetsbaardere kinderen bijdraagt aan een positieve sociale ontwikkeling van die adolescenten. Ze ontdekken dat ze met dat bijstaan en helpen van anderen iets goeds doen en dat dat goed voelt. Pro-sociaal gedrag is immers besmettelijk, niet alleen als jet het anderen ziet doen, maar ook als je het zelf doet. Pro-sociaal zijn is een zichzelf versterkend gedrag.

Die verwachting wordt bewaarheid in de nieuwe studie Promoting Positive Youth Development Through Teenagers-as-Teachers Programs. De onderzoekers ondervroegen adolescenten die, als teachers, hadden meegedaan aan een teenagers-as-teachers programma dat was opgezet door de Universiteit van Californië. Jongere kinderen kregen lessen in "science, environment, and gardening".

Het gaat om een zogenaamd kwalitatief onderzoek, wat betekent dat slechts een beperkt aantal adolescenten (32) semi-gestructureerd werd ondervraagd, zonder de pretentie van representativiteit. De resultaten kunnen dus niet worden gegeneraliseerd.

Met dat voorbehoud zijn de resultaten zeker interessant. Want de aanwijzingen zijn dat de ervaring van het lesgeven aan jongere kinderen bijdraagt aan de positieve ontwikkeling. In termen van de Positive Youth Development theorie van Richard M. Lerner kwam uit de interviews naar voren dat de ervaring had bijgedragen aan:
  • hun gevoel van competentie
  • hun zelfvertrouwen
  • hun gevoel van verbondenheid
  • hun persoonlijkheidsontwikkeling
  • de ontwikkeling van empathie en compassie
  • het gevoel iets goeds te (kunnen) doen
Dat ligt dus in de lijn van de gedachte dat een meer natuurlijke sociale omgeving, zoals die van het coöperatief grootbrengen van kinderen (cooperative breeding), nodig is voor een goede sociale, emotionele en morele ontwikkeling.

zondag 1 april 2018

Zondagochtendmuziek - Clara Haskil in recital (1953) Bach/Busoni, Scarlatti, Beethoven, Schuma...

Gistermiddag had Hans Haffmans op Radio 4 in Matinee Café (hier terug te luisteren) een boeiend gesprek met K. Schippers. Die een mooie opname van Morgenrood van Anton de Nobel liet horen. En de wondermooie uitvoering van Beethovens Frühlingsonate door Clara Haskil en Arthur Grumiaux .

Ik werd er door aangezet om op YouTube naar Clara Haskil (1895 - 1960) te gaan zoeken. En ik vond de geluidsopname van dit recital uit 1953.

Bach/Busoni, Scarlatti, Beethoven, Schumann, Debussy, Ravel. Prachtig.

dinsdag 27 maart 2018

Posttraumatische stress in Griekenland als gevolg van het opgelegde bezuinigings- en hervormingsbeleid

Wat heeft het, economisch onzinnige, door de Eurogroep, de informele groep van ministers van Financiën onder leiding van Jeroen Dijsselbloem, aan Griekenland opgelegde bezuinigings- en "hervormings"beleid onder de Griekse bevolking aangericht?

Een geheel van maatregelen dat er o.a. op neerkwam dat het gemiddelde huishoudinkomen ontleend aan arbeid en pensioen met 40 procent daalde, dat de werkloosheid toenam tot 27 procent (56 procent onder 18-25 jarigen) en dat de uitgaven ten behoeve van de gezondheids- en de sociale zorg met rond de helft afnamen.

Enig inzicht in hoe traumatisch een en ander voor de Grieken moet zijn geweest, geeft de nieuwe studie Posttraumatic Stress During the Greek Economic Crisis: Is There Evidence for Mass Traumatization?

Antignonos Sochos, onderzoeker van de Universiteit van Bedfordshire in Engeland, analyseerde interviewgegevens die door een getrainde onderzoeksassistent verzameld waren in een arbeiders- en lagere middenklassewijk van Athene. Het ging om interviews met 1208 personen, vrijwel gelijk verdeeld over mannen en vrouwen.

Onderdeel van het interview was een vragenlijst waarin naar symptomen van posttraumatische stress werd gevraagd (de Impact of Events Scale—Revised).  Volg de link voor de lijst met vragen en de onderverdeling in subschalen.

Daaruit kwam naar voren dat bijna 60 procent van de ondervraagden leden aan ernstige symptomen van posttraumatische stress. De symptomen waren ernstiger bij degenen die de zorg voor anderen hadden, bij vrouwen en ouderen en bij lageropgeleiden.

Het gaat hier niet om een representatieve steekproef, maar toch, ter vergelijking: als er geen sprake is van traumatisering, dan komen ernstige symptomen voor bij ongeveer 1 procent van de bevolking. In ander onderzoek aangetroffen percentages bij getraumatiseerde groepen liggen tussen de 25 en 75 procent. Een onderzoek met een iets andere vragenlijst onder slachtoffers van de bekende Ponzi fraude van Bernie Madoff leverde op dat 56 procent leed aan ernstige symptomen van posttraumatische stress. Vergelijkbaar dus met het Griekse percentage.

Bernie Madoff zit nu zoals bekend voor de rest van zijn leven in de gevangenis.

Nee, de leden van die Eurogroep zitten niet in de gevangenis. Integendeel, Jeroen Dijsselbloem heeft nog steeds een goede pers.


zondag 25 maart 2018

Zondagochtendmuziek - Prazak Quartet & Zemlinsky Quartet : Dimitri Shostakovich String octet...

Een mooi jeugdwerk van Dmitri Shostakovich: het Strijkoctet opus 11. Ook wel bekend als Two Pieces for String Octet. Met een groot contract tussen het romantische eerste deel (Prelude) en het spookachtige (?) tweede deel (Scherzo).

Uitgevoerd door het Prazak Quartet en het Zemlinsky Quartet gecombineerd.

vrijdag 23 maart 2018

Hoeveel tijd "kost" het om goede vrienden te worden? En waarover heb je het dan? - Vrienden worden is vertrouwd worden met elkaar

Hoe maak je nieuwe vrienden? Hoeveel tijd moet je daarvoor samen doorbrengen, wat doe je in die tijd en waarover praat je?

Je kunt dat onderzoeken bij mensen die nog niet zo lang geleden verhuisd zijn en bij eerstejaarsstudenten. Dat gebeurde in de studie How many hours does it take to make a friend?

Het deelonderzoekje naar die eerstejaarsstudenten was longitudinaal, wat wil zeggen dat de studenten na 3, 6 en 9 weken na het begin van de colleges ondervraagd werden.

Het bleek dat de samen doorgebrachte tijd voorspellend was voor of iemand een goede vriend was geworden. Tussen 6 en 9 weken verdubbelde de samen doorgebrachte tijd met "vage vrienden", die daardoor "vrienden" werden. Eveneens verdubbelde de samen doorgebrachte tijd met "vrienden", die daardoor "goede of beste vrienden" werden. Dat ging ten koste van de tijd die werd doorgebracht met medestudenten die in mate van vriendschap gelijk bleven.

De samen doorgebrachte tijd maakte vooral verschil als hij werd besteed aan zaken als bijpraten, elkaar op de hoogte houden van wat je gedaan hebt sinds de vorige ontmoeting, praten over serieuzere zaken waarbij je allebei aan het woord komt en het maken van grappen en samen plezier hebben. En je ziet dat bij degenen waarbij die vriendschap niet toenam, de tijd besteed aan small talk (praten over koetjes en kalfjes) juist toenam. Met vrienden praat je over meer dan koetjes en kalfjes.

Het zijn geen opzienbarende resultaten. Maar wat je er wel van leert, is dat waarover je met elkaar praat als je vrienden wordt, datgene is wat de wederzijdse vertrouwdheid doet toenemen. Het gaat bij vriendschap om vertrouwdheid. En die groeit als je elkaar bij praat over wat er gebeurd is en wat je deed toen je ergens anders was. Die sociale leemtes tussen ontmoetingen, die moeten worden opgevuld. En natuurlijk schep je ook die vertrouwdheid door het niet alleen over koetjes en kalfjes te hebben, maar ook echt over wat serieuzere zaken, waarbij je elkaar aan het woord laat.

