zondag 22 april 2018

Zondagochtendpoezie - Wisława Szymborska: Einde en begin

Vanochtend geen muziek, maar poëzie. Fragmenten uit de documentaire over de Poolse dichteres Wislawa Szymborska (1923 - 2012). Ze kreeg in 1996 de Nobelprijs voor literatuur uitgereikt.

Het Nobelcomité noemde haar de Mozart van de poëzie.

vrijdag 20 april 2018

De actualiteit van een pamflet uit 1848 (het Communistisch Manifest)

We maken een tijd mee waarin het statuscompetitiepatroon bezig is het publieke domein te gaan domineren. Dat houdt in dat "ieder voor zich" de richtlijn wordt voor het handelen in het publieke domein, voor de politiek en het maatschappelijk verkeer. Daarmee gaat samen dat de ongelijkheid sterk toeneemt en dat de democratie in gevaar is. Want hoe ongelijker, hoe groter de invloed van Het Grote Geld op de politieke besluitvorming.

Dat het statuscompetitiepatroon zo domineert, betekent dat dat andere patroon waar mensen individueel en collectief toe in staat zijn, het gemeenschapspatroon, het onderspit delft. De democratie met zijn algemeen kiesrecht en zijn gelijkheidsstreven en de internationale institutionalisering van het idee van mensenrechten zijn pogingen om het gemeenschapspatroon te in wetgeving en verdragen te verwerkelijken. Maar het lijkt erop dat die ontwikkeling, die na de Tweede Wereldoorlog zo hoopvol begon, is overwoekerd door de opkomst van het neoliberale marktdenken en, inderdaad, de ideologie van het "ieder voor zich".

In zekere zin zijn we daarmee terug in de tijd halverwege de negentiende eeuw, toen Karl Marx en Friedrich Engels hun Communistisch Manifest de wereld instuurden. Want dat roemruchte pamflet lijkt ineens weer heel actueel.

Yanis Varoufakis wijst daarop in zijn introductie tot de binnenkort te verschijnen heruitgave ervan. Die introductie kun je nu al, als een long read van The Guardian lezen: Yanis Varoufakis: Marx predicted our present crisis - and Points the way out.

In zijn woorden:
To see beyond the horizon is any manifesto’s ambition. But to succeed as Marx and Engels did in accurately describing an era that would arrive a century-and-a-half in the future, as well as to analyse the contradictions and choices we face today, is truly astounding. In the late 1840s, capitalism was foundering, local, fragmented and timid. And yet Marx and Engels took one long look at it and foresaw our globalised, financialised, iron-clad, all-singing-all-dancing capitalism. This was the creature that came into being after 1991, at the very same moment the establishment was proclaiming the death of Marxism and the end of history.
Boeiende lectuur en, helaas, zeer relevant om het heden te begrijpen. Gezien vanuit de Dual Mode-theorie zijn we op weg naar het evenwicht van het statuscompetitiepatroon en dat is in vergelijking met het evenwicht van het gemeenschapspatroon een sub-optimale toestand. Wat betekent dat het gemeenschapsevenwicht beter tegemoet zou komen aan onze authentieke menselijke behoeften. Zie
Hoe minder statushiërarchie in een land, hoe minder corruptie en hoe meer welvaart en hoe gelukkiger.

Varoufakis aan het eind van zijn introductie:
When everything is said and done, then, what is the bottom line of the manifesto? And why should anyone, especially young people today, care about history, politics and the like?
Marx and Engels based their manifesto on a touchingly simple answer: authentic human happiness and the genuine freedom that must accompany it. For them, these are the only things that truly matter. Their manifesto does not rely on strict Germanic invocations of duty, or appeals to historic responsibilities to inspire us to act. It does not moralise, or point its finger. Marx and Engels attempted to overcome the fixations of German moral philosophy and capitalist profit motives, with a rational, yet rousing appeal to the very basics of our shared human nature.
Key to their analysis is the ever-expanding chasm between those who produce and those who own the instruments of production. The problematic nexus of capital and waged labour stops us from enjoying our work and our artefacts, and turns employers and workers, rich and poor, into mindless, quivering pawns who are being quick-marched towards a pointless existence by forces beyond our control.
Al met al zou het kunnen dat nu, ruim honderdvijftig jaar na het Communistisch Manifest, het kapitalisme op zijn laatste benen loopt. Zie hier voor de economische, maar ook sociaalwetenschappelijke inzichten.