Bij het maken van nieuwe vrienden gaat het dus kennelijk om het "zo snel mogelijk" die toestand van onderlinge vertrouwdheid tot stand te brengen, waar we als een sociale diersoort altijd naar op zoek zijn. Lees nog eens: Draait alles om vertrouwdheid?

dinsdag 20 maart 2018

De afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten zou wel wat meer aandacht mogen krijgen - Ook van het CBS

Het CBS heeft nieuwe projecties gemaakt van de levensverwachting in 2014. Zie Steeds langer leven zonder beperkingen. Volgens die projecties zullen "we" in 2040 zowel een langere levensverwachting hebben zonder fysieke beperkingen als in een als goed ervaren gezondheid.

Goed nieuws dus.

Maar hoe zat dat ook al weer met die levensverwachting zonder chronische ziekten? Want de cijfers wijzen erop dat die ontwikkeling juist ongunstig is. Zie mijn bericht uit 2014: Is het CBS (we leven langer in goede gezondheid) te optimistisch? Waarom chronische ziekten weggelaten? en dit bericht uit 2012: We leven langer. Maar ook langer met meer stress?

Dat die ontwikkeling ongunstig is, kun je gemakkelijk aflezen uit deze tabel op Statline: Gezonde levensverwachting; vanaf 1981. Daaruit blijkt dat de cijfers voor de periode 1981 - 2016 voor de levensverwachting zonder chronische ziekten als enige van de zes indicatoren een dalend verloop hebben. Voor mannen van 65 jaar daalde het aantal te verwachten levensjaren zonder chronische ziekten van 6,9 in 1981 naar 4,1 in 2016. En voor vrouwen van dezelfde leeftijd van 7,4 in 1981 naar 3,4 in 2016.

Wat daarvan te denken? Enerzijds kun je denken dat die toename van chronische ziekten te maken heeft met de toegenomen screening en veranderde diagnostische criteria. Het CBS wijst daarop en ik maakte daar hier melding van.

Maar het lijkt anderzijds onwaarschijnlijk dat de toename uitsluitend daaraan is toe te schrijven. Want die afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten gaat gestaag, van jaar tot jaar, door en dat zal niet het geval zijn met de toename van de screening en de verandering van de diagnostiek.

Bovendien: er zijn goede redenen om van een echte toename van chronische ziekten te spreken. Veel van die chronische ziekten komen voort uit chronische ontstekingsprocessen, die samenhangen met stress oftewel de type II allostatische belasting.

En we weten dat de aard van de sociale omgeving van mensen daarin een belangrijke rol spelen. Als mensen die omgeving als minder veilig ervaren, doordat ze eenzaam zijn of doordat ze verwikkeld zijn in negatieve en competitieve interacties, dan werkt dat stressverhogend. Zie de berichten op dit blog achter het label stress, in het bijzonder De weg van eenzaamheid en sociale stress via verhoogde ontstekingsactiviteit naar gezondheidsproblemen en Prestatiedruk, competitie, stress en ziek worden. Over de amygdala en het voortdurend alert moeten zijn.

En het zou wel eens kunnen zijn dat onze sociale omgeving in de afgelopen decennia minder gunstig is geworden. Eenzaamheid zou kunnen zijn toegenomen. En op de arbeidsmarkt heeft de toegenomen flexibilisering aanwijsbaar negatieve gezondheidseffecten die verlopen via toegenomen stress.

Die afname van de levensverwachting zonder chronische ziekten zou dus best wel wat meer aandacht mogen krijgen. ook van het CBS.

maandag 19 maart 2018

Hoe zal het met het presidentschap van Trump aflopen? En hoe met de narcist Trump?

In verschillende landen waarvan je dacht dat de democratie vanzelfsprekend zou zijn of in ieder geval op brede steun zou kunnen rekenen, is hij in gevaar. Denk aan Polen en Hongarije. In Oostenrijk is een rechts-extremistische partij deel gaan uitmaken van de regering. In Duitsland is zo'n partij sterk vertegenwoordigd in de Bondsdag. In Groot-Brittannië is een rechtse club aan de macht met steun van de door Rupert Murdoch beheerste media en van Russische oligarchen.

Maar bij uitstek spannend is hoe het in de Verenigde Staten met de democratie zal aflopen. En dat is dezelfde vraag als hoe het met de regering-Trump zal aflopen.

Want met de narcist Trump aan de macht, wordt de democratie wel heel concreet bedreigd. Niet alleen vanwege de manier waarop hij aan de macht is gekomen, waarover we van dag tot dag meer aan de weet komen. Maar ook vanwege de manier waarop hij het presidentschap vervult. Of beter, waarop hij de grondwettelijke beperkingen van dat ambt voortdurend overschrijdt.

Dat hij dat laatste doet, kan geen verrassing zijn voor wie beseft wat dat extreme narcisme inhoudt waaraan Trump lijdt. Een narcist is eigenlijk niet in staat om een functie of een ambt te bekleden, omdat die altijd ingebed is in een institutioneel arrangement van regels en beperkingen. Zoals het arrangement van de scheiding der machten in een democratie. Een volbloed narcist zoals Trump is, vindt het onverdraaglijk dat zijn macht en handelingsvrijheid door zulke instituties begrensd zijn.

Ga even terug in de geschiedenis, naar die andere extreme narcist, Adolf Hitler, die nadat hij aan de macht was gekomen, binnen de kortste keren de democratie afschafte en verving door een nationale statushiërarchie, met hemzelf als persoon aan top. Dat hij zich ook maar iets zou behoren aan te trekken van buiten hemzelf gelegen beperkingen en dus niet uitsluitend zou kunnen varen op zijn eigen intuïtieve oordelen en oprispingen, was voor hem onverdraaglijk.

Ik moest daaraan denken bij het lezen van de berichten die ons bereiken over hoe de toestand in het Witte Huis in Washington zich ontwikkelt.

De teneur daarvan is dat Trump nu in een fase is beland waarin hij zijn adviseurs heeft weggestuurd of heeft zien vertrekken. En waarin hij in zijn toch altijd al aanwezige overtuiging kan zijn versterkt dat hij maar het beste op zijn eigen intuïties en ingevingen kan vertrouwen. Gisteren wees Maggie Haberman daarop: Newly Emboldened, Trump Says What He Really Feels. En vandaag Daniel W. Drezner: Why Donald Trump feels invincible.

En dat maakt het spannend hoe het met het presidentschap van Trump zal aflopen. Want het lijkt wel heel waarschijnlijk dat het onderzoek van de speciale aanklager Robert Mueller iets zal opleveren dat niet meer te verenigen is met een voortzetting van dit presidentschap. Of dat zal verlopen via een impeachment of via een rechterlijke uitspraak, wie zal het zeggen?

Maar net zoals de narcist Hitler van geen ophouden wist en ook in het zicht van de nederlaag tot de laatste man wilde laten doorvechten, is het ook moeilijk voorstelbaar dat de narcist Trump zich zal kunnen neerleggen bij wat hem nu te wachten staat.

Hij zal er door worden aangetast in zijn grandioze zelfbeeld. Hoe hij dat zal oplossen? Ik ben er niet gerust op.

zondag 18 maart 2018

Zondagochtendmuziek - J.S. Bach: St John Passion, BWV 245 - Bach Collegium Japan, Masaaki Suzu...

Woensdagavond waren we in de tot de nok toe gevulde Grote Zaal van TivoliVredenburg aanwezig bij de prachtige uitvoering van Bachs Johannes Passie door Holland Baroque en het Nederlands Kamerkoor. onder leiding van Reinbert de Leeuw.

Er zijn wat sceptische geluiden over de eigenzinnige interpretatie van Reinbert de Leeuw en ik ben niet genoeg muzikaal geschoold om over de uitvoeringspraktijk een afgewogen oordeel te kunnen hebben. Maar het was een indringende belevenis om mee te maken, die mij na afloop dan weer stil en dan weer enthousiast achterliet. Je kunt het concert, dat door Radio 4 werd uitgezonden, hier nog terugluisteren.

In de geheel herziene en aangevulde editie van Maarten 't Harts Johan Sebastian Bach, zegt Maarten over de Johannes-Passion:
Het is een magistrale compositie, feller, bewogener, geconcentreerder, dramatischer dan de Matthäus. Bovendien bevat de Johannes-Passion dat onvergankelijke, tere Arioso 'Betrachte, meine Seel', mit ängstlichem Vergnügen'. Zoiets wonderbaarlijks vind je zelfs in de Matthäus niet, noch in enige cantate.


Over deze uitvoering, door het Bach Collegium Japan onder leiding van Masaaki Suzuki, bestaat geen enkele scepsis. Mooier kan eigenlijk niet.

vrijdag 16 maart 2018

Hoe ons streven naar economische welvaart ten koste kan gaan van onze sociale welvaart - en van ons geluk

De nieuwe studie Consume More, Work Longer, and Be Unhappy: Possible Social Roots of Economic Crisis?, die ik net onder ogen kreeg, gaat in op de ingewikkelde relatie tussen economische welvaart en sociale welvaart

Denk bij economische welvaart aan de behoeftebevrediging die je ontleent aan goederen waarvan de waarde in geld is uit te drukken. En denk bij sociale welvaart aan de behoefte bevrediging die ontstaat door het hebben van persoonlijke relaties met anderen die "om elkaar geven".

De onderzoekers laten zich inspireren door het werk van Karl Polanyi (The Great Transformation, 1944) en Fred Hirsch (Social Limits to Growth, 1977). Zie ook het bericht Is groei BBP een noodzakelijke voorwaarde voor groei Brede Welvaart? 

Ze gaan na welke aanwijzingen er zijn voor het vermoeden dat de groei van economische welvaart, via de toename van ongelijkheid, kan leiden tot een afname van sociale welvaart en daarmee tot een afname van welbevinden (geluk). En voor het vermoeden dat mensen die afname van geluk proberen te compenseren door meer te gaan consumeren en dus meer uren te gaan werken en meer geld te lenen. Waardoor weer meer economische welvaart en weer minder sociale welvaart. Een paradoxaal zichzelf versterkend proces dus, dat mensen steeds maar ongelukkiger maakt.

Globaal gezien zijn de aanwijzingen voor deze vermoedens sterker voor de Verenigde Staten dan voor de meeste Europese landen, met uitzondering van Groot-Brittannië.

Ik ga er nog preciezer naar kijken en kom er nog een keer op terug. Boeiend, omdat het in dezelfde lijn ligt als mijn Geld en 'de rest'. Over uitzwerming, teloorgang van gemeenschap en de noodzaak van gemeenschapsbeleid uit 2003. Waarin geld stond voor economische welvaart en 'de rest' voor sociale welvaart.

woensdag 14 maart 2018

Is de mens van nature goed? Ja. Maar hij is ook van nature slecht. Hij is dus van nature flexibel

Rutger Bregman bespreekt in het lezenswaardige essay Dit is de vraag waar bijna al onze politieke debatten om draaien (en het antwoord geeft hoop) wat er zoal, sinds Rousseau en Hobbes, is bedacht en geschreven over de vraag of de mens van nature goed of slecht is. Rousseau betoogde dat de mens van nature goed is en Hobbes dat hij integendeel van nature slecht is.

Aan het eind neigt Rutger tot de conclusie dat Rousseau gelijk had:
Toch denk ik dat het tijd is om terug te gaan naar de oude boeken van die Franse dromer.
Jean-Jacques Rousseau herinnert ons waar we vandaan komen. Hij helpt ons te onthouden wat we van nature zijn, en waar we van nature naar verlangen. We zijn geen onbeschreven blad. Als mens hebben we 95 procent van onze geschiedenis in een vreedzame en egalitaire wereld geleefd. We zijn geëvolueerd om samen te werken en om te zorgen voor elkaar.
Maar dan blijft natuurlijk de vraag hoe te verklaren dat er zoveel ellende op de wereld is die mensen elkaar aandoen. Dat moet Rutger zich tot ook hebben afgevraagd, want een zin later lezen we:
Mensen kunnen elkaar verschrikkelijke dingen aandoen, maar als je nuchter naar de wereldgeschiedenis kijkt, blijken we ons hart meestal op de juiste plaats te hebben.
En belangrijker nog: als we aannemen dat mensen bovenal verlangen naar vriendschap, verbinding en vertrouwen, en als we onze economie, democratie en onderwijs dáárop inrichten, halen we het beste in elkaar naar boven.
Anders gezegd, soms hebben we het hart niet op de juiste plaats en soms moeten we het beste in elkaar naar boven halen.

Dat wijst erop dat we niet alleen maar van nature tot het goede geneigd zijn, maar ook tot het slechte. Want er moet iets gebeuren om het goede naar boven te halen en dus om het andere, het slechte, te onderdrukken.

Hoe kan dat? Dat kan als je je er rekenschap van geeft dat de menselijke sociale natuur flexibel is. Dat zowel goed gedrag, dus het pro-sociale of gemeenschapsgedrag, dat op samenwerking en zorg gericht is, als het slechte gedrag, dus het vijandige, egoïstische, statuscompetitieve gedrag, tot het natuurlijke menselijke gedragsrepertoire behoren. Anders gezegd, de menselijke sociale natuur is innerlijk tegenstrijdig.

Aangevuld met het vermogen om de sociale omgeving te kunnen scannen op de mate waarin hij veilig en zorgzaam is dan wel onveilig en vijandig is. En afhankelijk van de uitslag van die scan te kiezen voor het goede dan wel het slechte gedrag. De menselijke sociale natuur is flexibel.

De volgers van dit blog weten dan dat we zijn aanbeland bij de Dual Mode-theorie, die ik hier in twee stellingen samenvatte:
Stelling 1. In hun sociale gedrag (d.i. gedrag ten opzichte van anderen) zijn er twee bundels van gedragspatronen die mensen vaak onbewust en ongepland uitvoeren of gaan uitvoeren: het statuscompetitiepatroon en het gemeenschapspatroon.
Stelling 2. Mensen worden bij het aanleren en uitvoeren van deze gedragspatronen sterk beïnvloed door de mate waarin ze met het ene dan wel het andere gedragspatroon in hun sociale omgeving in aanraking komen.
Die menselijke flexibiliteit is een bijzonder geval van wat biologen fenotypische plasticiteit noemen. Het idee daarachter is dat er op plasticiteit geselecteerd wordt als een soort langdurig met een wisselende, veranderende omgeving wordt geconfronteerd. Dan is het voor overleving en reproductie van belang om flexibel te kunnen reageren.

In de mensheidsgeschiedenis zijn die omgevingsveranderingen aan te wijzen. Onze laatste gemeenschappelijke voorouder met de chimpansees zal nog het van de meeste primaten bekende alfa-mannetjesmodel van statuscompetitie en statushiërarchie gekend hebben. Gekenmerkt door weinig samenwerking, waarbij zorggedrag zich beperkt tot de zorg van de moeder voor haar eigen nageslacht.

De eerste mensen, Homo sapiens, hebben kunnen overleven en zich zelfs over de aardbol kunnen verspreiden doordat ze in staat waren om bij het verwerven van voedsel door jagen en verzamelen, bij het bieden van bescherming tegen roofdieren en bij het grootbrengen van de kinderen samen te werken en te delen. Dat was een soort sociale uitvinding, die er ook uit bestond dat de nog steeds aanwezige neigingen tot statuscompetitie collectief werden onderdrukt. We werden geselecteerd op de ontwikkeling van de morele intuïties van eerlijk delen en rechtvaardigheid, maar ook op het vermogen om moreel verontwaardigd (en agressief) te reageren op egoïsme en bedrog.

Vanaf die tijd, de tijd van de Paleo Sociale Omgeving, zijn mensen dus toegerust met die twee gedragspatronen, het "nieuwe" gemeenschapsgedrag en het "oude" statuscompetitiegedrag. In die Paleo Sociale Omgeving kon je maar het beste "kiezen" voor dat gemeenschapsgedrag, want anders werd je door je groepsgenoten wel duidelijk gemaakt dat de baas willen spelen en meer willen hebben dan de anderen niet op prijs werd gesteld. Daar kon je maar beter naar luisteren, want in je eentje redde je het niet.