Wat er daarna komt, dat hebben we met zijn allen zelf in de hand.

woensdag 18 april 2018

Hoe minder statushiërarchie in een land, hoe minder corruptie en hoe meer welvaart en hoe gelukkiger

Over deze studie naar het verband tussen "cultuur" en "geluk" (The Happy Culture: A Theoretical, Meta-Analytic, and Empirical Review of the Relationship Between Culture and Wealth and Subjective Well-Being)  is van alles te melden, maar voor nu viel mijn oog op dit plaatje:


Afgebeeld is het verband tussen power distance en subjectief welbevinden (geluk of tevredenheid) per land.

Power distance, een van de zes dimensies waarmee Geert Hofstede culturen onderscheidde, slaat op de mate waarin mensen machts- en invloedsverschillen en daarmee gepaard gaande verschillen in privileges als onvermijdelijk accepteren en zich daarbij neerleggen. Een voorbeeld van een stelling waarmee het wordt gemeten is: “Managers should make most decisions without consulting subordinates.” In termen van het op dit blog gangbare onderscheid tussen statuscompetitie en gemeenschap slaat machtsafstand op een hoge mate waarin de statuscompetitie is neergeslagen in een stabiele statushiërarchie.

Je ziet dat het gemiddelde geluk in een land sterk daalt met een toename van zo'n stabiele statushiërarchie. Kijk even naar de plekken van Nederland en Noorwegen links bovenaan en naar die van landen als Turkije en Hongarije rechtsonderaan.

Uit de analyses blijkt ook dat het verband tot stand komt doordat meer machtsafstand (statushiërarchie) samen gaat met meer corruptie en met lagere welvaart (BNP per hoofd van de bevolking).

Het plaatje is een fraaie illustratie van het inzicht van de Dual Mode-theorie dat mensen toegerust zijn met twee, aan elkaar tegengestelde, natuurlijke sociale gedragspatronen, dat van gemeenschapsgedrag en dat van statuscompetitiegedrag, en dat zulks op collectief niveau kan resulteren in een lage mate van statushiërarchie (en meer gemeenschap) of juist in een hoge mate (en weinig gemeenschap). En van het inzicht dat het eerste "evenwicht" meer welzijn (en meer welvaart) verschaft dan het tweede.

dinsdag 17 april 2018

Door economische bestaansonzekerheid meer succes van rechts-extremistische partijen - Nieuwe aanwijzingen

Nieuw onderzoek bevestigt de vele aanwijzingen voor het verband tussen economische bestaansonzekerheid en het stemmen op rechts-extremistische partijen. Zie voor de al bestaande aanwijzingen de berichten op dit blog achter het label bestaansonzekerheid, in het bijzonder de berichten Toename van aanhang van populistische rechtse partijen hangt samen met toename van ervaren sociale daling, Heeft de, politiek gemotiveerde, toename van bestaansonzekerheid de tegenstellingen aangewakkerd? en Meer onderzoek naar verband tussen bestaansonzekerheid en rechts-extremisme.

In de nieuwe Zweedse studie Economic Distress and Support for Far-right Parties – Evidence from Sweden laat Sirus Dehdari zien dat 31 procent van de toename van stemmers op de rechts-extremistische Swedish Democrats tussen 2006 en 2010 toegeschreven kan worden aan de toename van ontslagen onder laaggeschoolde, in Zweden geboren, werknemers.

Hij kan dat doen op basis van data over de aantallen ontslagen per kiesdistrict. Zo laat hij ook zien dat het effect onafhankelijk is van hoeveel laaggeschoolde immigranten in een kiesdistrict aanwezig zijn, hoewel het wel sterker is bij een grotere aanwezigheid.

De resultaten wijzen erop dat het vooral de laaggeschoolde werknemers zijn die ertoe neigen om de oorzaken van hun bestaansonzekerheid te zoeken in de toegenomen immigratie. Terwijl het onderzoek er overwegend op wijst dat de economische gevolgen van immigratie neutraal zijn of zelfs positief.

Een en ander zal er mee te maken hebben dat er in het politieke speelveld rechts-extremistische partijen zijn opgedoken die de ontstane kansen hebben aangegrepen en met succes de immigratie-issues zijn gaan uitdragen. Dat in Zweden het anti-immigrantensentiment en de xenofobie niet zijn toegenomen, integendeel juist gestaag zijn afgenomen, wijst erop dat veel van die toegenomen rechts-extremistische stemmen instrumenteel van aard zijn. Laaggeschoolden zijn op zoek naar een oorzaak voor hun precaire situatie en die wordt hen ter rechterzijde aangeboden

Des te opvallender is het onvermogen of de onwil van linkse en centrumpartijen om te wijzen op het gevoerde economische beleid als oorzaak van de toegenomen bestaansonzekerheid onder laaggeschoolden.

zondag 15 april 2018

Zondagochtendmuziek - Mary Gauthier: Iraq

Opnieuw aandacht voor Mary Gauthier. En voor haar nieuwe CD Rifles & Rosary Beads.

Want net bevestigd: Mary Gauthier is dit najaar weer in Nederland. Lees in de laatste Heaven het interview met haar. (Ook een mooi artikel over Chet Baker.)

Op 28 oktober in TivoliVredenburg. En daar zijn Jan en ik natuurlijk bij.

donderdag 12 april 2018

Juist meer pro-sociaal gedrag in en door een meer etnisch diverse omgeving

Mensen zijn in staat tot pro-sociaal gedrag (gemeenschapsgedrag), maar ook tot egoïstisch of zelfs vijandig gedrag (statuscompetitiegedrag).

Bij de, vaak onbewuste, "keuze" tussen deze twee gedragingen laten mensen zich vaak leiden door welk gedrag ze in hun omgeving zien. Als anderen zich overwegend pro-sociaal gedragen, dan is de omgeving veilig en zijn anderen te vertrouwen en dat maakt de kans op pro-sociaal gedrag groter.

Maar als er aanwijzingen zijn dat anderen vooral uit zijn op hun eigen belang, dan is het uit het oogpunt van zelfbescherming maar beter om dat ook te doen, om te voorkomen dat anderen alleen maar van jou profiteren. Zie de berichten op dit blog over de Dual Mode-theorie, zoals Is de mens van nature goed? Ja. Maar hij is ook van nature slecht. Hij is dus van nature flexibel.

In de ingewikkelde en onoverzichtelijke samenleving waarin wij ons bevinden, is het vaak niet zo duidelijk hoe anderen zich gedragen. Soms krijgen we veel signalen van goedgezindheid van anderen, maar soms ook signalen van juist vijandigheid of egoïsme. Voor de verklaring van verschillen in pro-sociaal gedrag, interpersoneel (tussen mensen) en intrapersoneel (tussen tijdstippen bij dezelfde persoon), kan het dus van belang zijn om te letten op welke signalen er voorafgaand aan dat gedrag overheersten.

De nieuwe studie People in more racially diverse neighborhoods are more prosocial kijkt naar signalen die samenhangen met de mate van etnische diversiteit die mensen om zich heen ervaren. De achterliggende gedachte is dat mensen die meer met etnische diversiteit in aanraking komen, minder negatieve vooroordelen hebben tegenover leden van andere groepen ("buitenstaanders"). (Denk aan de contacthypothese.) Waardoor ze een meer inclusief wereldbeeld hebben kunnen ontwikkelen, dat inhoudt dat anderen zijn te vertrouwen, los van de vraag tot welke etniciteit ze behoren. En als de wereld veilig is en anderen zijn te vertrouwen, dan zul je je eerder pro-sociaal gedragen.