Met de komst van de landbouwsamenlevingen, vanaf zo'n 10.000 jaar geleden, veranderde dat alles ingrijpend. Want er kwam de mogelijkheid om eigendom te hebben en dat vormde de basis voor ongelijkheid. De deur voor statuscompetitie, economische ongelijkheid en ongelijkheid tussen mannen en vrouwen werd wijd opengezet.

En dat is waar we nu nog steeds mee te maken hebben. Wat zich tegenwoordig in onze maatschappij afspeelt is een voortdurend wisselende uitkomst van de werking van onze aan elkaar tegengestelde neigingen tot gemeenschapsgedrag en statuscompetitiegedrag. Denk aan het bericht De sociale verschijningsvormen van de statuscompetitie en de statushiërarchie. En soms denk je dat we in een tijd leven waarin het statuscompetitiepatroon het wint van het gemeenschapspatroon.

Kortom, die innerlijke tegenstrijdigheid van de menselijke sociale natuur houdt in dat onze competitieve neigingen even natuurlijk zijn als onze hang naar gemeenschap. We zijn allemaal beter af als iedereen zou kiezen voor gemeenschapsgedrag, maar individueel blijft steeds de verleiding bestaan om de statuscompetitie aan te gaan. Om meer te willen dan anderen, om anderen te overheersen.

Dat verklaart waarom wij mensen ertoe zijn veroordeeld om een onophoudelijke sociale en maatschappelijke en politieke strijd te voeren. Als het even kan natuurlijk graag binnen de kaders van de democratie en de mensenrechten. Maar ook voor de handhaving daarvan is strijd onvermijdelijk.

maandag 12 maart 2018

Competitie maakt competitiever ook als je er niet zelf aan meedoet

Volgens de Dual Mode-theorie hebben mensen twee sociale gedragspatronen klaar liggen om snel uit te voeren, statuscompetitiegedrag en gemeenschapsgedrag, en laten ze zich bij de (meestal onbewuste) keuze tussen die twee, leiden door wat ze het meest in hun omgeving waarnemen.

Voor die laatste hypothese zijn er op dit blog al verschillende aanwijzingen voorbijgekomen. Zo hebben we gezien dat pro-sociaal (gemeenschaps-)gedrag pro-sociaal gedrag gemakkelijk uitlokt. Het laatste bericht in dat verband was Pro-sociaal gedrag is aanstekelijk - Nieuwe aanwijzingen.

En er zijn allerlei aanwijzingen dat kinderen die opgroeien in een meer conflictueuze en gewelddadige omgeving in hun latere leven in hun gedrag opportunistischer en egoïstischer zijn. Zie een van de berichten in dat verband: Mannen zijn opportunistischer en wraakzuchtiger als ze in een omgeving met meer geweld zijn opgegroeid. In diezelfde richting wijst het onderzoek dat laat zien dat agressie op televisie adolescenten agressiever maakt en onderzoek dat hetzelfde effect laat zien van competitieve videogames.

De nieuwe studie The influence of a competition on noncompetitors versterkt deze aanwijzingen als het gaat om competitie. De onderzoekers gaven bezoekers van een dierentuin de vrijheid om zelf te bepalen hoeveel ze voor de entree wilden betalen. De meesten gaven een vrijwillige bijdrage, die wel lager was dan de normale entreeprijs. Een deel van de bezoekers kreeg te horen dat er een competitie was om wie de hoogste entreeprijs zou betalen. Daar kon voor de winnaar ook een prijs aan vastzitten, zoals een jaarkaart voor de dierentuin.

Een ander deel van de bezoekers kreeg niets over die competitie te horen. Vervolgens bleek dat de bezoekers die wel van de competitie te horen hadden gekregen, maar er voor kozen om er niet aan mee te doen, een hogere vrijwillige bijdrage als entree betaalden dan degenen die geheel niet op de hoogte waren van de competitie.

Het kennis hebben van het plaatsvinden van een competitie, zonder zelf daaraan mee te doen, bleek dus het gedrag te beïnvloeden. In die zin dat het gedrag meer ging lijken op degenen die wel aan de competitie deelnamen.

De onderzoekers vermoeden dat eenvoudigweg het beeld dat bij je wordt opgeroepen als je hoort dat er een competitie plaatsvindt, competitieve emoties bij je uitlokt, die vervolgens je gedrag gaan beïnvloeden.

Dat zet je aan het nadenken over het effect op ons van al die competitie die we in ons dagelijks leven, op ons werk of in de media, om ons heen waarnemen. We worden er door beïnvloed, ook als we zelf geen deelnemers zijn.

zondag 11 maart 2018

Zondagochtendmuziek - Brilliant timbre Toccata and fugue in d minor Bach Sofia Kiprskaya Harp

Olga de Kort geeft een mooie recensie van het boek Bart Stouten over Bach. Een chaconne in woorden van Klara-presentator Bart Stouten. Mooie programma's maakt die Bart Stouten.

Laten we dus weer naar Bach luisteren. En wat zo bijzonder aan zijn muziek is, is dat ook de overbekende stukken blijven boeien. Zo is er deze overbekende Toccata en fuga, hier gespeeld op harp door Sofia Kiprskaya, de eerste harpiste van het Orkest van het Mariinski Theater. Klik ook even de mooie speellijst op haar website aan.

vrijdag 9 maart 2018

Beloningen CEO's groeien sneller door bias in keuze van peer group - Een geval van statuscompetitie

Thijs Bol geeft een mooi inkijkje in onderzoek naar hoe de beloningen van CEO's van grote bedrijven tot stand komen. Zie Waarom het loon van CEOs zoveel sneller groeit dan bedrijfswinst.

Het blijkt dat bij de keuze van de groep collega-CEO's waarmee de beloning wordt vergeleken, vooral wordt gekeken naar bedrijven die groter zijn, meer omzet hebben of meer klanten bedienen. Een referentiegroep dus met een positieve bias. Daardoor ontstaat een haasje-over effect. Iedereen vergelijkt zich met meerverdieners en gaat er daardoor in beloning op vooruit. Daardoor komen er nog weer meer veelverdieners, die weer als referentie fungeren voor minderverdieners. Enzovoort.

En zo is het sociale proces in werking getreden waardoor de verschillen in beloningen binnen bedrijven zo sterk zijn gestegen.

Hier is duidelijk het sociale mechanisme van de statuscompetitie werkzaam. Het gaat niet meer om bedragen die mensen nodig hebben om rond te komen of om een comfortabel leven te leiden. Is het leven met de 1,5 miljoen, de beloning die ING-topman Hamers kreeg, minder comfortabel dan het leven met de 3 miljoen die hij gaat krijgen?

Nee natuurlijk. Het gaat erom dat je als je topman bent, ook de status wilt die daarbij hoort. En dan voldoen niet meer de uiterlijkheden van het dure pak, de dure auto en het luxueuze office. Je moet op borrels een bedrag kunnen laten vallen waarmee je met de anderen kunt meedingen. Elk bedrag dat lager is dan je gesprekspartner is dan, althans in die kringen, een handicap. Stevo Akkerman omschrijft dat proces mooi in Trouw:
Hij was het lulletje rozewater geworden onder de collega’s. Niet dat ze het openlijk lieten merken, maar de indirecte signalen konden hem moeilijk ontgaan.
Het gaat hier om gewichtigdoenerige heren, maar het proces is hetzelfde als dat wat zich op veel  schoolpleinen afspeelt. Dan noemen we dat pesten. Hamers moet nu 3 miljoen, omdat hij anders gepest wordt.

woensdag 7 maart 2018

Paul de Grauwe herinnert er nog eens aan dat de euro zonder gezamenlijke aansprakelijkheid niet levensvatbaar is

De euro is uitgedacht in de neoliberale fantasiewereld waarin "hervormingen" en gedereguleerde financiële markten er altijd voor zouden zorgen dat alles goed komt. Crises zouden niet meer optreden of zouden als vanzelf snel weer oplossen.

Die fantasiewereld stortte ineen met de Grote Financiële Crisis van 2008-2010, waaraan al enkele waarschuwingen vooraf waren gegaan. Toen bleek hoe ondoordacht de euro in elkaar was gezet. En bleek hoe groot het risico was dat landen lopen die tot een muntunie toetreden en daarmee een eigen centrale bank opgeven.