Daartegenover: als je weinig contact hebt gehad met buitenstaanders, dan is de kans op negatieve vooroordelen en wantrouwen groter. Je neemt eerder bedreigingen waar en bent dus meer op je hoede. Met een kleinere kans op pro-sociaal gedrag.

De onderzoekers vergeleken in vier deelstudies mensen die meer of minder ervaringen hadden opgedaan met etnische diversiteit. Door in buurten of postcodegebieden of landen te wonen met een verschillende mate van etnische diversiteit. En toen bleek dat etnische diversiteit samen gaat met meer pro-sociaal gedrag. En in een vijfde studie vergeleken ze proefpersonen die zich voorstelden in een etnisch diverse wijk te wonen met proefpersonen die zich voorstelden in een etnisch homogene wijk te wonen. Het bleek toen dat de eersten zich ook voorstelden dat ze zich meer pro-sociaal zouden gedragen en dat dit ermee samenhing dat ze zich meer identificeerden met de gehele mensheid.

Het is een interessant resultaat, dat een beetje optimistisch stemt.

dinsdag 10 april 2018

Door helpen gelukkiger - Alle onderzoek op een rij

Er kwam al eerder op dit blog onderzoek voorbij dat doet vermoeden dat pro-sociaal gedrag een goed gevoel geeft. Zie Te geven is zaliger dan te ontvangen - Maar de gelegenheid maakt de gever en Door pro-sociaal gedrag gelukkiger - nieuwe aanwijzingen.

Hoewel mensen dat zelf niet altijd goed doorhebben, volwassenen minder dan kinderen, is het niet heel verrassend. Want wij zijn een sociale diersoort, die in de Paleo Sociale Omgeving succesvol heeft weten te overleven door groepsgewijs samen te werken en te delen. En omdat die periode zo ongeveer 98 procent van het bestaan van de mensheid heeft uitgemaakt, zijn wij erop geselecteerd om ons prettig te voelen als we niet alleen aan onszelf denken, maar ook aan anderen.

Er is nu een overzichtsstudie, met een meta-analyse, verschenen die de aanwijzingen versterkt dat we inderdaad van pro-sociaal gedrag gelukkiger worden: Happy to help? A systematic review and meta-analysis of the effects of performing acts of kindness on the well-being of the actor.

De onderzoekers, met Oliver Scott Curry als eerste auteur, verzamelden 27 experimentele studies, waarin het ging om pro-sociaal gedrag dat ook echt werd uitgevoerd, in plaats van dat proefpersonen zich dat voorstelden. In totaal waren er ruim 4000 proefpersonen, waarvan 35 procent mannen, met een gemiddelde leeftijd van 25 jaar. Wat betekent dat de meeste studies onder studenten waren uitgevoerd.

Een voorbeeld van de opzet van zo'n onderzoek is dat de proefpersonen de instructies kregen om gedurende een week elke dag vijf keer iets aardigs te doen voor iemand anders (voor iemand de deur openhouden, een vreemde groeten, iemand helpen met studeren) en daar elke avond verslag van te doen. Een ander voorbeeld is dat de proefpersonen een bedrag aan geld kregen dat ze weg konden geven of voor zichzelf konden houden. In vrijwel alle studies werd de proefpersonen gevraagd hoe gelukkig of tevreden of hoe goed ze zich voelden.

Alles bij elkaar genomen, kwam daar uit dat pro-sociaal gedrag een positief welzijnseffect heeft, dat qua grootte vergelijkbaar is met de effecten van interventies als mindfulness, positive thinking en count your blessings. De onderzoekers daarover:
Together, these results suggest that policy-makers and practitioners are correct to see kindness interventions as effective ways of improving well-being. And they support the general claim that, as social animals, humans possess a range of psychological mechanisms that motivate them to help others, and that they derive satisfaction from doing.

zondag 8 april 2018

Zondagochtendmuziek - Argerich, Freire - Schubert - Rondo in A major, D 951

Gisteren weer eens in het Concertgebouw naar de Matinee geweest. Nelson Freire, die je wel een van de grootste levende pianisten mag noemen, speelde na de pauze het Tweede Pianoconcert van Brahms. Mooi om mee te maken (met dank aan J.en J.).