Op de ontwerpfout die toen aan het licht kwam, heeft Paul de Grauwe als eerste gewezen. Ik stond daar in 2012 bij stil in het bericht Waarom je met hervormingen de eurocrisis niet oplost.

Wat is het geval? Na de introductie van de euro ontstond de indruk, die ook niet werd weersproken, dat de obligaties van de eurozonelanden allemaal even veilig waren. Daardoor ontstonden er grote kapitaalsstromen naar de zuidelijke eurolanden. Denk aan de prachtige tolwegen die in Spanje werden aangelegd, waar nauwelijks op wordt gereden.

Toen de crisis uitbrak, bleek ineens dat de leningen aan die landen niet gegarandeerd werden. Ze hadden immers geen eigen centrale bank meer en de Europese Centrale Bank mocht niet te hulp schieten. Het had toen misschien nog goed kunnen worden opgelost, met wat goede wil van Duitsland en Nederland. Maar het werd al snel duidelijk hoe de zaken er voor stonden na de verklaring van Angela Merkel dat elk land afzonderlijk, en niet Europa gezamenlijk, garant moest staan voor zijn financiële instituties. Geen gezamenlijke aansprakelijkheid, dat was de voorwaarde waaronder Duitsland met de euro akkoord was gegaan.

Goed doordacht was dat natuurlijk niet. Want toen kwamen de problemen. De kapitaalsstromen gingen retour naar de landen die de fondsbeheerders veilig vonden, dus naar Duitsland en Nederland. Die daardoor heel lage rentes konden gaan betalen, waar snel stijgende rentes voor de zuidelijke landen tegenover stonden. Er kwam een run uit de landen die als zwak werden gezien. Zo zwak waren ze ook weer niet, maar waarom zou je hun obligaties opkopen als je binnen dezelfde muntunie ook bij veiliger landen terecht kunt?

Die run had tot het uiteenvallen van de euro kunnen leiden, als niet Mario Draghi had ingegrepen met zijn whatever it takes. Waar Duitsland en Nederland zich wel bij moesten neerleggen.

Maar het probleem zelf is daarmee niet afdoende opgelost. En dat roept de vraag op of de laatste ontwikkelingen, de plannen die Duitsland en Frankrijk samen lijken te gaan ontwikkelen, wel voor die oplossing zullen zorgen. Verschillende voorstellen doen nu de ronde, zoals dat van een aantal Franse en Duitse economen.

En daar komt Paul de Grauwe weer in beeld. Want samen met Yuemei Ji herinnert hij er nog maar eens aan dat een oplossing echt alleen maar kan bestaan uit de aanvaarding van gezamenlijke aansprakelijkheid van alle deelnemende landen in de vorm van Eurobonds. Zie How safe is a safe asset. Zolang die er niet is, zal in een volgende crisis aan het licht komen dat de eurozone inherent instabiel is. De rentes op de overheidsobligaties zullen weer snel uiteen gaan lopen. Anders gezegd, als je een muntunie wilt, dan moet je die ook echt willen, dus met gezamenlijke aansprakelijkheid.

Merkwaardig dat de huidige politici, met Nederland voorop, dat maar niet willen of kunnen inzien. En dus ook niet inzien dat daarzonder de euro op den duur niet levensvatbaar is.

dinsdag 6 maart 2018

Is onvoldoende politiek weerwerk tegen ambtelijke beleidsadviezen een oorzaak van het verval van het politieke midden?

Her en der hebben de politieke middenpartijen het moeilijk. Kiezers wijken uit naar de randen van het politieke spectrum, vooral naar rechts.

In het complex van oorzaken voor deze ontwikkeling zou wel eens een rol kunnen spelen dat de middenpartijen te weinig weerwerk bieden tegen de gedachte dat er een economisch beleid bestaat dat objectief en wetenschappelijk gezien het juiste beleid is. In concreto is dat dan het beleid zoals dat door "de economen" geadviseerd wordt.

Natuurlijk bestaat er binnen het vak economie vaak verschil van inzicht over wat op een bepaald moment het beste beleid is. Maar de politiek oriënteert zich vooral op een bepaalde groep, meestal niet-academische, deskundigen die speciaal voor advisering zijn aangesteld. Denk wat Nederland betreft aan het Centraal Planbureau.

Maar denk ook aan de Studiegroep Begrotingsruimte, een groep van topambtenaren die voorafgaand aan verkiezingen advies uitbrengt over de begrotingsdoelstellingen en de begrotingsregels.

Vooral de middenpartijen maken er een gewoonte van om dat advies als het eerste en het laatste woord te beschouwen. De deskundigen hebben gesproken en het is maar beter om je daar aan te houden. Het gewicht ervan is zo groot dat je het gevaar loopt dat je niet serieus wordt genomen als je daar te veel van zou afwijken. Dat zal er mede aan liggen dat die partijen het economische denkwerk grotendeels aan die deskundigen hebben uitbesteed.

Gevolg daarvan is dat de middenpartijen qua economische beleidsvoorstellen sterk op elkaar zijn gaan lijken. De verschillen zijn niet altijd onbelangrijk, maar toch vaak nauwelijks waarneembaar voor de niet-ingewijde. Dat maakt dat verkiezingsdebatten vaak gaan over personen en over hoe ze overkomen.

Dat brengt me op de grote invloed van die Studiegroep Begrotingsruimte, waar ik eerder (in 2012) over schreef in het bericht De Studiegroep Begrotingsruimte bepaalt onze economische politiek. Dat is niet vertrouwenwekkend. Daarin ging het erom dat die Studiegroep een merkwaardige theorie over economische groei bleek te hanteren, die tot het advies leidde dat vooral snel de begroting op orde moest worden gebracht. Terwijl het macro-economisch gezien meer voor de hand had gelegen om, in een tijd van recessie, juist een expansief beleid te voeren.

Maar, zoals gezegd, de politiek nam het advies klakkeloos over en besloot tot bezuinigen, met aanzienlijke economische schade en een langer durende recessie dan nodig was geweest. Zie uit 2015: Voorpaginanieuws: schade bezuinigingsbeleid 20-30 miljard euro per jaar, 200.000 tot 300.000 banen.

Dit alles bedacht ik me na het lezen van de analyse van Wimar Bolhuis in de ESB van gisteren van de invloed van de adviezen van de Studiegroep Begrotingsruimte op de regeerakkoorden: Begrotingsadvies en regeerakkoord versterken conjunctuurcyclus.

Want daaruit komt wel heel duidelijk naar voren wat de gevaren zijn als de politieke middenpartijen het economisch denkwerk teveel uitbesteden aan de deskundige topambtenaren. Want hoe deskundig ook, die kunnen het wel eens mis hebben.

Het blijkt namelijk dat de Studiegroep een sterke voorkeur heeft voor "veilige" begrotingsdoelstellingen. Dat klinkt mooi, maar leidt er in feite toe dat in perioden van laagconjunctuur geadviseerd wordt tot procyclisch beleid. Dus inderdaad tot beleid dat de recessie erger en langduriger maakt. En in de regeerakkoorden wordt dat advies verregaand opgevolgd.

Conclusie: politiek partijen zouden er meer werk van moeten maken om zelf economische deskundigheid in huis te hebben. Als dat in de afgelopen jaren meer het geval was geweest, dan hadden de verschillen tussen de middenpartijen groter kunnen zijn.

Dan had, om maar wat te noemen, de PvdA in 2012 niet zo gemakkelijk een regering gevormd met de VVD als de partij toen deed. En dat was niet alleen beter geweest voor de sociaal-democratie, maar ook voor de politiek in het algemeen.

maandag 5 maart 2018

Ook pro-sociaal gedrag in de media lokt pro-sociaal gedrag uit

Het is bekend dat competitie, geweld en sociale agressie in media (televisieprogramma's en videogames) de kans op hetzelfde gedrag bij consumenten van die media vergroten. Zie de laatste berichten op dit blog daarover: Sociale agressie op televisie maakt adolescenten sociaal agressiever en Competitieve videogames versterken agressieve gevoelens en daardoor meer agressief gedrag.

Maar net zoals in het gewone leven zou je verwachten dat het in aanraking komen met pro-sociaal gedrag in media ook meer pro-sociaal gedrag uitlokt. Dat is immers de verwachting van de Dual mode-theorie, dat mensen zowel statuscompetitiegedrag als gemeenschapsgedrag gemakkelijk tot hun beschikking hebben en dat de mate van statuscompetitie- dan wel gemeenschapsgedrag in hun omgeving van invloed is op het soort gedrag waar ze voor "kiezen" (tussen aanhalingstekens, omdat die beïnvloeding vaak onbewust verloopt).

Dat media inderdaad die positieve invloed kunnen hebben, komt naar voren uit de vorig jaar verschenen studie A Meta-Analysis of Prosocial Media on Prosocial Behavior, Aggression, and Empathic Concern: A Multidimensional Approach. De onderzoekers zochten, in een meta-analyse, alle studies bij elkaar die uitsluitsel kunnen geven. Dat bleken er 72 te zijn. Het ging om televisieprogramma's, films, videogames en muziek(video's).

Het bleek toen dat een pro-sociale media-inhoud (anderen helpen, aardig zijn, compassie hebben, altruïsme, empathie) meer pro-sociaal gedrag en meer empathische bezorgdheid (empathic concern) uitlokte en minder agressief gedrag.

Het lijkt soms, of vaak, dat de media ons vooral een competitieve, agressieve wereld voorhouden. Maar ze kunnen ons dus ook een betere wereld voorhouden en daarmee een gunstige invloed uitoefenen.

zondag 4 maart 2018

Zondagochtendmuziek - THE WAR AFTER THE WAR

Mary Gauthier maakte haar nieuwe CD Rifles & Rosary Beads samen met Amerikaanse oorlogsveteranen en hun familie.

Hier het nummer The War After The War. De lyrics vind je hier.

vrijdag 2 maart 2018

Sekse-ongelijkheid als verschijningsvorm van statuscompetitie

In het bericht De sociale verschijningsvormen van de statuscompetitie en de statushiërarchie gaf ik dit lijstje van sociale verschijningsvormen van statuscompetitie en statushiërarchie, onvolledig en in willekeurige volgorde:
  • Een vorm van statuscompetitiegedrag is het gedrag van narcisten. Narcisten gedijen bij de statuscompetitie; het is hun natuurlijke werkterrein. We zien veel narcistisch gedrag om ons heen, bovenal in het publieke domein (in het persoonlijke domein zijn we vaak in staat om narcisten te ontwijken).
  • Statuscompetitie gaat gepaard met verhoogde stress en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen. In de sociale omgeving van arbeidsorganisaties uit zich dat in een verhoogd risico op burn-out en daarmee samenhangend ziekteverzuim.
  • Statuscompetitie resulteert, als het onbelemmerd zijn gang kan gaan, in de ongelijkheid van een statushiërarchie of zelfs in de ongelijkheid van de brute onderdrukking (Marxistisch: uitbuiting). Dus in de hoge mate van inkomens- en vermogensongelijkheid die we nu om ons heen zien.
  • Die grote mate van ongelijkheid resulteert ook in bedreigingen voor de democratie. De democratie is een uitingsvorm van de gemeenschapsgedachte dat iedereen meetelt en dus dezelfde rechten heeft. Maar statushiërarchie en machtsongelijkheid leiden onvermijdelijk tot een aantasting van die rechtsgelijkheid.
  • Het om zich heen grijpen van statuscompetitie gaat gepaard met wij-zij denken. Waarbij "wij" het recht, ja, de plicht, hebben om de anderen te domineren en te onderdrukken. Vandaar nationalisme, anti-immigrantensentiment en vijandigheid tegen andersdenkenden en andersgelovigen. In een woord: rechts-extremisme.
  • Het als vanzelfsprekend beschouwen van de nationale staat of "het volk" als een statushiërarchie houdt in dat ongelijkheid als een natuurlijk en gewenst verschijnsel wordt beschouwd. De verzorgingsstaat en de daaruit voortvloeiende sociale zekerheid en sociale bescherming van de zwakkeren zijn daarmee in strijd. Vandaar de roep om afbouw van de verzorgingsstaat en de denigrerende of zelfs vijandige bejegening van armen en uitkeringstrekkers. En vandaar dat voedselbanken een geaccepteerd verschijnsel zijn geworden.
  • Als statuscompetitie vanzelfsprekend is, dan is het ook vanzelfsprekend dat iedereen jouw vijand kan zijn. Dus moet je je altijd kunnen verdedigen. En dat kan er weer toe leiden dat wapenbezit normaal wordt, zoals in de Verenigde Staten.
Daar valt sekse-ongelijkheid, of anders gezegd, de ondergeschikte positie van vrouwen aan toe te voegen. Dat ligt eigenlijk zo voor de hand, dat ik er het lijstje ook mee had kunnen beginnen.

Want de ondergeschikte positie van vrouwen kwam de mensheidsgeschiedenis binnen met de overgang van de jagers-verzamelaars- naar de landbouwsamenlevingen. Uit het bericht Het afscheid uit het paradijs was niet goed voor vrouwen:
Dat veranderde met de introductie van eigendom in de landbouwsamenleving. Bezit moest worden beschermd en dat leidde er toe dat zonen bij hun vader bleven. Dus werden dochters uitgehuwelijkt en werden vrouwen van elders gehaald. Het fenomeen van de bruidsschat ontstond, waarmee vrouwen handelswaar werden.
Waardoor vrouwen ondergeschikt moesten worden aan mannen. En trouw aan hun man. Want omdat je bezit had en dat wilde doorgeven aan je kinderen, wilde je als man zekerheid over het vaderschap. Waar jagers-verzamelaarsmannen niet om maalden, werd voor landbouwers een prioriteit.
Bovendien leidde de toegenomen ongelijkheid er toe dat een man meer vrouwen kon nemen ('kopen"). Voor vrouwen hield dat in dat ze voor de keus konden komen te staan om een van de vrouwen van een rijke man te worden of de enige vrouw van een arme man. Het eerste was dan vaak aantrekkelijker.
Hoe zit dat dan met de tegenwoordige positie van vrouwen? Die is natuurlijk met de komst van de democratie en het vrouwenkiesrecht (in 1919) al behoorlijk verbeterd. Maar we beseffen ook dat vrouwen tot 1957 voor de wet als handelingsonbekwaam werden beschouwd. Het huwelijk was tot die tijd een onderwerpingsverdrag: door te trouwen verloor een vrouw
haar baan en had ze niets meer te zeggen over haar geld en haar kinderen. Ze behield alleen haar vrijheid om in haar eentje boodschappen te doen.
Zie Handelingsonbekwaamheid van vrouwen van Alies Pegtel in het Historisch Nieuwsblad.

Oké, dat ligt achter ons. Maar hoewel vrouwen nu in juridisch opzicht niet meer ondergeschikt zijn, zijn ze dat in materieel opzicht nog wel degelijk.

Want er is nog altijd geen gelijke beloning tussen mannen en vrouwen, ook als je met allerlei verschillen in andere kenmerken (zoals opleiding, werkervaring, deeltijd of voltijd) rekening houdt. Zie het CBS daarover: Krijgen mannen en vrouwen gelijk loon voor gelijk werk? En volgens het Nationaal Salaris Onderzoek 2017 verdienen vrouwen  jonger dan 36 jaar 4% en vrouwen ouder dan 35 jaar 8% minder dan mannen. En zijn mannen 1,7 maal zo vaak werkzaam in een leidinggevende functie. Dat suggereert dat de competitie om de betere banen, een vorm van statuscompetitie, in het nadeel van vrouwen uitvalt. Dat daar qua wetgeving iets tegen valt te doen, bewijst IJsland, waar bedrijven moeten bewijzen dat ze gelijk loon bieden voor gelijk werk.

Maar ook als je wel rekening houdt met een belangrijk verschil het dat ene "achtergrondkenmerk", namelijk dat vrouwen de kinderen baren, dan komt er een grote mate van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen naar voren. Want vrouwen stellen weliswaar de geboorte van het eerste kind uit, om eerst te proberen om op de arbeidsmarkt voet aan de grond te krijgen, maar daarmee zijn ze niet in staat om te voorkomen dat ze na het moeder geworden zijn een blijvende beloningsachterstand op mannen oplopen. Zie Weer minder kindvriendelijk - Weer toename leeftijd vrouwen bij geboorte eerste kind.