Freire heeft veel Brahms, Rachmaninoff, Chopin en Liszt op zijn repertoire staan. Over het algemeen niet mijn favoriete pianomuziek. Ik zocht naar iets anders en kwam deze mooie uitvoering tegen, samen met Martha Argerich, van Schuberts Rondo D. 951 voor vier handen. Twee grootheden.

vrijdag 6 april 2018

Zelfverheffing is goed voor je, maar niet als het de narcistische variant is

We leven onder condities van sociale vluchtigheid. Vriendschappen zijn maar weinig stabiel. En daarnaast hebben we vaak wel veel contacten, maar die zijn vluchtig van aard. Dat is een sociale omgeving waarin mensen elkaar niet zo goed kennen, omdat ze niet een lange gemeenschappelijke geschiedenis hebben.

Hoe reageren mensen op sociale vluchtigheid. Enerzijds met pogingen om contacten met anderen aan te gaan en om die te intensiveren. Het gaat er dan om aantrekkelijk te zijn voor anderen, eventueel aantrekkelijker dan je misschien echt bent.

Maar anderzijds lokt sociale vluchtigheid ook gemakkelijk statuscompetitie uit. Anderen zijn tegenstanders in de strijd om status, bewondering en aandacht. In die strijd is het zaak om je sterk en competent voor te doen, sterker en competenter dan je misschien echt bent.

In beide gevallen kan het zijn dat je zelf ook gaat geloven in hoe je je voordoet. Omdat het lastig is altijd iets voor te wenden, ga je zelf geloven in wat je voorwendt te zijn. In de sociaalwetenschappelijke literatuur staat dat bekend als zelfverheffing (self-enhancement). Een extreme variant daarvan, waarbij je jezelf zo verheft dat je op anderen neerkijkt, is narcisme. Zie Narcisten hebben baat bij sociale vluchtigheid.

Is dat verstandig om te doen? In de zin dat je je er beter door voelt?

In zekere zin wel, want je kunt er in de statuscompetitie succes mee hebben. Zelf geloven dat je competent bent, maakt dat je zelfverzekerder overkomt, waardoor anderen gaan geloven dat je ook echt competent bent. Zie Als je maar denkt dat je geweldig bent, dan ga je je zo gedragen dat anderen ook denken dat je geweldig bent.

Maar anderzijds stort je je daarmee in de statuscompetitie en dat levert stress op.

Wat is er bekend over de welzijnseffecten van zelfverheffing? De nieuwe overzichtsstudie Self-Enhancement and Psychological Adjustment: A Meta-Analytic Review geeft daar een antwoord op.

Daaruit komt naar voren dat zelfverheffing goed voor je is in de zin dat je je er beter bij voelt (positive affect) en gelukkiger en tevredener met je leven. De onderzoekers zien dat als een bevestiging van de gedachte dat mensen een fundamentele behoefte hebben om goed over zichzelf te denken.

Maar hoe goed is het om jezelf te verheffen als je ook streeft naar goede relaties met anderen, naar verbondenheid? Als je die verbondenheid met anderen afmeet aan de mate waarin anderen jou waarderen of zich met jou verbonden voelen, dan blijkt dat jouw zelfverheffing, als die meer de kant op gaat van narcisme, juist slecht voor jou uitpakt. Je maakt er geen vrienden mee. Dan gaat het om  de variant van de agentic self-enhancement.

Dat positieve welzijnseffect lijkt dus vooral tot stand te komen door die andere variant van zelfverheffing: jezelf zien als aardiger, warmer, pro-socialer dan je misschien zelf bent (communal self-enhancement).

En dat zou kunnen wijzen op een sociaal selectieproces onder condities van sociale vluchtigheid. Narcistische zelfverheffing leidt er toe dat anderen zich van je afwenden, omdat ze doorhebben dat jij op hen neerkijkt. Daarentegen straal je met pro-sociale zelfverheffing uit dat je verbondenheid met anderen zoekt, waardoor contacten met gelijkgestemde anderen juist gemakkelijk tot stand komen.

woensdag 4 april 2018

Vernederende beoordeling als verschijningsvorm van statushiërarchie

Margriet Oostveen heeft Bijenkorf-verkopers gesproken over de grote rol van klantenbeoordelingen en doet daar in De Volkskrant verslag van. Na een klantencontact moeten verkopers de klant zien te bewegen om een vragenlijstje te beantwoorden en de verkoper een cijfer te geven.
'Je vraagt dan of ze jouw naam willen noemen. En of ze alstublieft een 9 of een 10 willen geven.'
En
'Wie niet zichtbaar negens of tienen binnen harkt, heeft bij zijn eigen beoordelingsgesprek iets uit te leggen.' Ze voelen zich dus gedwongen bij klanten om negens en tienen te bedelen. 'Ontzettend gênant.'
Op basis van die klantenbeoordelingen is er maandelijks een 'tien-minutengesprek' met de direct leidinggevende en daarnaast twee keer per jaar een 'performance management-gesprek' met hoger management. Van de uitslag van al die beoordelingen en gesprekken hangt mede je beloning af. En natuurlijk je kans op verlenging van je tijdelijke aanstelling of, misschien ooit, je vaste aanstelling.

De Bijenkorf liet Margriet Oostveen weten dat dit alles 'tegenwoordig zeer gebruikelijk' is.

En dat klopt. Ik herinner me de verkoper in een telefoonwinkel enkele jaren geleden, die mij uitstekend hielp bij het uitzoeken van een nieuwe telefoon. Het was 's ochtends vroeg, nog rustig in de winkel en we raakten wat aan de praat. Maar wat me opviel was dat hij tot drie, vier keer toe herhaalde dat hij vader was van drie dochters.

Bij het weggaan vroeg hij me of ik op de website van de winkel de klantbeoordeling wilde invullen. Ik begon toen te begrijpen waarom hij dat vaderschap van drie dochters zo benadrukte. Dat goede huisvaderschap diende als tegenwicht, of zelfs als protest, tegen de vernederende positie waarin hij als werknemer terecht was gekomen. Een positie waarin zijn verantwoordelijkheidsgevoel werd ontkend en waarin hij zichzelf bij elk klantcontact opnieuw moest bewijzen. En waarin hij met zijn collega's van dag tot dag moest concurreren, want als hij geen negens of tienen scoorde, dan deden anderen dat wel.

Het is niet een op zichzelf staand verschijnsel. Deze praktijk is mogelijk geworden door de digitalisering, waardoor informatieverzameling goedkoop is geworden.

Maar de achterliggende oorzaak is gelegen in de algehele verzwakking van de positie van de werknemer. En dat proces is begonnen toen onze regeringen het neo-liberalisme gingen omarmen. En daarmee het beleidsdoel van de volledige werkgelegenheid aan de kant zetten. De arbeidsmarkt moest een markt worden als alle andere.

Risico's moesten minder door de werkgever en meer door de werknemer worden gedragen. Flexibilisering en lage lonen zouden goed zijn voor de bedrijven en dus goed voor de economie. Om mensen toch te prikkelen om banen te accepteren, was het nodig om de sociale zekerheid te verschralen. Minder genereuze werkloosheidsuitkeringen en het recht op bijstand afhankelijk van het leveren van een tegenprestatie.

Daarmee werd de deur opengezet voort de vernederingen van de statushiërarchie. Want de machtsongelijkheid werd vergroot. Het bestaan wordt onzekerder en dus wordt je afhankelijker van anderen. Van direct leidinggevenden, die kijken of je wel genoeg negens en tienen haalt. Van werkmeesters, die controleren of je je wel voldoende inzet bij het leveren van die tegenprestatie. Waardoor je ook in concurrentie komt te staan met je collega's en lotgenoten.

En tegenover die afhankelijkheid staat de macht van de bovenliggende partij, die kan worden misbruikt.