En zie het mooie bericht dat Tamar Stelling vandaag schrijft op De Correspondent: Vrouw, wil je gelijkheid? Stop met baren. De titel zegt het al.

Nee, we hebben de statuscompetitie in onze maatschappij nog niet zover gereguleerd en teruggedrongen dat we kunnen spreken van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Er komt dus een bullet bij:
  • Statuscompetitie produceert niet alleen inkomens-, vermogens- en machtsongelijkheid, maar ook sekse-ongelijkheid.gen over haar geld en haar kinderen. Ze behield

woensdag 28 februari 2018

Liegen doen we allemaal. Maar Trump!

Bella DePaulo, die in het verleden onderzoek deed naar hoe vaak mensen liegen en waarover ze liegen, heeft zich gebogen over de leugens van Donald Trump. Ze schrijft daarover in I study liars. I've never seen one like Donald Trump.

Ze noemt daarin een onderzoek naar 1000 Amerikaanse volwassenen die, naar eigen zeggen, in de voorafgaande 24 uur gemiddeld 1,65 leugens hadden verteld. De meerderheid, 60 procent, had geen enkele keer gelogen, terwijl de top 5 procent van de leugenaars de helft van alle leugens had verteld.

Je kunt leugens onderverdelen in leugens die je vertelt om er zelf beter van te worden en leugens om bestwil, leugens dus met de bedoeling anderen te ontzien. Uit DePaulo's onderzoek bleek dat ongeveer de helft van alle leugens verteld worden om er zelf beter van te worden en ongeveer een kwart om anderen te ontzien. De rest was niet in te delen, zoals de leugentjes die je vertelt om de conversatie gaande te houden.

Een speciaal soort leugens kwam zo weinig voor dat hij in het onderzoek in een voetnoot terechtkwam. Het ging om wrede, kwaadaardige leugens, die verteld werden om anderen schade te berokkenen, te kleineren of in diskrediet te brengen.

Maar DePaulo analyseerde ook de toen laatste 400 leugens van Donald Trump, dat wil zeggen uitspraken van Trump die door de Fact Checker van de Washington Post als leugens waren gekenmerkt. Uiteraard ging het alleen om de uitspraken die Trump publiekelijk had gedaan.

Daaruit bleek dat Trump ongeveer 6 leugens per dag had verteld. Bijna twee derde daarvan waren leugens uit eigen belang. Leugens om zichzelf beter voor te doen. Terwijl leugens om bestwil slechts 10 procent van alle leugens uitmaakten.

Maar het meest opvallende was dat een adembenemende 50 procent van al zijn leugens ronduit kwaadaardig waren. Bedoeld om anderen te kleineren, te beledigen, in een kwaad daglicht te stellen.

En dat past natuurlijk heel goed in het patroon van de narcist, die zich verheven wil voelen boven anderen. En die kwaadaardig liegt als dat nodig is om dat gevoel in stand te houden.

Interessante onderzoekster, die Bella DePaulo. Kijk maar eens op haar website.

maandag 26 februari 2018

De sociale verschijningsvormen van de statuscompetitie en de statushiërarchie

Update. Zie nu ook deze longread over hoe het Britse establishment, dat zich nog iets aantrok van het algemeen belang (public service, sense of duty, self-sacrifice), gedurende de laatste tientallen jaren, is verworden tot een statuscompetitieve elite die haar eigen ondergang bewerkstelligt: Is the British establishment finally finished?
Statuscompetitie en statushiërarchie zijn patronen van individueel en collectief gedrag ten opzichte van soortgenoten, die ouder zijn dan de mens, ja, zelfs ouder dan de zoogdieren. Vandaar dat ze soms met reptielengedrag worden aangeduid. Met de komst van de zoogdieren ontstonden nieuwe vormen van gedrag, (broed)zorg en hechtingsgedrag, waarvoor het nodig was om de impulsen tot statuscompetitie individueel te onderdrukken.

Op de basis van die nieuwe vormen kon bij mensen, onder de unieke omstandigheden van de Paleo Sociale Omgeving, het gemeenschapsgedrag en de sociale vorm van de gemeenschap ontstaan. Terwijl tegelijkertijd het statuscompetitie gedrag als een potentie bleef bestaan, een potentie die tot uiting komt als dat gedrag niet voldoende, individueel en vooral ook collectief, wordt onderdrukt.

Je kunt die statuscompetitie dus als een biologisch proces bestuderen. Dan gaat het o.a. over de rol van testosteron en cortisol. Zie voor meer de berichten op dit blog Het biologische proces van statuscompetitie en leiderschap - over testosteron en cortisol en Testosteron is niet het agressie-, maar het statuscompetitiehormoon.

Maar je kunt er ook naar kijken als een sociaal proces, met allerlei sociale verschijningsvormen. Veel daarvan is op dit blog al voorbijgekomen. Ik pik er even dit bericht uit: De dimensies van statuscompetitiegedrag - en de samenhang met depressie, angststoornis en manische symptomen.

Maar het leek me nuttig om, in deze tijd waarin de statuscompetitie opvallend de kop opsteekt, eens op een rijtje te zetten wat me zoal te binnen schiet. Natuurlijk onvolledig, maar het geeft een idee. Suggesties voor aanvullingen welkom. In willekeurige volgorde.
  • Een vorm van statuscompetitiegedrag is het gedrag van narcisten. Narcisten gedijen bij de statuscompetitie; het is hun natuurlijke werkterrein. We zien veel narcistisch gedrag om ons heen, bovenal in het publieke domein (in het persoonlijke domein zijn we vaak in staat om narcisten te ontwijken).
  • Statuscompetitie gaat gepaard met verhoogde stress en daarmee samenhangende gezondheidsproblemen. In de sociale omgeving van arbeidsorganisaties uit zich dat in een verhoogd risico op burn-out en daarmee samenhangend ziekteverzuim.
  • Statuscompetitie resulteert, als het onbelemmerd zijn gang kan gaan, in de ongelijkheid van een statushiërarchie of zelfs in de ongelijkheid van de brute onderdrukking (Marxistisch: uitbuiting). Dus in de hoge mate van inkomens- en vermogensongelijkheid die we nu om ons heen zien.
  • Die grote mate van ongelijkheid resulteert ook in bedreigingen voor de democratie. De democratie is een uitingsvorm van de gemeenschapsgedachte dat iedereen meetelt en dus dezelfde rechten heeft. Maar statushiërarchie en machtsongelijkheid leiden onvermijdelijk tot een aantasting van die rechtsgelijkheid.
  • Het om zich heen grijpen van statuscompetitie gaat gepaard met wij-zij denken. Waarbij "wij" het recht, ja, de plicht, hebben om de anderen te domineren en te onderdrukken. Vandaar nationalisme, anti-immigrantensentiment en vijandigheid tegen andersdenkenden en andersgelovigen. In een woord: rechts-extremisme.
  • Het als vanzelfsprekend beschouwen van de nationale staat of "het volk" als een statushiërarchie houdt in dat ongelijkheid als een natuurlijk en gewenst verschijnsel wordt beschouwd. De verzorgingsstaat en de daaruit voortvloeiende sociale zekerheid en sociale bescherming van de zwakkeren zijn daarmee in strijd. Vandaar de roep om afbouw van de verzorgingsstaat en de denigrerende of zelfs vijandige bejegening van armen en uitkeringstrekkers. En vandaar dat voedselbanken een geaccepteerd verschijnsel zijn geworden.
  • Als statuscompetitie vanzelfsprekend is, dan is het ook vanzelfsprekend dat iedereen jouw vijand kan zijn. Dus moet je je altijd kunnen verdedigen. En dat kan er weer toe leiden dat wapenbezit normaal wordt, zoals in de Verenigde Staten.
Nogmaals, zo'n lijstje is natuurlijk nog maar het begin. En uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om een eenvoudige opsomming, maar om een beschrijving van een ingewikkeld sociaal proces van met elkaar samenhangende elementen. Maar, zoals gezegd, aanvullingen zijn welkom.

zondag 25 februari 2018

Zondagochtendmuziek - Barbara Dennerlein on Hammond B3 Organ does a jazz classic

Eerlijk gezegd was jazz-organiste Barbara Dennerlein aan mij voorbijgegaan. Terwijl toch Jimmy Smith (1925 of 1928 - 2005) een van mijn favorieten was toen ik in de jaren vijftig de jazz ontdekte.