We zijn kennelijk vergeten dat die volledige werkgelegenheid, de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat ook bedoeld waren om machtsongelijkheid tegen te gaan. En om rechtszekerheid te garanderen.

Om je heen kijkend, zie je tegenwoordig meer dan goed is de sociale verschijningsvormen van de statuscompetitie en de statushiërarchie.

dinsdag 3 april 2018

Les geven aan jongere kinderen draagt bij aan positieve ontwikkeling van adolescenten

Een nadeel van de grote mate waarin we onze kinderen en adolescenten laten opgroeien in leeftijdshomogene groepen is dat we daarmee voor hen een onnatuurlijk sociaal klimaat creëren. En dat heeft het negatieve effect dat pesten erdoor wordt bevorderd. Want we zagen immers dat pesten de helft minder voorkomt op scholen, zoals de Jenaplan-scholen, waar gewerkt wordt met groepen van verschillende leeftijden.

Een verklaring voor dat verschil kan zijn dat in een leeftijdsgemengde groep de oudere kinderen zich als vanzelf wat ontfermen over de jongere kinderen. Die jongere kinderen zien dat gebeuren en nemen dat gemakkelijk als voorbeeld van hoe je je hoort te gedragen.

Wat je daarnaast ook kunt verwachten is dat die ervaring van het zich ontfermen over jongere en kwetsbaardere kinderen bijdraagt aan een positieve sociale ontwikkeling van die adolescenten. Ze ontdekken dat ze met dat bijstaan en helpen van anderen iets goeds doen en dat dat goed voelt. Pro-sociaal gedrag is immers besmettelijk, niet alleen als jet het anderen ziet doen, maar ook als je het zelf doet. Pro-sociaal zijn is een zichzelf versterkend gedrag.

Die verwachting wordt bewaarheid in de nieuwe studie Promoting Positive Youth Development Through Teenagers-as-Teachers Programs. De onderzoekers ondervroegen adolescenten die, als teachers, hadden meegedaan aan een teenagers-as-teachers programma dat was opgezet door de Universiteit van Californië. Jongere kinderen kregen lessen in "science, environment, and gardening".

Het gaat om een zogenaamd kwalitatief onderzoek, wat betekent dat slechts een beperkt aantal adolescenten (32) semi-gestructureerd werd ondervraagd, zonder de pretentie van representativiteit. De resultaten kunnen dus niet worden gegeneraliseerd.

Met dat voorbehoud zijn de resultaten zeker interessant. Want de aanwijzingen zijn dat de ervaring van het lesgeven aan jongere kinderen bijdraagt aan de positieve ontwikkeling. In termen van de Positive Youth Development theorie van Richard M. Lerner kwam uit de interviews naar voren dat de ervaring had bijgedragen aan:
  • hun gevoel van competentie
  • hun zelfvertrouwen
  • hun gevoel van verbondenheid
  • hun persoonlijkheidsontwikkeling
  • de ontwikkeling van empathie en compassie
  • het gevoel iets goeds te (kunnen) doen
Dat ligt dus in de lijn van de gedachte dat een meer natuurlijke sociale omgeving, zoals die van het coöperatief grootbrengen van kinderen (cooperative breeding), nodig is voor een goede sociale, emotionele en morele ontwikkeling.

zondag 1 april 2018

Zondagochtendmuziek - Clara Haskil in recital (1953) Bach/Busoni, Scarlatti, Beethoven, Schuma...

Gistermiddag had Hans Haffmans op Radio 4 in Matinee Café (hier terug te luisteren) een boeiend gesprek met K. Schippers. Die een mooie opname van Morgenrood van Anton de Nobel liet horen. En de wondermooie uitvoering van Beethovens Frühlingsonate door Clara Haskil en Arthur Grumiaux .

Ik werd er door aangezet om op YouTube naar Clara Haskil (1895 - 1960) te gaan zoeken. En ik vond de geluidsopname van dit recital uit 1953.

Bach/Busoni, Scarlatti, Beethoven, Schumann, Debussy, Ravel. Prachtig.