Maar Barbara Dennerlein is wel een fenomeen. En doet je Jimmy Smith bijna vergeten. Kijk vooral ook even op haar website.



vrijdag 23 februari 2018

Klein, maar goed, nieuws: Jongeren maken zelf hun ontmoetingsplek

Als welkom tegenwicht tegen al het grote, slechte nieuws, nu aandacht voor het weliswaar kleine, maar goede nieuws. Over jongeren die zelf hun ontmoetingsplek maken

Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn we de ruimtelijke inrichting van ons land zo gaan omvormen dat wonen en werken sterk zijn gescheiden. Bovendien hebben we door schaalvergroting en ruimtelijke concentratie van voorzieningen (winkels, horeca, uitgaansgelegenheden) saaie woonbuurten gecreëerd, waarin bewoners bij gebrek aan natuurlijke ontmoetingsplekken elkaar niet kennen en niet bij elkaar op bezoek komen. Zie We gaan minder en minder en minder bij elkaar op bezoek. Gezinnen weer meer sociaal geïsoleerd.

Die ontwikkeling heeft eraan bijgedragen, of is er zelfs de voornaamste oorzaak van, dat we nu een groot eenzaamheidsprobleem hebben. Volgens de nieuwste cijfers, van 2016, is 33 procent van de volwassen bevolking matig eenzaam en 10 procent ernstig of zeer ernstig eenzaam.

Eenzaamheid komt in alle leeftijdsfases voor. Vaak denken we dan eerst aan vereenzaamde ouderen. Maar het risico op eenzaamheid is ook onder jongeren groot. Dat ligt er ook aan dat de leeftijdshomogene groepering op scholen niet zo'n gunstige sociale omgeving biedt, een omgeving namelijk die gemakkelijk statuscompetitie en pesten uitlokt. En in een woonbuurt waar verder niets gebeurt, is het lastig om vrienden te maken of vriendschappen te onderhouden.

Met als gevolg dat de generatie die is opgegroeid met internet en sociale media in vergelijking met vorige generaties meer tijd doorbrengt met online communicatie dan met face-to-face ontmoetingen. En de aanwijzingen zijn dat dat de kans op eenzaamheid en zelfs depressie vergroot. Zie Door sociale media grotere kans om je eenzaam en buitengesloten te voelen en Meer over het verband tussen het gebruik van sociale media en eenzaamheid.
Update. En denk aan het onderzoek dat laat zien dat jongeren minder tijd besteden aan televisiekijken, gamen en sociale media als er inde buurt meer te doen is: Als er in de buurt meer te doen is, zitten kinderen minder naar een scherm(pje) te staren.
Maar mensen lijken goed door te hebben dat dit geen gunstige ontwikkeling is. Er zijn veel aanwijzingen voor een onvervulde behoefte aan ontmoetingsplekken en er zijn alom initiatieven om aan die behoefte tegemoet te komen.

Zo is er nu in de Leeuwarder Courant het berichtje dat de tien leden van de Jeugdraad van de gemeente Smallingerland niet alleen actie voeren om meer hangplekken ("afdakjes") tot stand te brengen, maar ook proberen voor elkaar te krijgen dat jongeren zelf die afdakjes gaan maken. En het zou helemaal mooi zijn als ze dat samen zouden doen met lokale kunstenaars. De Jeugdraad hoopt steun te krijgen van de gemeenteraad en heeft het plan aangeboden bij de politieke partijen. Zie Zelf afdakjes maken om onder af te spreken.

Een klein berichtje waar je vrolijk van wordt.

dinsdag 20 februari 2018

Homo sapiens heeft zichzelf, groepsgewijs, gedomesticeerd - maar niet voorgoed

De evolutionaire achtergrond van de Dual Mode-theorie houdt in dat onze verre voorouders, de eerste Anatomisch Moderne Mensen, in staat waren om, groepsgewijs, het van de andere primaten en de meeste zoogdieren bekende gedragspatroon van statuscompetitie en statushiërarchie te onderdrukken en het evolutionair nieuwe patroon van pro-sociaal gedrag en egalitaire gemeenschap tot stand te brengen en te bevorderen.

Deze ontwikkeling speelde zich af in de Paleo Sociale Omgeving, waarin het voor overleving en reproductie noodzakelijk was om te delen en samen te werken bij het verwerven van voedsel (verzamelen en jagen) en het bieden van bescherming tegen roofdieren. Een belangrijk onderdeel van dat samenwerken en delen was het coöperatief grootbrengen van de kinderen.

Dat groepsgewijs onderdrukken van de statuscompetitie en daarmee het voorkómen van het ontstaan van de statushiërarchie (het Alfa-mannetjesmodel), die bij zoogdieren verreweg het meest voorkomt, was een sociaal proces. Oplopende ruzies en vijandigheden konden op sociale afkeuring rekenen. Als je de baas wilde spelen, werd je uitgelachen of, erger, sociaal genegeerd. En als dat aanhoudend niet hielp, liep je het risico dat je in het uiterste geval om het leven werd gebracht.

Omdat die periode van dat jagen en verzamelen heel lang heeft geduurd, zeker zo'n 95 procent van het bestaan van de mensheid, kon er dus ook een selectie plaatsvinden op pro-sociaal gedrag, op het rekening houden met anderen en het je inspannen voor het welzijn van de groep. Denk even aan de Big Five en de Big Two.

Omdat die selectie weliswaar sterk is geweest, maar niet "volledig", zijn wij mensen nu uitgerust met het vermogen tot twee gedragspatronen, dat van het evolutionair oudere patroon van de statuscompetitie en de statushiërarchie en het nieuwere patroon van het pro-sociale gedrag dat het leven in een gemeenschap mogelijk maakt.

Er is al verschillende keren op gewezen, al door Charles Darwin in 1888 en door Franz Boas in 1938, dat dit proces van het onderdrukken van statuscompetitie en het bevorderen van pro-sociaal gedrag overeenkomsten vertoont met wat er bij dieren gebeurd is die wij hebben gedomesticeerd. En die wij daarmee tot huisdieren hebben gemaakt.

De nieuwe studie Self-domestication in Homo sapiens: Insights from comparative genomics wijst op die overeenkomsten. (Ik heb er ook die verwijzingen naar Darwin en Boas aan ontleend.) Zo zijn bijvoorbeeld de verschillen in schedel en gezicht tussen wolven en honden vergelijkbaar met die tussen Neanderthalers en mensen. En qua gedrag blijft de gedomesticeerde variant jeugdiger dan de oorspronkelijke. Het verschil is dat wij mensen niet door een andere soort zijn gedomesticeerd, maar dat wij dat zelf hebben gedaan. Of eigenlijk beter: wij hebben elkaar gedomesticeerd. Vandaar: zelf-domesticatie.

In die nieuwe studie wordt deze hypothese van de zelf-domesticatie onderbouwd op het niveau van het genoom. De onderzoekers kunnen laten zien dat de genetische verschillen tussen huisdieren en hun niet-gedomesticeerde verwante soorten overlap vertonen met de genetische verschillen tussen mensen en Neanderthalers en de Denisovanmens.

Dat is fascinerend.

Maar de evolutie kent geen eindpunt. Net zo als een gedomesticeerde soort weer "terug kan verwilderen", kan ook de mens weer "terugvallen". Die zelf-domesticerende omstandigheden bestonden in de jagers/verzamelaarssamenlevingen. We leefden in kleine groepen van vertrouwde anderen en waren sterk van elkaar afhankelijk. Maar die omstandigheden zijn sinds de opkomst van de landbouwsamenlevingen veel minder aanwezig.

We proberen ze met de democratische verzorgingsstaat weer enigszins op het grootschalige niveau van de nationale staat terug te brengen. En zelfs met de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens op het niveau van de wereldbevolking.

Maar als je vandaag de dag het nieuws volgt, dan zijn er volop redenen om er niet gerust op te zijn.